Column Chris Oostdam

Zwemmen of een klimtocht, het kan best, maar soms is het beter om met een boek op de camping te blijven

Chris Oostdam, rechter te Assen, schrijft elke week over haar leven als terminaal longkankerpatiënt.

Vorige week schreef ik over een moment tijdens onze vakantie dat het niet goed ging, maar er waren gelukkig ook veel momenten waarop het wel goed ging.

Op de eerste camping, in Luxemburg, hebben ze een prachtig verwarmd zwembad. Daar heb ik deze camping ook op uitgezocht. Ik zwem graag, en regelmatig; voorheen één à twee keer per week. Voor het eerst sinds ik ziek ben, trek ik mijn badpak aan en zet mijn brilletje op om een paar baantjes te trekken. Dat valt niks tegen, en ik vind het heerlijk.

Op de volgende camping lopen we naar het nabijgelegen stadje. Het is niet zo ver, maar, zoals zo vaak in Frankrijk, is het niet alleen heen en weer, maar ook op en neer. Het is een stevig klimmetje, in de brandende zon. Ik loop rustig, bepaal mijn eigen tempo. We drinken wat op een terrasje, Ronald laat zijn haar knippen bij de lokale kapper (‘coupe tondeuse pour monsieur’), en met een omweggetje lopen we weer terug naar de camping.

Ook in Straatsburg gaat het goed. Toen de camping een paar dagen daarvoor vol bleek te zitten, heb ik gelijk gereserveerd voor nu. Het is nog steeds stralend weer. Ik koop in de kathedraal Notre Dame de Strasbourg, een beschermengeltje voor een vriendin die de volgende dag een pittige operatie moet ondergaan. Stiekem, achter mijn rug, koopt Ronald een beschermengeltje voor mij. Het levert een emotioneel momentje op in de donkere, koele kathedraal, die ondanks de vele toeristen verrassend stil is.

’s Middags stappen we op een rondvaartboot. Het grijzehoofdengehalte wordt iets getemperd door de aanwezigheid van een schoolklas. Ik verwonder me, niet voor de eerste keer, over het beperkte concentratievermogen van de jeugd, die al snel begint te klieren. De rondvaart is een stuk minder oubollig dan ik had gevreesd. Het is leuk om wat meer over deze stad met haar roerige geschiedenis te horen en  over de gebouwen waar we langs varen. Ik hoop na dit tochtje weer wat energie te hebben, maar dat valt tegen. Het is gewoon genoeg voor vandaag.

De volgende dag merk ik dat ik het wat rustiger aan moet doen, en dat weer een dag lopen geen optie is. We gaan met de fiets naar de andere kant van de stad, waar de gebouwen van de Europese Unie bij elkaar staan. We lunchen in het nabijgelegen Parc de l’Orangerie, het park met de ooievaars, en fietsen langs de andere kant weer terug. De zadelpijn de volgende dag heeft niet zozeer te maken met mijn ziekte als wel met het feit dat het zeker een jaar geleden is dat ik zo’n flink stuk gefietst heb.

Op de laatste camping, net onder Luik, doen we het rustig aan. Het is koeler en het regent af en toe, maar dat is na al die warmte niet naar.

Elk moment waarop ik aanvoel: ik zit aan mijn grens, nu moet ik het rustig aan doen, laat ik het vandaag maar bij lezen houden, voelt als een kleine overwinning.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.