'Zwarte Nederlandse kunst is een verzinsel'

Het is idioot om een kunstenaar louter en alleen op zijn huidskleur te selecteren. Het moet gaan om de kwaliteit van de kunst.

Een kunstwerk op de Biënnale van Venetië. Beeld getty

In het Volkskrant-interview (15-07-2011) van Bob Witman over de tentoonstelling in het CBK Zuidoost te Amsterdam, worden nogal wat historische fouten gemaakt. Curator Charl Landvreugd heeft een tentoonstelling samengesteld waarvoor hij kunstenaars op hun huidskleur selecteerde. Die kleur staat volgens de curator voor een specifiek soort Nederlandsheid dat ter vergelijken zou zijn met een provinciale Hollandse identiteit. Zwarte mensen zijn volgens Landvreugd hetzelfde als Brabanders, Friezen enzovoorts.

Als er een tentoonstelling gemaakt word waarin de Brabander centraal staat, waarom niet een waarin de zwarten centraal staan?, vraagt hij zich af. En dat is niet alles. Nee, de curator, gespeend van enige zelfreflectie, heeft een provinciale visie. Hij beseft dat dat lokaal is en verbind die aan iets internationaals. Ten eerste zegt hij dat Nederland een land van racisme is, en om zijn boude stelling kracht bij te zetten komt hij met een aantal bewijzen. Als een olifant in een porseleinkast beweert hij dat Nederland nog nooit een 'zwarte' naar de Biënnale van Venetië heeft gestuurd.

Huidsspecialist
Los van het feit dat het idioot is een kunstenaar louter en alleen op zijn huidskleur te selecteren, en niet op zijn intelligentie, klopt het historisch gezien ook niet. Op de Biënnale tentoonstelling van 2003 met de titel 'We are the World' van curator Rein Wolfs, was het werk te zien van een Afrikaan. Een diepzwarte kunstenaar, zo u wilt. Zijn naam is Meshac Gaba. Daarna was de keuze van Saskia Bos voor het werk van Fiona Tan in het nationale paviljoen te zien. Dat Tan niet uit de Achterhoek komt moet een ieder toch niet ontgaan zijn? Maar waarschijnlijk past de licht bruine huidskleur van Fiona Tan niet in het zwarte hokje van de huidsspecialist Landvreugd.

Zijn kritiek op het museumwezen is ook onterecht en getuigd van het soort opportunisme waar bijvoorbeeld een politieke groep als de Partij Van de Vrijheid een patent op heeft. Waarom is er geen zwarte curator in een Nederlands museum? schreeuwt hij. Als hij iets meer gelezen zou hebben had hij kunnen weten dat de 'zwarte' intellectueel Ranti Tjan jarenlang curator was in het Centraal museum Utrecht voordat die museumdirecteur werd in Gouda.

Landvreugd profileert zich als een wereldvreemde curator die uit angst zijn keuzes maakt. Hij levert hiermee een achterhoede gevecht. Dat doet de zaak van de achtergestelde geen goed. De angst voor het onbekende is voor de culturele voorhoede altijd de belangrijkste motor geweest. Het is duidelijk dat dit verkapte ideaal: afkomst/ ras, artistiek niet gerechtvaardigd is. Ik pleit voor een kunstelite die niet door ras of afkomst bepaald wordt, maar door individuele kwaliteiten. Het groepsdenken en het 'met z'n allen gevoel' zijn niet belangrijk. Dat is de holle retoriek. Het is vruchtbaarder om een serieus kader op te zetten in deze verwarrende, turbulente, doch rijke tijden. Want wie of wat moeten we geloven als deze politieke formatie VVD-CDA-PVV achteraf deformatie blijkt? Afkomst? Sociaal milieu?

Schijndemocratie
Daar komt bij dat mensen nu kritiek mogen leveren zolang die de verdeeldheid blijft benadrukken. Als er geklaagd wordt over onrecht dan is dat des te beter voor de onderlinge verstandshoudingen. Verdeeldheid gedijt in onrust. Dat is de schijndemocratie.
Natuurlijk moet er onderscheid gemaakt worden ten behoeve van de kwaliteit. Het moet daarbij gaan om de excellentie van zwarte, witte, groene, gele, paarse en blauwe kunstenaars. Kunstenaars die in hun werk evenzoveel verschillen als overeenkomsten vertonen. Er moet een constante zijn; men dient zich te herkennen in het metaforische geheugen van de raskunstenaars, kunstenaars die niet uit angst wegrennen en zich vervolgens beroepen op hun afkomst en handige zakeninstinct. Nodig zijn: Kunstenaars die staan voor de kunst!

Alle goede kunst gaat in eerste instantie over het algemeen menselijk lijden dat niet direct gebonden is aan een bepaalde taal, cultuur of geografische indeling. Dus niet in hokjes denken. Niet generaliseren. Nee, de beeldreferenties van verschillende kunstenaars blootleggen, door ze te ontdekken en laten zien dat de sleutel tot veel vragen te vinden is in het zoeken, in de kunst zelf.

Michael Tedja is schilder, schrijver en curator.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden