Ruimtetelescoop Lisa is werkelijk kunst-met-een-grote-K
Twaalf miljoen. Dat is de Nederlandse bijdrage die onderzoeksfinancier NWO heeft vrijgemaakt voor Lisa, de eerste ruimtedetector voor zwaartekrachtgolven, zo werd deze week bekend. Het apparaat moet ergens na 2035, bivakkerend in het kosmische, speuren naar het minieme getril van ruimte en tijd, veroorzaakt door krachtige gebeurtenissen diep in de ruimte.
Op aarde hebben we daarvoor momenteel al Ligo in de Verenigde Staten en Virgo in Italië. Die kunnen golven betrappen, veroorzaakt wanneer bijvoorbeeld twee zwarte gaten op elkaar knallen. Of wanneer twee neutronensterren botsen, de sterk samengepakte overblijfselen van een gestorven ster, waarvan één theelepeltje al ongeveer zo veel weegt als de Mount Everest.
Lisa wordt straks gevoelig voor zwaartekrachtgolven die wat langzamer trillen, niet veroorzaakt door het geweld van een rappe botsing, maar door voorwerpen die trager in de ruimtetijd roeren. Op die manier kan het instrument straks bijvoorbeeld de deining voelen, veroorzaakt door een ster die verstrikt raakt in de gedenkwaardige zwaartekracht van een superzwaar zwart gat in het centrum van een sterrenstelsel.
Wanneer wetenschappers de maatschappij om geld vragen, zoals bij Lisa, moeten ze ook steevast vertellen waarom die investering nuttig is. Logisch overigens. Het is een vraag die ik als journalist ook geregeld stel, belast als ik ben met de taak de macht te controleren, inclusief de macht van wetenschappelijke bolwerken. Je wilt immers wel dat die ‘onze’ miljoenen een beetje slim besteden.
Tegelijkertijd schuilt in die vraag iets tegenstrijdigs. Goed fundamenteel onderzoek heeft immers óók intrinsieke waarde. Zelf vergelijk ik dat graag met kunst. Wanneer we tientallen miljoenen steken in de aanschaf van bijvoorbeeld een Mondriaan, zijn er genoeg mensen die beginnen te brommen over elitaire hobby's, maar bestaat de verdediging uit een beroep op de ontastbare culturele waarde. Niemand zal vragen – of beweren – dat zo’n schilderij op termijn ook je computer sneller laat rekenen.
Aan wetenschappelijk onderzoek kleven zulke verwachtingen in de bredere maatschappij vaak wel. Alleen is dat meestal onterecht. Een diepere kennis over trillingen ver in het kosmische leidt er op de korte termijn niet toe dat auto’s sneller gaan rijden of dat fabrieken efficiënter gaan draaien. Het helpt honger en oorlog de wereld niet uit. Wat het wél oplevert is kennis. En de schoonheid van die kennis.
Waar de een bij schoonheid denkt aan een creatie van olieverf, tape, papier, houtskool en potlood op een ruitvormig doek, zoals bij Mondriaans beroemde Victory Boogie Woogie, denk ik daarom liever aan de sierlijke dans van die toekomstige ruimtetelescoop. Eentje bestaand uit drie losse ruimteschepen waartussen – over een afstand van 2,5 miljoen kilometer – laserstralen heen-en-weer kaatsen. Stralen die desondanks precíés die ene kleine lens moeten raken, aan de buitenkant van het schip. Een huzarenstukje dat vergelijkbaar is met het schieten van een laserstraal vanuit Nederland op een dubbeltje dat acht seconden geleden is losgelaten van de top van de Eiffeltoren. Dat is pas kunst-met-een-grote-K.
Lees ook
Geselecteerd door de redactie