'Als het om muziek gaat, ben ik eigenlijk één grote guilty pleasure'

Gids Peter te Bos

Ook op zijn 67ste blijft Peter te Bos vormgeving - hij bepaalde ruim twintig jaar de Lowlands-huisstijl – combineren met zijn band Claw Boys Claw. De zanger over zijn favoriete pen, The Handmaid’s Tale, Gummbah en Japan.

Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

‘God bewaar me, nee natuurlijk had ik nooit gedacht dat het met die band zo lang zou duren’, zegt ­zanger Peter te Bos (67) over de Amsterdamse gitaarband Claw Boys Claw die dit jaar 35 jaar bestaat. Grafisch vormgeven is eigenlijk zijn vak. ‘Maar Claw Boys Claw heeft mijn leven gehackt.’

En dus ligt er weer een nieuwe plaat, It’s Not Me, The Horse Is Not Me – Part 1, en is er een zoveelste tournee door het land die Claw Boys Claw op 28 april naar Paradiso in Amsterdam zal brengen.

Ontwerpen en muziek maken, Te Bos combineert het al decennialang. ‘De eerste vijftien jaar liet ik me ’s ochtends om vijf uur als we terugkwamen van het ­spelen in de studio afzetten en ging ik aan het werk. Ik kon het vormgeven niet opgeven. Nog steeds niet.’

Te Bos doet het met de band wel wat rustiger aan. Zo eens in de vijf jaar een nieuwe plaat, waarvoor hij de liedjes nog altijd componeert met gitarist John ­Cameron, het andere bandlid van het eerste uur.

‘Elke week ga ik naar hem toe om aan nieuwe muziek te werken, dat houdt nooit op.’ Want zijn enthousiasme voor de band is nog minstens zo groot als toen hij begon en het debuutalbum Shocking Shades Of Claw Boys Claw (1984) in OOR werd uitgeroepen tot de ‘beste plaat ooit in Nederland gemaakt’.

‘Weet je wat ze toen ook zeiden? Leuke band hoor, maar is die zanger niet te oud voor rock-’n-roll? Ik was toen al over de 30. Maar ik ben nu eenmaal een laatbloeier, in alles wat ik doe. Ook met mijn grafisch werk. Het duurde echt even voordat ik een eigen signatuur had.’

Of Te Bos muziek maakt of grafische ontwerpen, hij begint altijd met hetzelfde: niets. ‘Nada. Ik ga er steeds met een volledig blind hoofd in, dat levert de beste dingen op.’

In zijn studio in de Amsterdamse binnenstad is veel van zijn grafisch werk te zien. ‘Allemaal ontstaan uit ambachtelijk knip-en-plakwerk.’ Het bekendst zijn wellicht zijn Lowlands-ontwerpen. Van 1993 tot 2016 was Te Bos verantwoordelijk voor de huisstijl van het festival, van polsbandjes, muntjes en merchandise tot aan de website. Zijn stijl omschrijft hij als licht absurdistisch. ‘Ik heb altijd al van dada gehouden. Van wat niet zo een op een te begrijpen is. Dat hoor je hopelijk ook terug op de nieuwe plaat. Die heeft niet één soort sound, maar gaat van pop naar rock naar psychedelica.’

Heerlijk vindt hij het met de jongens weer op pad te zijn en al die nieuwe liedjes te spelen. ‘Laatst waren we in Bar Dancing Wyb op Terschelling. Zat ik in mijn uppie op zolder in het kleedhok. Nou, Te Bos, zit je na 35 jaar nog in dit soort holen je schone overhemd aan te trekken. Waar moet dat heen? Dat komt nooit meer goed. Prachtig toch.’

1. Gereedschap: Staedtler ­Permanent Lumocolor Fine

‘Dit is echt mijn vriend. Een verlengstuk van mijn lichaam. Ik doe alles met deze pen. Ik schrijf er mijn teksten mee en ook voor het grafische werk is het mijn belangrijkste gereedschap. Ik geef wel­eens lezingen op academies en probeer dan altijd de leerlingen van de computer af te houden. Computers hebben het vak erg veranderd. Natuurlijk, ze zijn makkelijk en ik heb ze hier ook staan. Maar het begint allemaal met pen en schaar.

‘Laatst hadden we hier een stagiair die meteen achter de computer wilde. Nee, dat mocht ze niet. Mijn motto is leave some space for imperfection. Het hoeft niet allemaal zo strak. Het is heel belangrijk om alles zelf te tekenen, te knippen en te plakken. Dan blijf je dichter bij je ziel.

‘Deze fine Staedtler heeft iets vettigs en krast niet. Hij schrijft ietsjes fijner dan de small. Ik gebruikte hem dertig jaar geleden voor het eerst en verslijt er dozen per jaar van. Heerlijk is dat gevoel als het stiftje opraakt, dat je een nieuwe kunt pakken. Wow man, als een Max Verstappen in zijn bolide ga ik dan tekeer.’

Staedtler permanent, dunschrijf stift

2. Muziek: Pip Blom

‘Als het om muziek gaat, ben ik eigenlijk één grote guilty pleasure. Al snap ik ­eigenlijk niet zo waarom dat zo genoemd wordt. Ik hou nu eenmaal van Hazes en van Abba. Dat is altijd zo geweest. Ook in de tijd dat we met Claw Boys Claw begonnen. Toen was iedereen bezig met garagerock en hippe Amerikaanse gitaarbands. Ik zei dat ik Tom ­Jones mooi vond. En dan werd ik heel raar aangekeken. Iggy Pop vind ik ook fantastisch hoor, daar niet van, maar ik draai ook graag Abba. Sterker nog, eens in het jaar heb ik op kantoor een Abbadag, dan staat er van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat Abba op.

‘Maar ik kan ook heel erg genieten van de minimal music van Terry Riley of van Wagner. Of van gewoon een leuk nieuw bandje, die leer ik meestal kennen via John. Die kwam laatst met een hartstikke leuke band, Pip Blom. Heel frisse gitaarmuziek die je hier in Nederland nauwelijks op de radio hoort, maar in Engeland wel. BBC 6, de enige radiozender die ik nog weleens op heb staan, draait Pip Blom regelmatig.

‘Omdat ik het leuk vind om iets nieuws te noemen in deze rubriek noem ik haar. En natuurlijk ook omdat de dochter van John in haar band drumt.’

'Heel frisse gitaarmuziek.' Beeld RV - WEL CREDIT VERMELDEN - © Danny van der Weck

3. Beeldende kunst: William ­Kentridge

‘Mijn grote held, de man bij wie voor mij alles samenkomt wat ik belangrijk vind aan kunst, is de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge. Ik heb zijn werk eigenlijk pas een paar jaar geleden leren kennen toen ze hier in het Eye een tentoonstelling hadden, If We Ever Get To Heaven. Wat hij maakt, is een mix van dans, tekeningen en installatie en dat ­allemaal heel politiek geladen. In Eye ­waren animaties te zien en installaties. Ik vond het indrukwekkend. Ik vraag me weleens af wat het met me gedaan had als ik zijn werk veertig jaar geleden had leren kennen in plaats van nu. Het is zo inspirerend. Fantastisch hoe hij verschillende disciplines bij elkaar brengt. Hij is echt een knip-en-plakman, net als ik, ­iemand die graag collages maakt.

‘De titel van onze nieuwe plaat komt van een video-installatie van hem, I Am Not Me, The Horse Is Not Mine. Die had hij weer van Gogol. Kentridge was betrokken bij een operabewerking van ­Gogols De neus. Iemand wordt daarin wakker en ontdekt dat zijn neus weg is. Hij komt erachter dat zijn neus is gearresteerd. Zo’n absurd gegeven, dat vind ik prachtig. Kentridge heeft ook een motto dat ik van harte deel: ‘Don’t feel you need to be serious about mixing art’. Al die dikdoenerij over kunst is ook niks voor mij.’

'De man bij wie voor mij alles samenkomt wat ik belangrijk vind aan kunst. Echt een knip-en-plakman, net als ik.' Beeld RV

4. Literatuur: Margaret Atwood

‘Ik ben niet zo’n lezer maar mijn vriendin wel, die leest de letters stuk. Zij raadde me deze zomer The Handmaid’s Tale van Margaret Atwood aan. Er is een tv-serie van gemaakt maar ik ben begonnen met het boek, dat ik ook een stuk beter vind. Nog beklemmender ook. Het is een soort sciencefiction, althans, er zitten veel ­dingen in die toen het boek in 1985 verscheen als toekomstmuziek werden beschouwd, maar die je nu gewoon in deze tijd kunt situeren. De enorme wispelturigheid van de overheid bijvoorbeeld in dat boek, die past helemaal in 2018.

‘Het boek leest helemaal niet als ­sciencefiction, maar is het wel heel scary. Bijvoorbeeld dat ineens de bankrekeningen van vrouwen naar de mannen gaan en dat niemand daarvan opkijkt. De serie zit vrij dicht bij het boek. De actrice Elisabeth Moss speelt de hoofdrol. Ik vond haar helemaal fantastisch. Totdat bleek dat ze bij Scientology zit. Dat had ik liever even geweten voordat ik naar de serie ging kijken. Maakt het toch wat minder allemaal.’

'The Handmaid's Tale: het boek is beter.' Beeld George Pimentel/Contour

5. Architectuur: Tate Modern, ­Londen

‘Het Tate Modern met die fantastisch mooie toren en het industriële gebouw daaronder is voor mij altijd een soort cadeau. Ik probeer een paar keer per jaar naar Londen te gaan, alleen maar om weer naar dit museum te kunnen.

‘Schitterend hoe een energiecentrale omgetoverd kan worden tot een ontmoetingsplaats voor moderne kunst. Ik krijg echt kippevel als ik ervoor sta.

‘En dan die waanzinnige Turbine Hall waar grote kunstenaars met de immense ruimte kunnen doen wat ze willen. Ik zeg je, ik doe het voor niks. Dan ga ik een grote letter P ophangen, en vraagt iedereen zich af what the fuck dit nu weer is. Dan geef ik iedereen een kleine P mee naar huis.’

'Die waanzinnige Turbine Hall waar grote kunstenaars kunnen doen wat ze willen. Ik zeg je, ik doe het voor niks.' Beeld Andrew Winning / Reuters

6. Mode: Vivienne Westwood

‘Mode interesseert me, al zou je zou dat misschien niet zeggen als je me ziet met Adidas-schoenen, een Raw-spijkerbroek en een kleurig hempje. Ik ben veel te veel een sloddervos om me volgens modetrends te kleden.

‘Wat ik zo goed vind aan Vivienne Westwood is dat ze eigenlijk al haar hele leven een activist is. Ze is van 1941, dus bijna van mijn generatie en ze maakt zich nog altijd sterk voor burgerrechten, zet zich in tegen overconsumptie en voert campagne tegen klimaatverandering.

‘Ik leerde haar werk kennen in de punktijd, toen ze ging met Malcolm McLaren, de manager van de Sex Pistols. Samen hebben ze de punk-look geïntroduceerd. En een beetje punk is ze altijd gebleven. Zo nam ze ooit een ridderorde in ontvangst van de koningin terwijl ze onder haar jurk zichtbaar geen onderbroek droeg.

‘De gedachte alleen al maakt me zo vrolijk. Daar zou Gummbah een mooie tekening bij moeten maken.’

'Wat ik zo goed vind aan Vivienne Westwood is dat ze eigenlijk al haar hele leven een activist is. Beeld Anp

7. Cartoon: Gummbah

‘Gummbah makes my day, altijd weer. Dan staat hij in de Volkskrant en dan weer niet, dat wil ik van tevoren niet weten. Ik laat me graag door hem verrassen. Eerst de krant helemaal lezen en dan Gummbah als toetje. Zijn tekeningen zijn absurdistisch. Maar het is geen stijlmiddel. Het is bij hem absurdisme als mentaliteit.

‘Er zit iets kinderlijks in zijn manier van tekenen dat me bevalt. Zijn tekenstijl is bijzonder en vol levenslust. Hij heeft aan een halve lijn genoeg. En altijd gaat hij aan de slag met een paar gedachten die iedereen weleens heeft maar nooit durft te uiten. Dat leidt tot ophef over hem, kritiek dat hij te pornografisch is of zo. Allemaal onzin. Het is heel goed dat jullie krant niet onder de druk bezwijkt en keihard zegt: wij ­houden die man aan. Een applausje voor de Volkskrant.’

8. Land: ­Japan

‘Japan is voor mij echt een en al inspiratie. Ik ben er nu een keer of negen geweest en ik kan het land echt gaan missen. Dat heb ik niet met Amerika, waar ik ook heel veel doorheen gereden heb. Prachtig, maar ik mis het nooit.

‘Maar naar Tokio, en dan vooral de wijk Shibuya, kan ik ineens heel erg verlangen. In Shibuya verzamelt de jeugd zich om kleren te kopen. Het leuke vind ik dat ze allemaal hetzelfde kopen maar dat toch niemand er hetzelfde uitziet. Ze stikken dingen op hun broeken of kleuren hun truitjes. Ze maken er allemaal iets eigens van.

'Naar Tokio, en dan vooral de wijk Shibuya, kan ik ineens heel erg verlangen. In Shibuya verzamelt de jeugd zich om kleren te kopen.' Beeld Carl Court / Getty

‘Mooi ook hoe de enorme hightechsamenleving daar toch respect voor het verleden en de ambachtelijkheid van toen blijft houden. 

‘Japan is echt een op zichzelf staand universum. Het land heeft iets oosters, maar is het toch weer niet. Het heeft iets westers, maar is dat ook niet echt.

‘En natuurlijk is het druk in Tokio, maar eerlijk gezegd kan het mij daar niet druk genoeg zijn. Ook hier klaagt men over drukte. Maar dan moet je maar niet in de stad gaan wonen.

‘Alleen de taal is een handicap. Ik zeg het weleens tegen mezelf: Te Bos wat ben je voor een lul dat je de taal niet bent gaan leren. Ja, het kan nog. Ik ben een laatbloeier. Dat is weleens jammer, maar anders had er nu helemaal niets meer gebloeid.’

Claw Boys Claw: It’s Not Me, The Horse Is Not Me – Part 1. Bertus.

CV Peter te Bos

1950 24 december geboren in Alkmaar.

1967 Opleiding Grafische School, Amsterdam.

1979 Vertrekt voor een jaar naar Londen.

1981 Medeoprichter Galerie SPONZ.

1983 Begint samen met gitarist John Cameron Claw Boys Claw. 1984 Wint met Claw Boys Claw talentenjacht en neemt van 500 gulden prijzengeld debuutalbum Shocking Shades Of Claw Boys Claw op.

1985 Winnaar Popprijs.

1992 Grootste hit met Rosie.

1993 Te Bos ontwerpt logo eerste Lowlandsfestival in Biddinghuizen. Blijft tot 2016 als grafisch ontwerper aan festival verbonden.

2018 Twaalfde album It’s Not Me, The Horse Is Not Me – Part One. 

Aanvullingen en verbeteringen
Peter de Bos noemde de tentoonstelling van W. Kentridge in het Eye-museum in Amsterdam If We Never Get To Heaven. De titel luidde echter If We Ever Get To Heaven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.