ColumnPeter Buwalda

Zoveel Engelse woorden waarvan je nog nooit gehoord hebt – onbehoorlijk veel

Soms lees ik een roman in het Engels, en dan snap ik heus wel waarover het gaat, een enkele keer zit ik er zelfs ‘helemaal in’, maar toch weet ik altijd zeker dat ik dingen mis.

‘Ik niet hoor’, zeggen zekere opscheppers die ik ken. 

‘Nee, jij niet’, zeg ik dan, waarna ik ze innerlijk neersla. (In gedachten, bedoel ik.)

Hoeveel ook opscheppers missen, verschilt ­natuurlijk van boek tot boek. Meetbaar is het niet, maar ook opscheppers zouden bijvoorbeeld kunnen turven hoeveel woorden ze per bladzijde tegenkomen waarvan ze de betekenis maar zo’n beetje gokken. Of zelf verzinnen, zoals geregeld blijkt als je toch even Van Dale raadpleegt.

Ooit pakte iemand een boek van Martin Amis uit mijn kast. Met een fraai Frans mondje zei ze: ‘Is dat wat, die Martíen Amí?’ ‘Wie?!’, zei ik. ‘Rustig maar’, zei ze geschrokken. Ze dacht dat ik heel hard en ­verbaasd ‘oui’ riep.

Echt gebeurd, maar wel terzijde, want wat ik wilde zeggen is dat ik onlangs Money probeerde te lezen, Amis’ befaamde jarentachtigyuppenroman. Per bladzijde stuitte ik op ongeveer tien woorden die ik maar half begreep, of verkeerd gokte, of maar nauwelijks tot me door liet dringen, waardoor het boek gaandeweg begon te klinken als muziek door een telefoon.

Ik stopte. Waarvan ik enorm baalde. Die kast hier staat vol met Engelse romans, één voet in het buitenland en ik open de jacht op Engelse romans, ik zou niet weten wat ik er anders zou moeten doen. En dan blijk je Martien Amí niet eens te kunnen lezen.

Maar toen was er Memrise, een app. Jan, Jets broer, die me zag knoeien met Money, kwam ermee. ‘Als je­ Engelse woorden wil ­leren’, zei hij, ‘moet je dit doen. Het is heel toegankelijk, het kost je maar een uurtje per dag.’

‘Maar een uurtje per dag’, zei ik. ‘Tiens-tiens. En hoeveel dagen?’

‘Ik doe het al een paar jaar’, zei Jan.

‘Een uurtje per dag,’ zei ik. ‘Al een paar jaar?’

‘Het werkt fantastisch. Ze gebruiken het ook op Cambridge. Het is verslavend.’

Zo herinnerde ik me woordjesstampen niet. Maar Jan studeert Engels, dus die weet wel wat goed is voor types als ik. Dus ben ik meteen begonnen, elke dag een uurtje, en het is ongelooflijk, maar het is ­inderdaad verslavend.

Jet: ‘Hallo, contact. Zit je Engels te doen, of zo?’

‘Ja… nee, wacht, bijna klaar, kom zo – even mijn rijtje afmaken.’

Zoveel Engelse woorden waarvan je nog nooit gehoord hebt. Onbehoorlijk veel. Ik heb er inmiddels tweehonderd in mijn walnoot zitten, het eindstation is een onwerkelijke woordenschat van 4.775 stuks. En dan alleen maar vreemd spul, hè. We hebben het niet over ‘bathroom’ en ‘meanwhile’, we hebben het over ‘extricate’ en ‘dilatory’ en ‘acumen’ en ‘ignominious’. Ik denk dat Henry James nog wel blij zou zijn met Memrise. James Joyce zou er helemaal kapot aan gaan, vrees ik.

Ik vertoon ondertussen bedenkelijke symptomen. De bedoeling was om achterstallige Penguin Pockets weg te werken, maar wat doe ik: andere ­Engelse boeken kopen. Ik kan nu al bijna zo goed ­Engels!

Gisteren nog heb ik een mannetje op Marktplaats ontdekt bij wie ik, even tellen, 106 eerste drukjes heb besteld. Helaas antwoordde hij vanochtend dat hij het niet aankan, zo’n grote bestelling. Hij regelt maar wat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden