ColumnEva Hoeke

‘Zozo’, zei hij taxerend toen hij bij de auto aankwam. ‘Da’s niet zo mooi’

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Omdat er iets mankeerde aan de driewieler van de Dochter (3) reden we naar de fietsenwinkel in het dorp verderop. Een vriendelijke knaap met zwarte nagels takelde het fietsje in de werkplaats omhoog en rommelde wat, drie minuten later was-ie klaar. ‘Af en toe even banden oppompen’, zei hij met een knipoog.

In het doodlopende straatje naast de fietsenzaak ging de Dochter ’m meteen uitproberen. Nou, ze spoot inderdaad vooruit. ‘Pas op!’, riep ik nog, maar daar ging ze al, hup, zo met haar fietsmandje tegen een geparkeerde auto. Ik haastte me dichterbij. Ja hoor, een kras, twee centimeter wit in zwart lak. Shit.

Ik liep meteen naar het eerste het beste huis aan de overkant om de eigenaar te zoeken. Nog voor ik had kunnen aanbellen zwaaide de deur open en stormde er een man naar buiten, waarmee de vraag of die zwarte auto misschien van hem was overbodig werd. Hij was een man over de helft, met een spijkerbroek en een wollen jumper, maar zonder mondkapje, misschien vergeten in de haast om de dader te pakken. Snel zette ik de mijne op.

‘Zozo’, zei hij taxerend toen hij bij de auto aankwam. ‘Da’s niet zo mooi.’

Hij wees. ‘Da’s een hele deuk.’

‘Waar ziet u een deuk?’, vroeg ik, want ik weet niet veel van auto’s, maar een deuk van een kras onderscheiden lukt nog net.

‘Hier’, zei hij terwijl hij met zijn hand over de zijkant streek. ‘Maar vooral deze hier.’ Hij wees op de kras. ‘Dan heb ik het al snel over 1.200, 1.300 euro, want met een beetje pech moeten ze de hele zijkant overspuiten.’ Hij keek me aan, van zeer dichtbij nu. ‘En dat ga ík niet betalen.’

Ik voelde dat ik het warm kreeg. Ik bedacht net dat het maar goed was dat de Man hier niet bij was toen de eigenaar om mijn naam en adres vroeg. ‘En je rijbewijs graag. Anders zal ik de politie erbij moeten halen.’

De polítie? Nu werd ik zelf de Man. Dit tafereel, met twee bedremmelde dochters in prinsessenjurk ernaast en een driewieler als dader, en dan over de politie beginnen – sorry, maar zag ik iets over het hoofd? ‘Ik heb niets kwaads in de zin, hoor’, stamelde ik. ‘Ik kom toch zelf naar u toe?’

‘Je zal niet de eerste zijn die gewoon wegloopt’, zei hij zonder me aan te kijken. ‘Vorige week was het ook al bingo. Nog zo’n klant van de fietsenwinkel. Zat tegen een bumper aan.’

Hij liep naar binnen, even pen en papier halen. Ik keek de gang in. Rode kerstslinger rond een spiegel, brandblusser in de hoek, trouwfoto met een dertig jaar jongere man aan de muur. Binnen hoorde ik een vrouwenstem iets zeggen. ‘Hier’, zei hij toen weer terug was. Ik wilde de post-it aannemen, maar hij hield ’m vast en wees op het 06-nummer. ‘Ik heb wel een veiligheidsnummer. Dat betekent dat je wordt geregistreerd als je dit nummer belt. Ik zeg het er altijd maar even bij, wel zo netjes.’

Ik, de crimineel, keek hem aan. ‘Mag ik vragen waarom?’

Hij, plechtig: ‘Omdat ik een veiligheidsberoep heb. Stel, iemand belt me tien keer in de cockpit. Dat vindt mijn baas niet zo leuk.’

‘Ik wist niet dat u piloot was.’

‘Conducteur’, zei hij. ‘Conducteurs hebben ook een cockpit.’

Genoeg gekletst, hij had nog meer te doen, ik kon een belletje verwachten, meestal deden ze niet zo moeilijk als het om schade ging die door kinderen was veroorzaakt. ‘Maar wat als de verzekering denkt dat ík het heb gedaan?’, vroeg ik nog.

Grijnzend: ‘Mijn buren hebben het ook gezien, dat weet ik zeker.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden