filmrecensie Alpha

‘Alpha’ geeft de domesticatie van de wolf op prachtige wijze weer, maar mist spanning (drie sterren)

Je weet meteen hoe deze odyssee gaat aflopen, maar intussen kom je ogen tekort in dit fabuleuze 3D-Imax-plaatjesboek.

Vergeet de sabeltandtijgers. Vergeet ook de bizons, de bergen, de jachtvelden en die ene uitbarstende vulkaan. In Alpha verbleekt al dat spektakel bij het mythische, 20.000 jaar geleden spelende moment waarop het hoofdpersonage een wolf een kommetje water voorschotelt, en het dier dankbaar begint te drinken. In de wolf zie je de hond geboren worden.

Dat komt natuurlijk ook doordat Morgan Freemans commentaarstem het al aankondigde, tijdens de openingsbeelden: Alpha gaat over de verzoening tussen twee vijanden, die daarmee de loop van de geschiedenis zullen veranderen.

Het duurt weliswaar even voor het zover is, dankzij het met flashbacks klooiende script. Eerst moet de jonge Keda (Kodi Smit-McPhee) met zijn vader (Jóhannes Haukur Jóhannesson) en een handvol andere cro-magnonmensen op bizonjacht, om na een ongeluk door hen voor dood te worden achtergelaten. Tijdens zijn barre tocht huiswaarts stuit Keda op enkele wolven; teer van ziel als hij is, neemt hij de zorg op zich voor het ene door hem verwonde dier (mooie debuutrol van de Tsjechische wolfshond Chuck).

Vanaf dat moment laat regisseur Albert Hughes de domesticatie van de wolf pijlsnel verlopen. Keda gaat kameraadschappelijk praten tegen het dier, in de speciaal voor de film bedachte oertaal (alleen Freemans voice-over is Engels gesproken). Op het drinkbakje volgt een scène met apporteren, enzovoort. Natuurlijk is het twijfelachtig of de overgang van wolf naar hond zo verliep, laat staan dat de wolf binnen één generatie zoveel hondse trekjes kreeg. Maar om historische accuratesse gaat het niet, in het uit Canadese, Californische en IJslandse vergezichten geboetseerde Alpha.

Belangrijker is dat Keda en zijn wolf als silhouetten tegen de ondergaande zon kunnen lopen. Dat ze lepeltje-lepeltje kunnen liggen onder de sterrenhemel. En dan dat ene prachtbeeld, nadat Keda in een wak is gedonderd en dreigt te verdrinken: regisseur Hughes toont het ijsmeer in een dwarsdoorsnede, ongeveer zoals je tegen een aquarium aankijkt, terwijl Alpha recht boven Keda een sprong maakt, in ultra-slowmotion.

Als overlevingsfilm overtuigt Alpha nauwelijks. Dat ligt niet aan de vele obstakels die Hughes, voor het eerst solerend nadat hij met tweelingbroer Allen onder meer Menace II Society en The Book of Eli maakte, op Keda’s pad plaatst. Dat het aan spanning ontbreekt ligt evenmin aan Smit-McPhees sympathiek-stoere eenmansoptreden, of aan zijn geloofwaardige interactie met wolfshond Chuck.

Hoofdschuldige is toch weer Morgan Freeman. Dankzij diens beginwoorden weet je meteen hoe deze odyssee zal aflopen: er staat simpelweg te weinig op het spel, hoeveel sabeltandtijgers of sneeuwstormen er ook tegenaan worden gegooid. Des te belangrijker dat je intussen ogen tekort komt, in dit fabuleuze 3D-Imax-plaatjesboek.

Alpha (3 sterren)

Avontuur

Regisseur Albert Hughes

Met Kodi Smit-McPhee, Chuck, Jóhannes Haukur Jóhannesson, Natassia Malthe, Leonor Varela, Morgan Freeman.

96 min., in 80 zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.