Zorgt een OM dat de weigering van aangeboden bescherming accepteert wel goed voor het leven van zijn burgers?

De moord op Reduan B. moet justitie ervan doordringen dat zij ook de naasten van kroongetuigen zwaar moet beveiligen.

Politie staat bij het pand waar Reduan B. is doodgeschoten, 29 maart. Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

De moord op Reduan B. – broer van kroongetuige Nabil – heeft tot veel verontwaardiging in de samenleving geleid. Ook bij het Openbaar Ministerie (OM): als de moord verband houdt met de kroongetuigeverklaringen is dat een ondermijning van de rechtsstaat. Opmerkelijk was dat het Openbaar Ministerie op de dag van de moord reeds zijn handen in onschuld waste. Er was met Nabil B.’s familie uitvoerig gesproken over de risico’s en de maatregelen die konden worden getroffen en Reduan wilde terughoudend gebruikmaken van de aangeboden maatregelen. ‘We kunnen iemand niet dwingen om beveiliging te accepteren’, aldus het OM.

Maar treft bij afwijzing van een aanbod de overheid geen blaam? Dat hangt erg af van wat precies is aangeboden.

Met kroongetuigeverklaringen kan het OM begane misdrijven, bijvoorbeeld moorden, proberen op te lossen. Maar het zal koste wat kost moeten voorkomen dat meer slachtoffers vallen. Een loodzware verantwoordelijkheid, kortom.

Wanneer de naasten van de kroongetuige als bedreigd worden aangemerkt en qua werk en sociale omstandigheden in onze samenleving zijn geworteld, kan de beslissing om een kroongetuigeverklaring te gebruiken niet alleen afhankelijk zijn van het strafprocessueel belang. Dan behoort de veiligheid van de kroongetuige en zijn naasten voorop te staan. Omdat aanslagen ook vanuit de cel kunnen worden beraamd, kan de beveiliging van bedreigde personen zeer lange tijd bestrijken.

Het recht op leven is het meest fundamentele mensenrecht. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens neemt daarbij een actieve zorgplicht aan. Als de overheid op de hoogte is of zou moeten zijn van daadwerkelijk en onmiddellijk ­gevaar voor het leven van burgers wegens het criminele gedrag van anderen, moet al wat redelijkerwijs mogelijk is worden gedaan om dat gevaar af te wenden.

Bescherming betekent het inleveren van privacy en bewegingsvrijheid en is daarom weinig aanlokkelijk. Maar zorgt een OM dat de weigering van aangeboden bescherming accepteert wel goed voor het leven van zijn burgers? De meeste artsen zullen iemand, die besluit zich uit te hongeren, niet zomaar medische hulp weigeren.

Groot punt van zorg is de wijze waarop getuigenbescherming in Nederland wordt uitgevoerd. Volgens de geldende regels kunnen voor zowel de kroongetuige zelf als zijn familie en naasten maatregelen worden getroffen, variërend van elektronische beveiliging van een woning, verzorgen van verblijf elders tot verschaffing van een andere identiteit.

Beveiliging is altijd maatwerk, afgestemd op de omstandigheden van het geval. In de aanloop daarvan zijn noodmaatregelen mogelijk. Uiteindelijk is de minister van Justitie en Veiligheid verantwoordelijk.

In de praktijk kiest het OM het uitgangspunt dat een bedreigde getuige uit zijn omgeving moet worden weggehaald, om in het buitenland, onder desnoods een nieuw uiterlijk en identiteit, een nieuw leven op te bouwen. Maar waar ligt redelijkerwijs de grens wanneer het een getuige betreft met naasten, die bij degenen die hem bedreigen ook bekend zijn? Die moeten volgens de huidige regeling ook worden beschermd. Het is ondenkbaar dat grootouders, broers en zussen en hun kinderen, kleinkinderen, vrienden en hun gezinnen naar het buitenland worden ‘verbannen’ omdat justitie hier in Nederland een strafzaak wil oplossen.

Welk familielid van een zwart schaap gaat daarvoor zijn gehele so­ciale en maatschappelijke bestaan opgeven? Mirjam Korten, die in 2015 promoveerde op getuigenbescherming, stelde dat de kans groot is dat de overheid er in zo’n geval, gezien de consequenties van het gebruikmaken van medewerking, voor zal kiezen geen gebruik te maken van de medewerking van de kroongetuige.

Als de moord op Reduan B. verband houdt met de kroongetuigenverklaringen, is voor het eerst in Nederland sprake van liquidatie van een familielid van een kroongetuige. Als het gevaar te licht is ingeschat, of de beveiligingskosten te hoog, behoort deze wrange zaak te leiden tot stevige koerswijziging in de uitvoering van getuigenbescherming. Daarbij is het een indringende vraag wat Reduan is aangeboden qua beschermingsmaatregelen. Vertrek naar het buitenland zou voor een in de Nederlandse maatschappij gewortelde ondernemer volstrekt onrealistisch zijn.

De kroongetuigenregeling is met deze zaak niet van de baan. Maar het OM en uiteindelijk de minister moeten er wel van doordrongen zijn dat gebruik van kroongetuigenverklaringen grote risico’s oplevert voor het leven van meer personen dan alleen de getuige zelf. Daarvan is (zware) persoonsbeveiliging hier te lande en alles wat daar verder bij komt kijken voor de getuige en zijn naasten de enige redelijke consequentie. Ongetwijfeld ook een kostbare consequentie, die qua uitvoering verdere professionalisering van het OM vergt.

Wordt slechts volstaan met een weinig realistisch ‘buitenlandaanbod’, dan zou dat weleens kunnen betekenen dat Nederland het recht op leven van zijn burgers schendt.

Willem Jebbink is advocaat in Amsterdam. Hij trad op als raadsman van onder meer Astrid Holleeder en Volkert van der Graaf.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden