'Alicia kan er niets aan doen dat haar leven op deze manier verloopt'

Hoe een meisje opgroeit in kindertehuizen

Maasja Ooms (48) maakte de aangrijpende documentaire Alicia, over een meisje dat opgroeit in kindertehuizen. Ooms woonde zelf tot haar derde in een tehuis. 'Er bleef altijd het gevoel dat het aan mij lag.'

Alicia, het meisje uit de gelijknamige film. Om de paar maanden wordt ze overgeplaatst naar een andere jeugdzorglocatie. Foto Maasja Ooms

Hartverscheurende scène aan het begin van de documentaire Alicia, over een 9-jarig meisje dat sinds haar 5de in een kindertehuis wacht op een plek in een pleeggezin. Terwijl de camera de rotzooi in haar slaapkamer vastlegt - omgekeerde plastic opbergdozen, bergen kleren en schoenen, stapels Penny's (maandblad voor paardenmeisjes), voert een begeleider een gesprek met Alicia. Het gaat langer duren voor er een fijn plekje voor haar wordt gevonden.

'Zijn ze dan niet aan het zoeken?'

Jawel, maar het is niet makkelijk, en ze willen haar geen valse hoop geven. Weet Alicia wat dat is, valse hoop? Het meisje schudt nee, begint te huilen als het tot haar doordringt: het kan nog wel jaren duren voor ze weg is uit het tehuis.

De begeleider kan nog zo benadrukken hoe belangrijk het is dat er een goed gezin voor haar wordt gevonden, een gezin dat weet hoe ze met haar om moeten gaan, want ze is een speciaal meisje, maar Alicia ziet het anders. Ze is gewoon. Het snot komt uit haar neus, dieper verdriet is niet denkbaar. 'Iedereen gaat hier weg, en ik niet.'

Onder de arm mee naar huis - dat is na deze scène je eerste reflex.

Alicia is de tweede film die cameravrouw Maasja Ooms (48) regisseert. 'Wat doet het met een kind als het opgroeit in een tehuis?', vraagt de VPRO in de aankondiging, maar het was een andere vraag waarmee Ooms vier jaar geleden aan haar research begon: hoe hecht een kind dat door de ouders is afgestaan zich aan andere mensen?

Cameravrouw en regisseur

Maasja Ooms (Amsterdam, 1968) studeerde Fotografische Vormgeving aan de Koninklijke Academie Beeldende Kunsten in Den Haag voor ze de overstap maakte naar de Filmacademie in Amsterdam. Daar studeerde ze in 1997 af als cameravrouw. Ze deed de cameraregie en montage van documentaires als Finding Murakami, Westerborkgirl en Satellite Queens. In 2014 regisseerde ze haar eerste documentaire, Tussen mensen, over een stel in relatietherapie.

Was dat een open vraag of had je al een idee?

'Ik ben zelf de eerste drie jaar van mijn leven opgegroeid in een kindertehuis omdat mijn moeder de zorg niet aankon. Ze was niet helemaal uit mijn leven, maar ik ben pas op mijn 4de weer bij haar gaan wonen. Hoe goed onze relatie daarna ook is geworden, er is altijd een gevoel blijven hangen dat het aan mij lag dat ik was weggedaan.'

Waarin uitte zich dat?

'Ik was een pleaser. Dat was mijn oplossing voor het gevoel dat ik te veel was. In vriendschappen en relaties stelde ik me altijd dienstbaar op, en zelfs in werk. Ik was altijd de cameravrouw of de editor. Nooit de maker.'

Tijdens de research kwam Ooms terecht bij een tehuis in Brabant waar kinderen worden opgevangen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen omdat ze gedragsproblemen hebben, thuis niet veilig zijn of de ouders de opvoeding even niet aankunnen. De leiding droeg Alicia aan: geboren uit een moeder die ook in kindertehuizen opgroeide en haar kreeg toen ze 17 was. Uit huis geplaatst toen ze een jaar oud was, omdat Jeugdzorg van mening was dat de veiligheid van Alicia niet gegarandeerd was bij haar moeder. Het meisje woonde vier jaar bij een pleeggezin, tot de pleegvader stierf en de pleegmoeder de zorg niet alleen kon dragen. Daarna kwam ze terecht in het tehuis.

Ooms herinnert zich van die eerste ontmoeting 'een stoer, sterk meisje, met een enorme levenslust. Maar ook een meisje dat als ze kwaad of teleurgesteld was de boel kort en klein kon slaan. De kasten in haar kamer waren vastgeschroefd, zodat ze die niet kon omtrekken.'

Dit was Ooms' bedoeling: 'Samen met Alicia wachten tot ze in een pleeggezin werd geplaatst en dan dicht op de huid volgen hoe ze een band opbouwt. Ik heb alles op ooghoogte van de kinderen gefilmd, bijna alsof ik er als kind zelf tussen liep. Aanvankelijk had ik het idee om ook gesprekken tussen mij en Alicia te gebruiken, zodat ze op mij kon reageren als ze wilde. Uiteindelijk heb ik al dat materiaal uit de film gesneden. Het was goed voor de opbouw van ons contact, maar ruis voor de film. Als maker ben ik meer gefascineerd door het niet-gezegde, het non-verbale. Film is bij uitstek het medium om gedrag te observeren.'

Er zit een scène in de film waarin Alicia - ze is dan bijna 10 - aan de keukentafel zit en op een boterham kauwt. Een van de leiders op de groep vraagt of ze haar pilletje al heeft geslikt en of ze weet waarom ze medicijnen krijgt. Alicia schudt nee, en de leider zegt: 'We vonden je een beetje angstig de laatste tijd.'

Was jou dat ook opgevallen?

'Nee, want dat waren dingen die zich vooral in de nacht openbaren, en daar was ik niet bij. Ze riep vaak om leiding, wilde dan dat ze lang bij haar bleven. De psychiater stelde medicatie voor: een antipsychosemiddel en een antidepressivum.'

Maasja Ooms.

Wat vond je daarvan?

'Het was voor mij niet direct duidelijk wat het effect was van de medicijnen, tot ik een scène draaide waarin Alicia onhandelbaar boos werd. Door een close-up van haar gezicht kon ik er niet meer omheen: daar zat een gedrogeerd kind. Een van de begeleiders was ook tot die conclusie gekomen. Ze had de bijsluiters van Alicia's medicijnen naast elkaar gelegd en gelezen dat het ene medicijn de bijwerking van het andere, namelijk agressief gedrag, kon versterken. Ik wil niemand beschuldigen, maar ik denk weleens: als ze beter door een psychiater was gemonitord, had ze dan niet uit het eerste tehuis hoeven vertrekken?'

Zo wordt de film na het eerste half uur van een weergave van de zoektocht naar een pleeggezin langzaam een film die draait om de vraag: wat doet het met een kind om op te groeien onder de vleugels van Jeugdzorg? Om de paar maanden wordt Alicia overgeplaatst naar een nieuwe jeugdzorglocatie, omdat ze problematisch gedrag vertoont en de zorg die ze nodig heeft steeds specifieker wordt. Hekken om de verblijfplaats, sloten op de keukenladen. Op haar 10de krijgt ze op aandringen van haar moeder, die haar af en toe komt opzoeken, de prikpil; Alicia woont dan met negen jongens op een groep.

Heb je overwogen om te zeggen: kom maar bij mij wonen?

'Die gedachten schieten natuurlijk door je hoofd, vooral als je huilend terug in de auto zit nadat er weer iets heftigs is gebeurd. Alicia heeft het zelfs twee keer aan me gevraagd en ik heb toen gezegd dat ik het graag zou doen als ik het zou kunnen, maar dat ze een sterk gezin nodig heeft, en ik alleen ben, en veel op reis.'

Wat heeft je tijdens het maken van de film het meest geraakt?

'Een meisje zei nadat ze de film had gezien: het lijkt wel alsof Alicia te slim is voor waar ze zit. Dat was precies wat ik ook zo pijnlijk vond. Alicia is als een kistkalfje, dat steeds tegen de houten box trapt omdat ze eruit wil, vrij wil zijn. Dat is haar kracht, die enorme levenslust, maar daar vindt ze steeds maar één uitweg voor: niet gehoorzamen aan de regels, rebels zijn, weglopen. Waardoor Jeugdzorg haar veiligheid niet meer kan garanderen. Ik vond het schrijnend te beseffen dat een kind in een gezonde situatie die wilskracht wel kan inzetten voor iets positiefs.'

Is dat een aanklacht tegen Jeugdzorg?

'Nee, want iedereen binnen de Jeugdzorg is begaan met kinderen die niet terug kunnen naar hun eigen ouders, zoals Alicia. Iedereen roept al dertig jaar dat er een tekort is aan pleeggezinnen, en dat er meer gezinshuizen nodig zijn met 24-uurs zorg, waar kinderen tussen de 12 en 18 kunnen wonen zonder steeds te moeten worden verplaatst. Daarom is deze film zo relevant. Nu worden die kinderen rondgepompt in het systeem tot ze volwassen zijn, omdat ze niet langer dan een paar maanden op een gesloten afdeling mogen blijven.'

Van tevoren had Ooms met de VPRO afgesproken: als het met Alicia niet goed gaat door de film, stoppen we. Dat is niet gebeurd. 'Voor mij was het daarnaast heel belangrijk dat het publiek Alicia zou begrijpen. Anders zou de film niet geslaagd zijn, en zelfs voor uitzending ongeschikt.'

Waarom?

'Ik wilde, om een therapeutische term te gebruiken, Alicia ontschuldigen. Laten zien dat zij er niks aan kan doen dat haar leven op deze manier verloopt. Niet alleen aan de kijkers, ook aan haar zelf. De film is ook een document voor later, als herinnering aan een tijd. Ik was zelf 45 toen ik tijdens de research voor deze film, in het stadsarchief in Amsterdam, mijn eigen dossier vond uit de tijd dat ik in het kindertehuis zat. Daar las ik voor het eerst dat mijn moeder was aangesproken door de leiding van het tehuis op het feit dat ze mij zo weinig bezocht, en dat ze daarop had geantwoord: 'Ik kan de zorg niet aan, hoe graag ik het ook zou willen.' Door dat zinnetje, hoe kort ook, werd mijn zelfbeeld, ik ben niet oké, overschreven door een nieuwe waarheid. Dat inzicht wens ik Alicia ook.'

Alicia ging op het Idfa in première en is woensdag op tv: NPO 2, 20.25 u.