ColumnAaf Brandt Corstius

Zou ik dat kunnen worden? Een op hoog niveau legoënde vrouw met leuke kleren?

Toen een vriendin vertelde dat ze had gehuild bij het programma LegoMasters, wist ik dat ik iets had gemist. Gelukkig leven we in een tijd waarin je tientallen uren competitie-Lego in een ruk kunt inhalen. Dat deed ik. En toen heb ik ook gehuild. Bij de aflevering waarin kandidaat David een zwarte kamer had gebouwd die zijn depressie verbeeldde.

Ik dacht dat het niet kon: een programma met wedstrijdelement dat níét doodsaai is. Er zijn twee soorten programma’s met wedstrijdelement. In de ene variant strijden BN’ers tegen elkaar, waarbij je nooit topprestaties zult zien, want BN’ers kunnen niet ineens heel goed dansen of wedstrijdschaatsen. Het is altijd ‘Wie schaatst het minst matig?’ In de andere variant strijden gewone mensen die wél iets kunnen. Maar ik had inmiddels genoeg tv tot me genomen waarin een bakker voor een oven lag, in paniek of zijn zandkoekjes te bruin werden.

In LegoMasters gaat het tussen duo’s die heel goed kunnen legoën en komen drie elementen samen: fanatisme, creativiteit en oprechte gekte.

We hebben het hier over mensen die thuis beschikken over een brick room – een kamer vol geordende legosteentjes. Het klinkt alsof ik dit lacherig zeg, maar ik wil dat ook. De kandidaten zijn mensen die ‘mini figs’ zeggen tegen wat wij gewone mensen ‘legopoppetjes’ noemen. Het zijn types die niet met hun ogen knipperen bij de opdracht: ‘Bouw dit broodrooster op een schaal van 1:12 in lego en bouw het minibroodrooster vervolgens om tot werkende teletijdmachine.’

De kandidaten kijken diep neer op het kopen van een set die je met een boekje bouwt – ze spreken ‘set’ ook heel denigrerend uit. Zij bouwen zelf, zonder boekje, op een middag de gehele prehistorie na, met gesculpte (legoterm) rotsen, bewegende dinosaurussen en oermensen die marshmallows roosteren. Het zijn kunstenaars. Zie je niet vaak op tv.

Aan het programma deden, vanwege de karakterstructuur die je nodig hebt voor legoën op hoog niveau, slechts weinig vrouwen mee. Gelukkig kon ik me vereenzelvigen met Lola, van het team Lola en Jan, twee bevriende exen. (‘Zij kreeg het huis, ik kreeg de lego.’ Jans citaat.) Doorgaans slaat Jan op tilt als er een blokje op de grond valt en dat gebeurt vaak. Dat maakt goeie tv.

Lola – zaterdag in de finale – blijft altijd geduldig en aardig, en ze blijft bizarre ideeën verzinnen. Ze schrikt ook niet van de opdracht ‘Bouw de industriële revolutie’.

Wat is dit voor iemand? Zou ik ook zo iemand kunnen worden? Een op hoog niveau legoënde vrouw met leuke kleren?

Jan vertelde in een aflevering en passant dat Lola’s ouders altijd tegen haar zeiden dat ze een prinses was die tussen gewone mensen opgroeide.

Die mindset heb je denk ik nodig om uit te groeien tot legokunstenaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden