COLUMNArthur van Amerongen

Zou ik verteerd worden door een vlammenzee, knetterend als een ouwe ketter?

Misschien is het een merkwaardige passie voor een papenvreter, maar ik ben dol op roomse poppenkast. Zo pelgrimeerde ik naar Lourdes, Santiago de Compostella, het Duitse Kevelaer en Onze Lieve Vrouw ter Staats in 020.  

Verder bezocht ik de Zwarte Madonna in het Poolse Częstochowa, kuste ik de Maagd van Caacupé in Paraguay en telde ik de protheses bij het graf van Saint Charbel in Libanon.

Tijdens mijn verblijf in Jeruzalem, als student en als correspondent, leerde ik de heiligdommen kennen als mijn kruis. Ter ontspanning bezocht ik vaak de graven van Jezus en de laatste rustplaats van zijn moeder in de Dormition-abdij.

Boerenbedrog natuurlijk, want het goede mensje is ten hemel opgevaren.

Ik woon bijna negen jaar in Portugal, maar was nog nooit in bedevaartsoord Fátima, één van de drie pilaren waarop mijn patrie de cœur rust: Futebol, Fátima en Fado.

Fluitend stapte ik uit op station Chão de Maçãs-Fátima (ik vond die dubbele naam geenszins alarmerend toen ik mijn treinkaartje kocht) en verlangde naar een ijskoude douche in mijn pension, gevestigd in een voormalig jongensweeshuis op een boogscheut van het Sanctuarium.

Het gehucht Chão de Maçãs lag erbij alsof de pest was uitgebroken. Even hoopte ik dat ik met mijn domme kop een station te vroeg was uitgestapt, maar de enige passant, een laveloos keuterboertje, prevelde dat dit hét treinstation van Fátima was. 

Portugese treinstations liggen vaak buiten de bebouwde kom, maar nooit op 20 kilometer van het oord waarnaar ze vernoemd zijn. Dit station wel. 

Gelukkig had ik net Jezus-sandalen van het merk Ecco gekocht en ging dus maar wandelen, in de bloedhitte. Zo kon ik mooi in de ziel van de pelgrim kruipen. 

De eerste 10 kilometer waren een eitje. Ik zong liederen van Andries ‘dudeldjo’ Hartsuiker, werd één met de natuur, maar na twee uur kwamen de blaren. Bovendien verzwikte ik mijn enkel en raakte mijn water op. In de wijde omgeving woedden bosbranden, het waaide keihard en ik was omringd door uiterst ontvlambare eucalyptusbomen. 

Mijn telefoon had geen bereik en ik meende zelfs gieren boven mijn hoofd te zien cirkelen. 

Mama vertelde mij voor het slapengaan vaak het bijbelverhaal over de profeet Elisa die door kindertjes werd uitgescholden voor kaalkop. Twee berinnen vraten de 42 jongetjes vervolgens met huid en haar op. 

Zou ook ik gestraft worden voor mijn blasfemische spotternijen en verteerd worden door een vlammenzee, knetterend als een ouwe ketter? En waar bleef snotverdomme die film van mijn leven? 

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden