'Alles voor de conditie'

Museumdepotmedewerker Sophie de Weger

Ja, je ziet weinig daglicht, maar daar staat tegenover dat je met de grote meesters in je handen mag staan. De Volkskrant liep mee met Sophie de Weger, depotmedewerker van het Amsterdam Museum, en leerde wat er in haar vak verandert nu musea hun depots meer openstellen voor publiek.

Beeld Erik Smits

Sinds 2011 staat in een uithoek in Amsterdam-Noord een reusachtig bakstenen construct. Het is onmiskenbaar dat dit geen gewoon bedrijfspand is: op een strookje glas na is het raamloos. Op de gevels van de omliggende gebouwen prijken trots de namen van de bedrijven die er huizen; op deze bakstenen muren staat niets.

Dit moet wel een gebouw zijn waarin iets van waarde is opgeborgen. De vraag of dit het depot van het Amsterdam Museum is, wordt door de portier genegeerd. 'Wie bent u?', klinkt het door de intercom.

Het gebouw maakt nieuwsgierig. Wat zouden de mensen die in zo'n gesloten pand werken de hele dag doen? Hoe zien ze eruit? Een beetje stoffig, stel ik me voor; oude mannen met een buikje en een grote sleutelbos aan de broekriem, die zelden de buitenlucht zien.

Eenmaal binnen blijkt het strookje glas bij de kantine te horen. Naast het kantoor is dat de enige ruimte vanwaaruit je naar buiten kunt kijken. In de rest van het 6.000 vierkante meter grote gebouw wordt het zonlicht geweerd, om de ruim 90 duizend kunstwerken te beschermen die het Amsterdam Museum namens de gemeente beheert.

Beeld Erik Smits

Vooroordeel

Het vooroordeel van de stoffige medewerker op leeftijd wordt meteen ontkracht wanneer Sophie de Weger (28) komt aanlopen, een jonge vrouw die zes jaar geleden de opleiding cultureel erfgoed aan de Reinwardt Academie afrondde. 'Eerst wilde ik kunstacademie doen, maar toen ik daar rondliep, was het er zo'n chaos dat ik dacht: nee.' Na een tip van haar decaan belandde ze op de Reinwardt Academie en verzeilde ze in een vakgebied waarvan weinigen op de middelbare school het bestaan zullen kennen.

Ook nu nog wordt ze glazig aangekeken wanneer ze in de kroeg vertelt dat ze depotmedewerker is en zich bezighoudt met 'beheer en behoud'. 'Zoals je in een ziekenhuis of verzorgingshuis mensen verzorgt, zorg ik voor de collectie', legt ze dan uit. 'Ik werk eraan dat die ietsje beter wordt of in elk geval stabiel blijft. Als ergens een barst in zit, moet ik ervoor zorgen dat die niet erger wordt.'

Dat doet De Weger bijvoorbeeld door het klimaat te controleren. Als andere musea een object in bruikleen willen, laat De Weger nagaan of dat kan. 'Soms is een werk stabiel en kan het geen kwaad, als we het maar goed verpakken. Maar sommige stukken zijn zo fragiel dat ze het depot nooit uitkomen of eerst moeten worden gerestaureerd. Als daar geld voor is.'

Zenuwachtig

Op elke werkplek zijn tegenwoordige mensen opgeleid als bhv'er (bedrijfshulpverlener), maar de depotmedewerker moet beschikken over een 'chv-diploma': collectiehulpverlening. 'Het is natuurlijk niet zo dat je eerst de werken moet redden als er brand uitbreekt en dan pas jezelf', zegt De Weger, 'maar je moet wel weten hoe te reageren zodra de brand is geblust. Soms is een stuk nog te redden; hoe moet je dan handelen?'

Er zijn dagen dat werken van Rembrandt, Rubens en Breitner door haar handen gaan, maar De Weger blijft er kalm onder. 'Je moet nooit over de waarde van de werken nadenken, anders word je gek. Je moet elk stuk op dezelfde manier hanteren en denken: gisteren ging het goed, waarom zou het vandaag niet goed gaan?'

Heel af en toe wordt ze nog wel zenuwachtig. 'Laatst maakte ik iets schoon van Venetiaans glas, dat is heel kwetsbaar. Ik moest mezelf toespreken om me te concentreren en rustig te blijven; voor je het weet zit er een barst in.'

Het kan eenzaam zijn in het grote gebouw, vertelt ze. Dan komt ze de hele dag niemand van de twaalf andere medewerkers tegen. 'Op sommige dagen vind ik dat heerlijk, maar vaak denk ik ook: het is wel heel stil. Is er misschien iets te doen in het museum zelf?'

Nieuwe beleid

Ze wandelt verder door het depot met zijn metershoge plafonds. Om een rek in het schilderijendepot naar voren te trekken, moet ze met heel haar gewicht aan de stalen constructie hangen. Het klinkt alsof er een trein voorbijraast wanneer het rek op wieltjes over de grond dendert. De Weger blijft even staan en trekt de handschoentjes aan die ze altijd bij zich draagt, zodat ze niet met haar vingers aan de werken hoeft te komen. Er komt een schuttersstuk van zo'n 4 bij 2 meter tevoorschijn.

'Bijzonder, hè?', zegt ze. 'In het oude depot was er geen ruimte om dergelijke doeken op te hangen, daar lagen ze opgerold in stellingkasten.'

Dat ze nu wel zichtbaar zijn, hoort bij het nieuwe beleid. Lange tijd was het collectiegebouw een bunker waar nooit iemand kwam, nu wordt het steeds vaker opengesteld voor het publiek. 'Van ons' staat dan ook in grote letters op de muur van het kantoor waar de depotmedewerkers van het Amsterdam Museum hun administratie verrichten en de stukken registreren die het depot in- en uitgaan. De collectie moet voor iedereen te aanschouwen zijn.

Dat betekent overigens niet dat je als bezoeker zomaar kunt aanbellen om een schilderij te bekijken. Je moet vooraf een afspraak maken en aangeven welk werk je wilt zien. Dat stuk wordt zorgvuldig uit het depot gehaald en voor bezichtiging in de werkruimte van de medewerkers van het depot gestald. Door de opslagruimten wandelen is er niet bij, dan zou de temperatuur te veel oplopen en dat kan de kunstwerken aantasten.

Inrichting

Het collectiegebouw is zo ingericht dat de werken zo goed mogelijk geconserveerd blijven. In de depots hangt 'speciaal zacht licht', dat geen warmte afgeeft. Dat is vooral van belang op de afdeling waar de kwetsbare papiercollectie is opgeslagen. De luchtvochtigheid is laag: zo'n 50 procent. En het is er behoorlijk fris: in de winter 17 à 18 graden. De Weger heeft altijd een extra vestje bij haar bureau liggen. Maar haar werkzaamheden zijn ook vrij actief. 'Als je de hele dag aan het sjouwen en rondlopen bent, krijg je het vanzelf warm.'

Niet voor niets wordt bij de meeste vacatures voor depotmedewerker 'een goede conditie' gevraagd. Het tillen van de kunstwerken om ze op hun plaats te hangen, is zwaar en er wordt veel van depot naar depot gewandeld.

De praktische kant van De Wegers beroep blijkt ook in de inpakruimte van 20 vierkante meter, waar ze naar eigen zeggen het vaakst te vinden is. Alle werken die worden uitgeleend aan musea of terugkomen van een tentoonstelling passeren deze kamer. Hier is ze bezig met uitlijsten, inlijsten, verpakken, uitpakken en met het monteren van haakjes waarmee de schilderijen aan de wand komen te hangen. Die haakjes bevestigt ze met een reguliere huis-tuin-en-keukenboor.

Is dat niet eng, zo'n boor hanteren bij werken van grote historische en artistieke waarde? De Weger schudt het hoofd. 'Gewoon voorzichtig boren en zorgen dat-ie er niet aan de andere kant uit komt.' Nuchter blijven, het is waarschijnlijk de enig goede manier om dit beroep uit te oefenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.