'8x VIOOL, 4X TROMPET, 1 FRENCHHORN (OF 2)'

Popduo Bauer oefent voor zijn grootste muzikale project. Mét het Metropole Orkest. 'Jullie denken in coupletten en wij in maten.'..

Er klopt iets niet. Elke keer als het achtergrondkoortje het refrein van Blissfully Up zingt, lopen de laatste paar zinnen uit de maat met de pianobegeleiding.

'Ja, er staat wel in de partituur dat het een drieëneenhalfkwarts maat is, maar misschien moet dat toch anders.' Terwijl arrangeur Martin Fondse zich in zijn gefronste voorhoofd terugtrekt om te bedenken hóe het dan anders zou moeten, klapt Berend Dubbe, de ene helft van popduo Bauer en componist van het opgewekte Blissfully Up het ritme voor zichzelf. Suggestie: 'Misschien eerder een zevenachtste.'

Fondse: 'Mmm . . . nee . . . Dan toch meer een alternerende drie- en vierkwarts.'

Het achtergrondkoortje - vier geronselde leden van het Nederlands Kamerkoor - proeft en probeert, ieder voor zich. En in een achterkamertje van een Amsterdamse galerie klinkt het onzekere geroezemoes van leerlingen die elkaar zingend overhoren maar van wie niemand nog het goede antwoord heeft. Totdat een van de koorleden wijst op een eigenaardigheid in Fondses partituur. Er staat een zestiende noot waar een achtste moest staan. Opluchting in het achterkamertje. Fondse corrigeert meteen de fout in een meegebrachte laptop.

Nog een week en twee repetities met orkest te gaan voordat het grootste muzikale project van Bauer, The Bauer Melody of 2006, wordt vertolkt. Deze keer niet slechts voor heren- (Berend Dubbe) of damesstem (Sonja van Hamel) en een keur aan jarenzeventig-keyboardcuriosa (mellotron, minimoog of harpsichord), maar een suite van Bauerstukken die speciaal geschreven of gearrangeerd zijn voor orkest (het Metropole).

Dubbe heeft thuis op zijn 20-inch iMac een 'boodschappenlijstje' waarop staat: '8x viool 1, 6x viool 2, 4x trompet en 1 flugelhorn, 1 frenchhorn (misschien 2) etc.' Dubbe: 'Het is wel zo handig te weten wat je tot je beschikking hebt. Een zestigkoppig orkest at your fingertips voelt toch even iets anders aan dan een bandje.' Vooral als je nog nooit eerder muziek hebt geschreven.

Van Hamel en Dubbe componeerden hun melodieuze kamerpopliedjes puur op muzikaal gehoor en op een keyboard die met een verzameling dvd's en software zichzelf kan vermommen als een willekeurig instrument uit een symfonisch orkest.

Van Hamel: 'Zo krijgen we alvast een indruk hoe het gaat klinken met een echt orkest.' Maar voordat een heel muziekensemble de taak van de computer kon overnemen, moest alle muziek worden omgezet in notenschrift. Componist/arrangeur en goede vriend Martin Fondse heeft het in anderhalve maand voor elkaar gebokst.

Zo nu en dan zijn er hobbeltjes. Van Hamel, tijdens de koorrepetitie: 'Hier meer ''oeoeoe'' dan ''mmmm''. Dun beginnen en glijen hè!'

Vier maal een vragende blik.

Dubbe duidt (met aangezet Amsterdams accent): 'Wij noemen het glaaie. Jullie noemen dat glissando.' En er is een probleempje. Het couplet van Blissfully Up moet aan het eind herhaald worden. Had de arrangeur van niemand doorgekregen.

Van Hamel: 'Dat kan je toch zo veranderen in de partituur, een extra couplet erbij?' Maar dat is een misvatting.

Fondse: 'Jullie denken in coupletten en wij in maten. Ik moet nu alles acht maten opschuiven, en ook voor het orkest het arrangement helemaal veranderen.'

Uit de schuldbewuste stilte maakt zich een stemmetje los. Van Hamel: 'Sorry Martin.'

Fondse grinnikt een beetje, zucht theatraal en verruilt de piano weer voor de laptop.

Jaren geleden al werd de kiem gelegd. Dubbe en Van Hamel zagen de Britse band Divine Comedy met orkest optreden. De weelderig gearrangeerde pop van frontman Neil Hannon flirt met de Britse music hall-traditie van Noel Coward en de theaterliedjes van Kurt Weill.

Bauer wilde ook wel een orkest. En alsof hun gebeden werden verhoord, werden Dubbe en Van Hamel anderhalf jaar geleden voor een compositie-opdracht benaderd door het grensoverschrijdende muziekfestival Cross-linx. Dubbe: 'Maar dat zou binnen een jaar af moeten, wat te kort dag was.'

Van Hamel: 'We wilden het secuur doen, dus hebben we het uitgesteld.'

Het moest een soort muzikale melange worden van jaren vijftig musicals en Pet Sounds van The Beach Boys. Oervoorbeelden: Singing in the rain, Meet me in St. Louis. Maar denk ook aan de melancholie van Scott Walker, denk aan dramatische popsymfonieën als Mac ArthurPark. Voeg daaraan toe Hitchcocks vaste filmcomponist Bernard Hermann; van later datum: collega Lalo Schiffrin; of van nu: Danny Elfman die de soundtrack verzorgde voor Charlie and the Chocolate Factory. Vul dat aan met een liefde voor de puur esthetische kant van muziek, en je krijgt een ongebreidelde melodieuze weelde waarin je als luisteraar kunt loungen.

En om het helemaal compleet te maken: de titel The Bauer Melody of 2006 verwijst rechtstreeks naar de musical The Broadway Melody of 1936. In het Muziekcentrum van de Omroep (MCO) in Hilversum komen nog meer associaties voorbij. Het agressieve koper en de jachtige strijkers van I'm no prototype roepen beelden op van Amerikaanse politieseries uit de jaren zeventig waarin rechercheurs in een nerveus gemonteerde leader door straten scheuren, in helikopters vliegen of anderszins doortastend bezig zijn.

'Beautiful!' Vince Mendoza, dirigent van het Metropole Orkest, is tevreden. In studio 3 van het MCO worden alle stukken van The Bauer Melody tijdens een eerste integrale repetitie gespeeld. Nog twee dagen tot de première.

Arrangeur Fondse zit voor het orkest als direct aanspreekpunt voor de dirigent. Dubbe en Van Hamel zijn getransplanteerd tussen de vleugel en het koor. Hij bedient zijn meegebrachte schatjes minimoog en mellotron, zij gaat over de samples. Zo'n centrale positie in het orkest biedt voordelen voor de communicatie. Op de momenten dat de taal tussen klassieke wereld en popblok tekort schiet, is er nog altijd virtuoos handen- en voetenwerk: Dubbe trommelt op zijn bovenbenen om de vereiste swing in een bepaalde drumpartij aanschouwelijk te maken.

Hier wordt van een es een e gemaakt, daar verandert mezzo piano in piano en wellicht willen Dubbe en Van Hamel wat meer Chicago-attitude bij de blazers in Snow in Spring? De componisten kijken vragend naar de dirigent. Mendoza imiteert een trombone die met bigband-bravoure een frase de studio in slingert. 'Ja, doe maar.'

En 5, 6, 7, 8 . . . De dirigent tikt af. 'Laat je niet meesleuren door de dynamiek.' Nadat Dubbe a cappella heeft ingezet voor It's getting better, krijgt hij versterking van overenthousiaste strijkers die - don't get excited! - naar Mendoza's smaak toch echt luider dan piano spelen - 'Don't Get Excited!!' - en een iets te gehaast achtergrondkoor dat te veel stuwt. Mendoza, baton als baken boven een woelige zee, seint naar het kooreilandje: 'Ik voel dat jullie me aan het pushen zijn.' Dan, als het weer eb is geworden: 'Wees niet bang om ritmisch een beetje achterover te leunen. Dat klinkt hipper.'

Onwennig, dit? Nee hoor, de dirigent vertelt tijdens de koffiepauze dat hij, net zoals het Metropole Orkest waar hij sinds kort chefdirigent van is, gewend is om ook popmuziek te spelen. 'Het enige verschil zit hem in de benadering. Je focust meer op de teksten, de ritmesectie en de manier waarop de zang combineert met het orkest.' Wat dat laatste betreft, bespeurt hij nog wat onwennigheid bij de koorleden. 'Klassiek getrainde zangers mogen niet blijven hangen, maar moeten zich juist heel strak aan de maatverdeling houden. Je hoort het meteen als ze pop zingen. Het is niet hun moedertaal.'

Mendoza heeft de knoop doorgehakt. Na de break kondigt hij een extra repetitie aan voor percussie en koor.

Dubbe wil weten of het qua timing een beetje klopte.

Mendoza: 'Nee.'

Dubbe: 'O.'

Mendoza: 'Maar we doen het gewoon opnieuw. Iedereen quiet. Vanaf maat 58. En 5, 6, 7, 8 . . .'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.