Interview Nominatie toneelprijs

‘Als ik win, ga ik helemaal uit mijn dak’

Actrice en mimespeler Karina Holla is tot haar eigen verbazing op haar 68ste nog genomineerd voor de grote toneelprijs Theo d'Or.

Foto Peggy Kuiper

‘Ik dacht: o fijn, het stuk heet Romp, dus dan kan ik mooi met mijn armen en benen gaan bewegen. Maar dat mocht allemaal niet. Van de regisseur moest ik stokstijf blijven liggen – zelfs mijn tenen mocht ik niet bewegen. In Romp lig ik bijna anderhalf uur plat in bed, helemaal ingekapseld, zwevend tussen leven en dood. Een kwelling, zeker voor een actrice die gewend is vooral te bewegen.’

Karina Holla (68) speelde het afgelopen seizoen een opmerkelijke rol in Romp van De Gemeenschap. Een kleine productie met een tekst van Rob de Graaf over een stervende vrouw die op de valreep nog het een en ander te verhapstukken heeft. Ze ligt roerloos in bed en praat: boos, fel, dan weer meisjesachtig flemend. Naast haar zit haar verzorger en klankbord (een nagenoeg zwijgende rol van Gerardjan Rijnders).

Voor deze rol is Karina Holla genomineerd voor de Theo d’Or, de hoogste onderscheiding voor een actrice, die zondag op het Gala van het Nederlandse Theater wordt uitgereikt. Een gedurfde keuze: Holla gold vooral als de koningin van de mime, bewegingsactrice, ergens tussen performance en dans in. Ze won vele mimeprijzen, is Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. En dan misschien vanaf zondag, in de herfst van haar carrière, ineens een Theo d’Or op de schouw.

Is zo’n prijs na een zo lange carrière nog belangrijk?

‘Jazeker, de Theo d’Or – dat klinkt toch heel gewichtig? Ik ben vooral mimespeler en veel minder bekend in de toneelwereld. Dit is een enorme erkenning. Bovendien had ik een wat onzichtbare tijd achter de rug. Toen kwam Romp en dan ook nog die nominatie, en sta je ineens weer in de spotlights. Ik ben sowieso blij dat ik naar dat theatergala mag. Als ik win, ga ik helemaal uit mijn dak! Ik ga in mijn dankwoord zeker ook een pleidooi houden voor de kleinere mimegroepen die dreigen te verdwijnen.’

Lichamelijke expressie

Karina Holla maakte de afgelopen dertig jaar meer dan veertig producties, meestal beeldend, fysiek theater, zoals Solo/Duo, The Man Who Wouldn’t Lie Down (over Buster Keaton), City Life en recentelijk Falten, Être Blessé, Zwanen-Zang en Fremd-Körper. Recent werkte ze samen met de beroemde Zweedse actrice Gunilla Röör in Another Nice Mess, waarin zij Stan Laurel en Oliver Hardy speelden ‘met een zekere Beckettiaanse gure eenzaamheid’.

Was u bang zo langzamerhand vergeten te worden?

‘Ik heb de laatste jaren veel gewerkt, vooral ook in het buitenland. Maar dat valt hier niet op. Ik heb een eigen theaterbedrijfje en een tijdlang mijn eigen voorstellingen verkocht maar kreeg de laatste jaren steeds afwijzingen op subsidieaanvragen. Met nare toelichtingen en zo: te oud, artistiek niet interessant, te weinig vernieuwend. Maar ik mag van mezelf in dit interview niet in de mopper-stand staan. Ik heb mezelf als een soort baron Von Münchhausen uit het moeras omhoog getrokken en Être blessé gemaakt, over mijn leven en werk, en daarna Fremd-körper, dat ik ook in Zweden heb gespeeld. Ik ben verwend, ik heb mooie dingen kunnen maken, dus ik moet niet zeuren.’

Geeft u nog steeds les op de Mimeschool?

‘Nee, dat is gestopt. Directeur Jan Zoet wilde geen docenten meer hebben die tegen de 70 lopen. Ik heb er duizenden studenten opgeleid, mooie dingen gemaakt, met jongens die spatten van energie, ruig en sensueel, en dat valt dan ineens weg. Jammer, want het gaf me het gevoel erbij te horen. Die school is uniek in de wereld en ook een soort vrijplaats, een bron van inspiratie. Daar word ik wel knorrig van.’

Hoe kreeg u die rol in Romp?

‘Rob de Graaf had eerder teksten voor mij geschreven, maar dat waren hooguit een paar zinnen. Toen heb ik hem gevraagd of hij een echt stuk wilde schrijven. Dat werd Romp. Over een vrouw met een litteken, een rauw en ongetemd wezen. Ze praat in korte, afgemeten zinnen – flarden van vroeger, over dat ze nooit sieraden hoefde te dragen omdat ze zo mooi was. Maar het gaat ook over een misbruiktrauma uit haar jeugd. Ze heeft al vroeg de lelijkheid van de mens gezien, in een tijd dat ze zich niet kon verdedigen.’

Is het een lastige rol?

‘Heel moeilijk is het om met al die gedachtenwisselingen en diezelfde zinnen net iets anders zeggen. Die vrouw komt door pijnbestrijding in een soort trip terecht. Het is een performance, eigenlijk geen toneel. Maar ik ben er dolblij mee en heb er keihard aan gewerkt. De recensies waren lovend, de zalen zaten meestal vol, de mensen waren na afloop aangedaan, soms zelfs tot tranen toe geroerd. Er werd gelukkig ook gelachen. Er zit licht en lucht in, anders zou het niet te verteren zijn van zwaarte.’

Foto Peggy Kuiper

Betekent deze waardering dat u nu allerlei aanbiedingen krijgt?

‘Daar hoop ik natuurlijk op. Twee jonge jongens – de een beeldend kunstenaar, de ander muzikant – hebben me gevraagd voor een performance: Into a flickering light. Maar het is nog maar de vraag of ze daarvoor subsidie krijgen. Zelf wil ik een voorstelling maken over het boek De oorlog heeft geen vrouwengezicht van Svetlana Alexijevitsj uit Wit-Rusland, die in 2015 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg. Verhalen die door merg en been gaan, over wat vrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog meemaakten. Getuigenissen als schreeuwende wonden.’

Wordt het niet tijd dat een theatergezelschap u vraagt voor de moeder- of grootmoederrol in een Tsjechov of Ibsen?

‘Ja graag! Vooral Ibsen, met dat mystieke. Dat zou een jeugddroom doen uitkomen.’

Romp, 13 en 14/9 in Compagnietheater Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.