REPORTAGE

'Amsterdam werd gezien als toenmalige graffitihoofdstad van Europa'

Piece of art

Op de tentoonstelling 'Graffiti. New York Meets Amsterdam' is werk te zien van straatkunstenaars van Keith Haring tot Jasper Krabbé. Hun collega Aileen Middel, curator van de expositie, vertelt over hoe het begin jaren tachtig allemaal begon.

Aileen Middel, vroeger bekend onder de naam Mickey en tegenwoordig als Mick la Rock. Beeld Linda Stulic

Op de metershoge muur bij de parkeerplaats van het sjieke Hotel de l'Europe staat nog één verweerde Mickey. De abstracte letters M, I, C, K, E en Y zijn door de verstrijkende tijd fletsblauw, dofbruin, pipsgroen en wijlen knalpaars geworden, maar geen vergane glorie. 'Dit is nog steeds een van mijn beste pieces', stelt het Nederlandse graffiti-icoon vast nu ze er weer eens naar staat te kijken, op zwarte hakken in de regen.

Veel meer werk van Mickey, de graffitinaam van kunstenaar Aileen Middel (45), is in de binnenstad van Amsterdam niet bewaard gebleven. Dat geeft niks, zegt ze zelf. 'Niemand spuit graffiti voor de eeuwigheid.' Maar in retrospect is op al die over- en overgeschilderde muren wel degelijk straatkunstgeschiedenis geschreven een geschiedenis die zij van binnen en buiten kent.

Daarom is Middel als gastcurator aangetrokken voor de tentoonstelling 'Graffiti. New York Meets the Dam', komende maanden te zien in het Amsterdam Museum. De expositie is gewijd aan graffiti in Amsterdam en New York. Twee verdiepingen vol foto's, video's, schetsboeken en werk van graffiti kunstenaars moeten tonen hoe deze straatkunst opkwam in het New York van de jaren zeventig en tachtig en hoe een Amsterdamse voorhoede zich hierdoor liet inspireren. Het museum werkt samen met The Museum of the City of New York, dat vorig jaar de tentoonstelling 'City As Canvas' organiseerde rondom de collectie van de overleden Amerikaanse kunstenaar en verzamelaar Martin Wong. Hij was al vroeg graffitiliefhebber. Een deel van zijn verzameling, met werk van pioniers als Keith Haring en Lady Pink, is nu te zien in Amsterdam.

Ook de eerste hoofdstedelijke graffiticrew is in het museum nadrukkelijk aanwezig. Jaz, Joker, Delta en Shoe vormden samen de groep USA (United Street Artists). Tegenwoordig zijn Jasper Krabbé, Thomas Termaat, Boris Tellegen en Niels Meulman - hun echte namen - werkzaam in de reclame- en kunstwereld.

Mickey

Zij waren het die Amsterdam begin jaren tachtig overrompelden met pieces - bombastische, felgekleurde letters die ze met spuitbussen op lege stukken muur, schutting of metrostellen spoten. Tags - met viltstift gezette hand tekeningen - waren toen al een ingeburgerd fenomeen. Het grotere werk was nieuw. Er viel volop te experimenteren in en op de vele vervallen panden in het centrum, toen nog vrij van cameratoezicht en passanten met smartphones die graffitispuiters bij de handhavers van de wet konden verlinken.

Aileen Middels alterego Mickey ('Ik droeg altijd Mickey Mouse T-shirts, vandaar') ontstond in haar geboortestad Groningen, waar ze net als de Amsterdamse jongens van USA door de uit Amerika overgewaaide graffitihype werd gegrepen. Zelf verhuisde ze pas naar Amsterdam toen ze er als leraar op een basisschool ging werken.

'Ik was 13 en kreeg een kant-en-klaar pakketje aangereikt', zegt Middel. 'Er was hiphop, er was breakdance en er was graffiti. De energie en uitdrukkingskracht van die drie-eenheid sprak enorm tot de verbeelding. New York, daar gebeurden grote dingen waar ik in mijn stadje fijn bij kon wegdromen.'

Haar eerste piece zette ze in 1985 in de fietsenkelder van de middelbare school, met zilver en zwart. 'Als je jezelf te stoer vond voor de kantine, ging je daar hangen in de pauze. Het was de plek waar tieners songteksten van U2 en uitspraken van David Bowie op de muur schreven. En ik dus graffiti.'

Graffiti-kunstenares Aileen Middel in Brooklyn, 1994. Beeld Graffiti New York Meets the Dam, Amsterdam Museum

Twee documenten

De New Yorkse scene kende ze tot dan toe alleen uit het boek Subway Art (1984) en Style Wars (1983), de documentaire over hiphopcultuur in New York. 'Het was het pré-internettijdperk, dus we hielden vast aan die twee documenten.'

Vanaf het moment dat Style Wars door de VARA op de Nederlandse televisie was uitgezonden, was er volgens Middel geen houden meer aan. Binnen een mum van tijd stond Amsterdam vol graffiti. De Amsterdamse galeriehouder Yaki Kornblit haalde ongeveer tegelijkertijd het ene na het andere grote rolmodel uit New York naar Nederland om te exposeren.

De exposities van beroemde spuiters uit Style Wars als Rammellzee, Dondi White, Seen, Blade, Quik, Futura 2000 en Zephyr trokken de aandacht en waren een primeur voor Europa, zegt Middel. 'Toen deze jongens naar Amsterdam kwamen, doken opeens overal reusachtige, kleurrijke pieces op zoals niemand hier die nog maakte. Daarmee staken ze de Amsterdammers aan, die tot dan toe vooral kleine tags schreven.'

In de woorden van Niels 'Shoe' Meulman, lid van de Amsterdamse USA-crew, uit het boek No Future Nu (2012) over de opkomst van punk in Nederland: 'Een van de eerste New Yorkse graffitischrijvers die bij Kornblit exposeerde was Quik, in 1983. Er was een schutting in Amsterdam Zuid bij het Vondelpark waar we weleens op schreven, die stond helemaal vol met dingetjes in stift. Op een dag kwam ik langs en toen was die hele schutting volgetekend met één ding, de letters waren zo groot dat ik het niet eens kon lezen. Ik viel bijna om.'

Lee Quinones, Howard the Duck, 1988. Beeld Collectie The Museum of The City of New York

Groninger Museum

Al ver voordat Middel en een paar collega's in 2004 de muur bij Hotel de l'Europe met toestemming van de eigenaar onder handen namen, werd-ie door de USA-crew als canvas gebruikt. 'Ik herinner me hoe ik als jong meisje uit Groningen in de jaren tachtig op tienertoer naar Amsterdam ging en weleens wilde zien hoe die muur er uitzag. Toen ik om de hoek kwam, sloeg de schrik me om het hart. Daar stonden alle jongens van USA, samen met Seen uit New York, the godfather of graffiti. Alsof het niets was. Ik ben uit verlegenheid maar weggelopen.'

Anders dan de USA-crew, die gezellig met Keith Haring spuitbussen ging kopen als hij in Amsterdam was, ontmoette Middel haar New Yorkse voorbeelden pas toen het Groninger Museum in 1992 in samenwerking met Museum Boijmans Van Beuningen de tentoonstelling 'Coming From the Subway' op poten zette. Ze liep de deur plat bij het museum, omdat ze vond dat niet alleen het oude New Yorkse werk moest worden getoond, maar ook wat daar in Nederland uit voortkwam. Daar mocht ze bij helpen.

Voor de opening van de tentoonstelling kwam een delegatie uit New York naar Groningen. 'Er waren niet zoveel meiden die aan graffiti deden. Dus daar zat ik dan, een meisje dat voor die tijd best aardig kon spuiten, met een schetsboek vol dikke tekeningen. Het was een goede introductie bij mensen die ik beschouwde als mijn Mick Jaggers en Michael Jacksons.'

De volgende stap was een reis naar New York. 'Van de legendarische schrijver Iz the Wiz, die ik kende uit Style Wars, kreeg ik een brief waarin hij me uitnodigde om langs te komen.' Middels ogen beginnen te glimmen als ze haar eerste reis naar Amerika omschrijft als 'een bedevaart naar Mekka'.

Sharp, rond 1983. Beeld Collectie The Museum of the City of New York

Tweede huis

Eén keer New York was niet genoeg. 'New York werd mijn tweede huis. Toen ik nog als leerkracht werkte, boekte ik voor alle vijf vakanties per jaar een ticket.'

De scenes in Parijs en andere Europese steden ontwikkelden zich min of meer parallel, maar Amsterdam haalde de New Yorkse stijl dankzij galerie Yaki Kornblit net iets eerder in huis, vertelt Middel. 'Daarom werd Amsterdam gezien als toenmalige graffitihoofdstad van Europa.'

Ze zegt toenmalig, want van die status is volgens Middel anno 2015 niet veel over. 'Kijk maar rond. Veel panden zijn gerenoveerd, muren zijn mooi opgeknapt, opnieuw gepleisterd. Overal hangen camera's. Graffiti is verbannen naar de rafelranden van de stad, waar je nog wel redelijk ongestoord met een muur aan de slag kunt. Parijs is nu de graffitikunsthoofdstad, met de meeste tentoonstellingen en -veilingen. Ook in de openbare ruimte wordt het fenomeen meer omarmd dan in Amsterdam.'

New York was dus van grote invloed op de eerste Amsterdamse graffitikunstenaars, maar hoe zit het omgekeerd? 'De Europese graffitistroming heeft als geheel óók de New Yorkse scene geïnspireerd', zegt Middel. 'De New Yorkers die wij in 1983 in galerie Kornblit op een voetstuk hesen, verlieten op een gegeven moment de straat en gingen verder als kunstenaar. Maar in Europa en Australië werd hun stijl doorontwikkeld door een nieuwe generatie schrijvers. Zo ontstond bijvoorbeeld 3D-graffiti, waarbij trucjes met kleur, schaduw en perspectief worden toegepast om een optische illusie te creëren.'

Verantwoordelijkheden

Grote jongens uit New York krijgen Middel niet meer verlegen. Zelf beweert ze dat haar illegale carrière al lang geleden een roemloze dood is gestorven, maar haar naam is net als de namen van de USA-leden volop bekend onder de nieuwste generatie internationale spuiters die zich in de Nederlandse roots van graffiti verdiepen.

Feit is wel dat Middel al jaren niet meer in bosjes het juiste moment ligt af te wachten om een metro dicht te spuiten. 'Op een gegeven moment had ik met graffiti alles wel gedaan wat ik wilde doen. Ik was overal geweest waar ik wilde zijn. Het past ook niet meer bij de fase van mijn leven. Ik heb verantwoordelijkheden en een gezin.'

Wel zijn in haar huidige werk als kunstenaar - in 2010 stopte ze als leraar - nog altijd graffiti-invloeden zijn te herkennen. In opdracht maakt ze onder de naam Mick la Rock grote muurschilderingen en kleiner werk waarin lijnen en typografie een belangrijke rol spelen.

'Er gaat geen krabbel op een muur aan mij voorbij', zegt ze. 'Een jonge gast hier in Amsterdam schrijft de naam Une, in spelonken waar amper iemand komt. Ik zie ook dat hij wordt doorgestreept door andere tijdgenoten. Ja, dan weet je dat er ruzie is. Ik kwam er laatst eentje tegen waar bij staat: 'Kom vechten a.u.b'. Het blijft boeiend.'

Beeld .

Fun

In de tentoonstelling van het Amsterdam Museum wilde Middel niet alleen terugblikken, maar ook de staat van de straat nu laten zien. Dus is er ook ruimte ingeruimd voor grafisch begaafde, meer figuratieve uitingen van street art: werken met wortels in de graffitiwereld die sinds eind jaren negentig weer volop in de belangstelling staan, dankzij onder meer de Britse sjabloonkunstenaar Banksy.

Heimwee naar vroeger heeft Middel niet. 'Het is leuk om af en toe nostalgisch te zijn', zegt ze op de parkeerplaats van Hotel de l'Europe. 'Maar je moet er ook gewoon vrede mee hebben dat niets meer is zoals toen. Vandaag voegden twee street artists stickers met werk van diverse kunstenaars en graffitischrijvers toe aan de tentoonstelling. De Amerikaanse curator van de tentoonstelling liep voorbij en zei: 'Oh my goodness, this is fun!' En hij heeft gelijk. Street art heeft zich doorontwikkeld, maar is altijd fun gebleven.'

De tentoonstelling 'Graffiti. New York Meets the Dam', t/m 24/1/2016 in het Amsterdam Museum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.