Column Joost Zaat

Zorgalarmisme heeft betrouwbaarder cijfers nodig

Wat ben ik gelukkig dacht ik toen ik vorige week de krant uit de bus haalde: ‘97 procent van de huisartsen kon de afgelopen week een patiënt niet of pas na buitensporige inspanning verwijzen naar een gespecialiseerde zorginstelling.’ Ik behoorde die week tot de 3 procent gelukkigen die wel moppert maar die zich niet had uitgesloofd. In de loop van de dag sloten andere media zich aan bij de onheilstijding over het dreigend zorginfarct. In het pamflet dat ‘Het Roer moet om’, een actieve club huisartsen die eerder de bureaucratie in de zorg aankaartte, die dag aan de Tweede Kamer aanbood, zag ik zowaar de kop van een van mijn columns terug. Meer samenhang in de zorg zou dringend nodig zijn.

De berichten zijn gebaseerd op een enquête van ‘Het Roer moet om’. Ik had die gemist, maar 2.010 van de 11.581 huisartsen vulden die webenquête wel in. Webenquêtes zijn berucht om vertekening: je vult ze in als je iets te melden hebt, in dit geval iets ‘verontrustends’. Ionica Smeets schreef daar jaren geleden al een mooie Wiskundemeisjes-leggen-het-nog-een-keer uit-column over.

Een op de tien huisartsen had in de week van 11-16 november meer dan tien probleempatiënten gezien en 16 procent zou daardoor 5 uur per week extra bellen. De 2.010 invullers lijken waarschijnlijk niet op de 9.571 andere huisartsen. Dat vrijwel alle huisartsen in een week buitensporige inspanning moet leveren, is dus zeker een forse overschatting van een reëel probleem.

Ook het meten van de bestede tijd is een probleem. De dokter schatte die zelf. Daarbij ging het – bij navraag – niet alleen om haar tijd, maar ook die van de praktijkondersteuner. Zo’n inschatting is onnauwkeurig. Mensen zitten niet al die uren daadwerkelijk te bellen, maar ze bellen en wachten tot ze teruggebeld worden. Soms moet je dat een paar keer doen. Dan denk je al snel dat je urenlang hebt gebeld. Vorig jaar deed het Nivel onderzoek naar tijdbesteding van huisartsen, waarbij zij via sms’jes moesten aangeven wat ze op dat moment deden. Dat is veel nauwkeuriger dan zelf geschatte tijden. In 2018 besteedden huisartsen bij een fulltime werkweek van 59,3 uur 15,4 uur aan bellen over patiënten, verwijsbrieven schrijven, overleg met assistentes, collega’s en onderwijs aan huisartsen in opleiding, reistijd bij visites en ‘achterwacht zijn tijdens diensten’. De gemiddelde huisarts werkt echter 0,74 fte en dan zijn er dus 11,4 uur voor dergelijke activiteiten. Dat bijna de helft opgaat aan één patiënt lijkt me overdreven. Dat bellen over bedden en thuiszorg besteed ik overigens uit aan mijn praktijkondersteuner.

Ik erger me dood aan afschuifsystemen bij zorginstellingen, maar ik vind wel dat we niet moeten overdrijven en dat cijfers moeten kloppen. Samenhang in de zorg is er trouwens nooit geweest. In 1974 pleitte het kabinet-Den Uyl al voor meer samenhang en rond 1940 waren er voor de IJsselmeerpolders al fraaie plannen. Niks van terechtgekomen. Zorg is complexe chaos en die zal altijd blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden