Zou Argentinië om zichzelf moeten huilen?

De Argentijnse paradox, de economische geschiedenis van Argentinië, is een van de populairste studie-objecten voor academici: Hoe kan een land dat honderd jaar geleden dankzij de natuurlijke rijkdommen en de enorme oppervlakte aan vruchtbare bodem tot de tien rijkste landen ter wereld behoorde zo in de versukkeling zijn geraakt?

In 1962 was het bbp per inwoner nog hoger dan dat van Oostenrijk, Italië of Spanje. Het was drie keer zo hoog als dat van Chili en Brazilië. Nu staat Argentinië met een bbp van 20duizend dollar per inwoner op de ranglijsten van IMF en de Wereldbank tussen Iran en Mauritius.

En een volgende crisis dreigt. Afgelopen vrijdag verhoogde de centrale bank van Argentinië de rente tot 40 procent met het doel te voorkomen dat internationale beleggers en de eigen bevolking massaal hun peso’s blijven inwisselen voor dollars. In korte tijd is 10 procent van de deviezenreserves verloren gegaan.

Het is een overbekend scenario: oplopende inflatie, wantrouwen in de eigen munt , politieke onrust, renteverhogingen en een faillissement waarna met een nieuwe of afgewaardeerde munt onder een volgend leider schoon schip wordt gemaakt. En meestal vervalt die – links of rechts, burger of militair – al snel in dezelfde fout.

In 2001 ging Argentinië failliet, nadat het zijn buitenlandse schulden niet meer kon aflossen. Een gedeeltelijke schuldkwijtschelding werd niet door alle obligatiehouders geaccepteerd , waardoor de onrust bleef.

Onder de vorige president, de linkse populist Christine de Kirchner, steeg de inflatie opnieuw tot 40procent. In 2014 gaf ze westerse investeerders de schuld en besloot ze zelfs de bezittingen van de Spaanse oliemaatschappij Repsol te nationaliseren. Ook voerde ze kapitaalcontroles in, waarmee het omwisselen van de eigen munt in andere valuta aan banden werd gelegd. Er kwam een exportrestrictie voor agrarische producten. Het gevolg was dat er een zwarte valutamarkt ontstond met veel hogere koersen voor dollars dan de officiële.

Eén jaar later werd De Kirchner weggestemd en kwam de centrumrechtse Maurico Macri aan het bewind met de belofte van Argentinië ‘een normaal land’ te maken door de overheidsfinanciën op orde te brengen. De kapitaalcontroles werden opgeheven en de peso devalueerde in een klap met 40 procent. Maar toch is Macri drie jaar later ook in dezelfde val getrapt als eerdere presidenten: van de illustere Juan Péron tot Isabel Péron, Carlos Menem en Christine de Kirchner. De nieuwe 100-jarige Argentijnse staatsleningen stortten vrijdag in, waarna de centrale bank de rente met 10 procentpunt verhoogde.

Argentinië zou niet alleen moeten huilen om Evita Péron. Het zou vooral moeten huilen om het feit dat het niet leert van de fouten uit het verleden.

Als het de volle potentie zou benutten – neem de talenten van Messi en Maxima –zou het weer tot de tien rijkste landen kunnen behoren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.