Interview

'Ach, die afkomst stelt ook niets voor, weg ermee'

Interview schrijver Abdelkader Benali

Eindelijk was ze geboren, Amber, en was Abdelkader Benali vader geworden. Het noopte hem tot zelfonderzoek. Dat resulteerde in een voor hem ongekend openhartige brief aan zijn dochter.

Abdelkader Benali: 'Op een gegeven moment dacht ik: ach, die afkomst stelt ook niets voor, weg ermee. Ik wilde er niets meer mee te maken hebben.' Beeld Valentina Vos

Tussen Kerst en Oud en Nieuw 2014 lagen schrijver Abdelkader Benali (40) en zijn vrouw Saïda 's ochtends in bed in hun appartement in Tanger, in de nok van Marokko, toen ze een meeuw voor het raam zagen vliegen. Het was een bijzonder moment. Boven Tanger hadden ze wel vaker meeuwen zien cirkelen, maar niet vaak scheerden ze zo vlak langs hun raam. In de verte hing een sluier boven Gibraltar. 'Het was zo mooi', zegt Benali. Twee weken later bleek Saïda zwanger en beseften ze dat hun kind die ochtend moest zijn verwekt.

Vijf jaar hadden ze op dit moment gewacht. Er waren een bezoek aan een fertiliteitskliniek en een miskraam aan vooraf gegaan. Vooral de laatste twee jaar waren zwaar. Elke dag werden hij en Saïda wakker met de gedachte: 'Geen kind. Wat nu?' In de kliniek bleek dat alles in orde was, ze moesten het gewoon blijven proberen. Koop een caravan en trek eropuit, adviseerde een vriendin. Maar zij hadden dat flatje in Tanger, dus gingen ze daarnaartoe. En toen gebeurde het.

Afgelopen september werd dochter Amber geboren en deze week verschijnt Benali's Brief aan mijn dochter, waarin hij haar deze geschiedenis vertelt. Het boek is een liefdesverklaring aan zijn kind en tegelijk een openhartig zelfonderzoek. Hij wil zichzelf 'definiëren', zodat hij weet wat hij Amber te geven heeft en zij leert waar ze vandaan komt. Nooit eerder schreef hij zo onverhuld over zichzelf en zijn eigen achtergrond.

Hij kreeg de smaak van de non-fictie te pakken na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs, vorig jaar januari, legt hij uit. In een stuk in The New York Times schreef hij dat hij als 14-jarige dezelfde soort woede had gevoeld als de aanslagplegers. 'Dat had te maken met het diepere sentiment van de vreemdeling in Europa die nooit het idee heeft dat zijn religie en cultuur hier een plek hebben. Ik merkte dat ik daar beter over kon vertellen via non-fictie. Het zijn geen leuke verhalen en via fictie zou ik ze mooier maken dan ze zijn.'

In de brief aan je dochter ben je soms wel erg onverhuld, vooral als het gaat over de zwangerschapsperikelen.

'Ik heb dit boek in een roes geschreven. Ik stelde het schrijven aanvankelijk lang uit, ik dacht: hoe moet ik mijn dochter aanspreken? De liefde voor haar gaf het zetje. Daardoor begonnen de woorden te stromen en kon ik alles zintuiglijk maken.'

Het kan je niets schelen dat iedereen nu kan lezen hoe je met je kwakje naar de dokter ging?

'Het enige wat ik dacht, was: dit is zo universeel, dit gaat over twee mensen die iets heel graag willen en als ze het dan eindelijk krijgen, is dat zo intens. Dat gevoel wilde ik op de staart trappen - en alles eromheen. Die ochtend dat we voor de bevalling het ziekenhuis binnenkwamen met onze MaxiCosi, man, ik had het idee dat ik het Amazonegebied binnenging.'

Zo spannend?

'Een achtbaan. En dan dat lijden van Saïda, het eerste wat ik tegen haar zei toen Amber in haar armen lag: 'Ik sta voor eeuwig bij je in het krijt.'

Ben je nog wel een romancier?

'Nee, nu even niet. Ik heb ook helemaal geen zin om fictie te schrijven. Het valt me zwaar. Ik ben bezig met een ander project.'

Benali ontdekt zijn geboorteland. 'Marokko was een witte vlek voor mij en die ben ik aan het inkleuren', zegt hij in het Grand Café op Amsterdam CS tijdens een weekje Nederland. Sinds februari zit hij met vrouw en kind in Marokko en ze blijven er tot mei voor de opnamen van een programma dat KRO-NCRV in juni uitzendt. Aanleiding is het Marokkaanse kookboek dat hij en Saïda in 2014 maakten, Casa Benali. Nu onderzoeken ze de eetcultuur in Marokko om zodoende iets te zeggen over de rest van het leven daar.

Brief aan mijn dochter past in deze ontwikkeling. In het boek neemt hij Amber mee naar het ruige, eenvoudige Beni Chiker in Noordoost-Marokko, waar hij in 1975 werd geboren. Hij vertelt over zijn overgrootmoeder van minstens 100 die in haar lemen hutje stierf, terwijl hij stond toe te kijken. Hij beschrijft ook hoe belangrijk zijn moeder voor hem was. Zijn vader zat als gastarbeider in Nederland en als oudste zoon raakte hij zo vertrouwd met zijn moeder, dat hij dacht dat ze zijn zus was. Met deze sterke vrouwen is Amber verbonden, wil hij haar zeggen.

Waardoor wist je zo weinig over Marokko?

'Mijn moeder, zusje en ik zijn in 1979 naar mijn vader in Rotterdam gegaan en daar gingen we nauwelijks om met andere Marokkanen. Mijn vader had een slagerij aan de Westkruiskade en we woonden iets verderop. In de jaren tachtig werd in die buurt behoorlijk gedeald en gebruikt, ook door Marokkanen. Mijn ouders waren panisch dat ik zou afglijden. Ik moest dus uit school meteen thuiskomen en ze waarschuwden me voor Marokkanen. 'Daar komt ellende van', zeiden ze. Het leidde ertoe dat we buiten de Marokkaanse gemeenschap kwamen te staan.'

Gingen jullie wel om met niet-Marokkanen?

'Nee, ook niet. We leefden in een enclave.'

In de brief aan je dochter probeer je je ouders te begrijpen, zelfs het feit dat ze je sloegen.

'Op mijn 6de ben ik van huis weggelopen en maakte ik een praatje met een man die zat te vissen. Toen mijn vader me vond, kreeg ik klappen met de riem. Jaren heb ik gedacht: waar heb ik al dat slaan aan verdiend? Want mijn vader zei nooit dat ik slecht was. Maar het was een instinctieve reactie, het was de angst om wat er met mij kon gebeuren. Dat bleek ook wel als we op vakantie waren in Marokko, want daar waren mijn ouders rustiger en mocht ik meer.'

Kreeg je thuis niets mee van de Marokkaanse cultuur?

'Bij ons thuis rook alles naar Marokko, maar mijn ouders kregen acht kinderen en voor die drukte sloot ik me af. Ik ontdekte de literatuur, een betere teflonlaag tegen die familie kon ik niet bedenken. In die boeken leek het op wat ik zelf meemaakte. Ik las er bijvoorbeeld over het contrast tussen de werelden waarin ik leefde. Aan de ene kant had je mijn leven thuis, dat ik met steeds meer afstand bekeek, aan de andere kant had je de werkelijkheid van school, waar ik steeds meer naartoe trok. Daardoor zakte Marokko nog meer weg, want bij mijn klasgenoten kreeg ik toch niet uitgelegd waar ik vandaan kwam. Of ik moest me ervoor schamen.'

Wanneer merkte je dat?

'Ik heb het zo vaak meegemaakt. Juist als het gezellig is, beginnen mensen over je afkomst en nogal eens negatief. Dan kom je blijkbaar te dichtbij en gaan ze een Marokkaans accent nadoen of beginnen ze over Marokkanen in de criminaliteit. Om de vrede te bewaren moet je dat accepteren, verschrikkelijk.'

Sinds je debuut, in 1996, is over jou gezegd dat je van Marokkaanse afkomst bent. Je kon er ook door opvallen.

'Mij heeft dat altijd gefrustreerd. Ik dacht altijd: ik heb gewoon een boek geschreven. Het aardige van de literatuur is dat die vrij toegankelijk is voor iedereen, toch? Maar altijd werd mijn afkomst erbij gehaald en steeds meer betekende die: problemen. Op een gegeven moment dacht ik: ach, die afkomst stelt ook niets voor, weg ermee. Ik wilde er niets meer mee te maken hebben.'

Durven

Benali debuteerde met Bruiloft aan zee (1996). In 2003 won hij de Libris Literatuur Prijs met De langverwachte. Romans, toneelstukken en gedichten volgden, maar zijn Marokkaanse afkomst speelde niet eerder zo'n rol als in Brief aan mijn dochter. 'Als je vader wordt, leef je niet meer voor jezelf maar voor je kind. Je schrijft ook voor je kind. Daardoor durf ik meer. Ik doe het voor haar. Dat is leuk.'

Een foute beslissing, weet hij nu. Marokko liet zich niet uitvlakken, ook niet bij zijn vrouw Saïda, die er haar wortels heeft. In 2012 reisden ze door Latijns-Amerika en overal deden de kleuren, de omgangsvormen en de architectuur hun denken aan Marokko. 'Laten we een appartement in Tanger kopen', zei Saïda, en daar zitten ze nu een deel van het jaar, ter afwisseling van hun leven in Amsterdam.

In zijn boek bereidt Benali zijn dochter voor op de verwarring die ze over haar achtergrond kan voelen. Hij zag daar iets van bij Volkskrant-redacteur Nadia Ezzeroili, die schreef dat de Hollandse droom een deceptie is omdat er een onhaalbare voorwaarde aan vastzit: dat niemand iets van je afkomst voelt. 'Die moet je tot moes stampen, verzwijgen', meent ze.

'Welcome to the club', reageert Benali. 'Je gaat mee in de carrièremolen, je wilt ergens bijhoren, je doet je best, je brengt de noodzakelijke offers en dat is prima, maar er komt een moment dat je denkt: dit klopt niet, ik ben nu niet degene die ik wil zijn. Het is zo klein allemaal, maar het is onder immigranten een universeel gevoel.'

Het onbehagen hoort bij integratie, denkt hij, maar is sterker geworden door de Marokkanenhaat van de laatste jaren en politici die het vuur opstoken. 'Zo veel jongens en meisjes die in de Kalverstraat lopen, hebben dit soort vragen: wat moet ik met mijn afkomst, wie ben ik? Het is potverdorie mijn plicht mijn dochter te laten zien hoe ze hiermee moet omgaan.' Zijn advies is simpel: laat je niet gek maken, omarm alle invloeden die in je huizen.

Hij vond het bevrijdend dit te schrijven. Niet langer laat hij anderen bepalen wanneer hij iets over Marokko of Marokkanen mag zeggen en in welke zin. En dat hij zich door zijn openhartigheid kwetsbaar opstelt, interesseert hem geen bal. 'Heel mooi', zegt hij nogmaals over de verwekking van Amber - ook dat die uitgerekend plaatsvond in Tanger.

Abdelkader Benali: Brief aan mijn dochter. De Arbeiderspers, 15 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.