The New York Times Coherent buitenlandbeleid

Zou de serieuze overkoepelende strategie van Trump zo uit zijn brein vloeien?

Donald Trump Beeld New York Times

De Trump-regering heeft haast per ongeluk een coherent buitenlandbeleid neergezet, schrijft Ross Douthat in zijn column in The New York Times.

Na twee jaar in het Witte Huis heeft Donald Trump geen duidelijke ­wetgevings­­-strategie, geen beleidsagenda en geen plan om iets te doen aan zijn impopulariteit. En hij zou kunnen worden afgezet.

Maar tegelijkertijd blijft deze regering, tussen alle binnenlandse chaos, incompetentie en politieke wanpraktijken, in haar buitenlandbeleid optreden alsof ze een serieuze overkoepelende strategie volgt. Een die coherent en plausibel genoeg is om te kunnen worden nagevolgd door toekomstige presidenten.

Deze Trump-doctrine is niet het isolationisme dat hij tijdens de verkiezingscampagne beloofde; noch is het de oorlogszucht die veel van zijn critici vreesden. Het is een doctrine van ontwarring, inkrimping en herijking, waarin Amerika probeert zijn meest idealistische verwachtingen en zijn meest onrealistische militaire verplichtingen van zich af te schudden, zijn lijst met mogelijke vijanden korter te maken, en zijn pogingen invloed uit te oefenen in de wereld te consolideren. Het doel is niet om Amerika’s eerste plaats af te staan of Amerikaanse bondgenootschappen op te geven, zoals Trumps tegenstanders vaak beweren; het is eerder om Amerika’s eerste plaats te behouden op een ­behapbare manier, en tegelijk meer energie te steken in het ­indammen van de macht en invloed van China.

Kijk naar twee acties van de ­regering-Trump deze week. Het Witte Huis besloot de oppositieleider in Venezuela te steunen en een coalitie te smeden om het dictatoriale Maduro-regime te ondermijnen. En er werd vooruitgang geboekt bij het onderhandelen van een akkoord met de Taliban, dat Amerika’s bijna 18-jarige militaire bemoeienis met dat land zou beëindigen.

Als zo’n akkoord wordt bereikt en onze troepen zich echt terugtrekken, zal Trumps persoonlijke scepsis over de interventie in ­Afghanistan een uitkomst hebben bevorderd waar veel van onze buitenlandexperts zich lang tegen hebben verzet – een eindspel met de mogelijkheid van een echte nederlaag en een volledige overname door de Taliban als prijs voor het terugdringen van Amerikaanse verplichtingen en het naar huis brengen van Amerikaanse troepen.

Tegelijkertijd valt het optreden jegens Venezuela helemaal binnen de standaardreactie van de buitenlandexperts. Proberen een linkse Latijns-Amerikaanse dictator te ondermijnen, terwijl je mooie woorden spreekt over mensenrechten is het soort beleid dat je had mogen verwachten als Marco Rubio president was geworden (die inderdaad achter de schermen een grote rol speelt).

Uri Friedman beschreef in The Atlantic hoe de strategie zich ontvouwde op on-Trumpiaanse wijze, ‘als een goed geoliede ­diplomatieke machine en gecoördineerd met bondgenoten’. Friedman vindt deze ‘normaliteit’ vreemd en hypocriet, ook vanwege Trumps openlijke bewondering voor dictators als ­Vladimir Poetin en Kim Jong-un.

Maar er is wel degelijk een zekere harmonie in deze aanpak te ontdekken. Geen enkele Amerikaanse president zou het voor het einde van de Koude Oorlog raar hebben gevonden om een interventionistische koers te ­varen in Latijns-Amerika en tegelijk te flirten met autocraten in verder weg gelegen gebieden. Sinds de Monroe-doctrine hebben de VS hun buren op het eigen continent anders behandeld dan Euraziatische machten – omdat deze landen dicht bij ons liggen en landen als Syrië en Afghanistan niet.

Deze wijze van redeneren werd opgegeven door presidenten na de Koude Oorlog, en vooral door George W. Bush, in dagen dat het erop leek dat Amerika net zo makkelijk zijn macht kon doen gelden in Kabul als in het Caribisch gebied. En ondanks de Irak-ramp hielden veel voorname Republikeinen vast aan dezelfde basishouding, waarin elk gebied ‘van cruciaal belang’ is, elke tiran een potentiële vijand, en waarin we klaar moeten staan om net zo makkelijk te vechten in Afghanistan, Syrië, Libië en Oost-Oekraïne als voor een Navo-bondgenoot.

Vergeleken met die visie, heeft de Trump-doctrine beperktere doelen. Optreden tegen jihadisme; tegengas bieden aan twee grote statelijke vijanden, China en Iran; en een harde lijn tegen potentiële bondgenoten en cliënten in Noord- en Zuid-Amerika. Maar de doctrine behelst geen ‘nation-building’ in het Midden-Oosten en geen dromen over het uitbreiden van de Navo tot in de Kaukasus. In Oost-Azië probeert het Noord-Korea’s leider te verlokken tot een soort bizarre vriendschap in plaats van Pyongyang te zien als langetermijndreiging van hetzelfde formaat als zijn beschermheer in Beijing.

De officiële Europese doelen (en dus niet Trumps anti-Navo-erupties achter de schermen) passen in het grotere doel: een sterkere militaire aanwezigheid op de Russische flank van de Navo en grotere bijdragen daaraan van andere landen. Dit is de meest plausibele manier om de westerse alliantie intact te houden terwijl de VS zich richten op China. En op de lange termijn past ook Trumps droom van een betere werkrelatie met Rusland in dit raamwerk van terugtrekking en herijking – met het grote voorbehoud dat Poetin te geïnteresseerd lijkt in ontregeling om een echte en coöperatieve detente nu denkbaar te maken.

Ik denk niet dat Trumps grote strategie zo uit zijn brein vloeit. De doctrine verschijnt als een ­organisch product van zijn quasi-isolationistische impulsen en de meer internationalistische en havikachtige meningen van zijn adviseurs. En natuurlijk zijn er zwakheden. Maar voor de verkiezingen snakte ik naar een Republikeins buitenlandbeleid dat minder op hoogmoed was gestoeld en bereid was tot minder interventies, terwijl het zich zou richten op behoud van Amerika’s eerste plek in een meer multi­polaire, door China beïnvloede wereld. Met zekere beperkingen, is dat wat Trump heeft geleverd.

Dit is een vertaalde en ingekorte versie van Ross Douthats ­column in The New York Times.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden