COLUMNDirk poetst

Zonder tuin was mevrouw A. er allang niet meer geweest

Boekverkoper Dirk Meuleman (63) schrijft over zijn ervaringen als invalkracht in de thuiszorg. Mevrouw A. vertelt hem over het tragische lot van haar teckel.

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

Op het formulier van de thuiszorg stond ‘Roken: ja, Huisdier: nee’. Toch is de hondenmand bij het raam het eerste wat me opvalt als ik de grote woonkamer betreed. Mevrouw A. woont in een chique buurt met ruime bungalows, voorzien van een flinke tuin. Die van haar is zeer goed onderhouden, zie ik door het raam. ‘Drinkt u slappe of sterke koffie?’, roept mevrouw.

In de keuken zie ik dat het filterkoffie betreft. Handig manoeuvreert ze haar rollator tussen keukenkast en aanrecht. Ondanks haar ietwat versleten roze peignoir maakt mevrouw A. een verzorgde indruk. Het lichtelijk bol staande haar oogt decent en verraadt regelmatig kappersbezoek. ‘Ik drink altijd slootwater’, legt ze uit. ‘Maar ik kan die van u wel wat sterker maken, hoor.’ Ik heb thuis al twee koppen gedronken dus ik opteer voor slootwater.

Mevrouw is bijna twintig jaar weduwe. Terwijl ze een sigaret uit het pakje peutert vertelt ze over haar twee kinderen. Ze wonen buiten de stad. Het contact is moeizaam. Ook over haar lichaam is ze niet tevreden. ‘Het doet het niet meer’. Op het keukenblad waren mij de diverse potjes met medicijnen opgevallen. Ondertussen is er nog steeds geen spoor van de viervoeter. Nieuwsgierig geworden informeer ik naar de mand. ‘Ik krijg het niet over mijn hart om dat ding weg te doen.’

Haar geliefde Fientje, een teckel, blijkt een aantal jaren geleden tijdens een inbraak te zijn vergiftigd, en werd voor dood achtergelaten. Uiteindelijk overleefde het beestje het niet. ‘En dat allemaal voor wat stomme sieraden.’ De verontwaardiging is onverminderd groot. ‘Sindsdien heb ik wél een alarm’, vertelt ze trots. Ik moet aan Cruijffs gevleugelde woorden denken. De prachtige tuin komt ter sprake en mevrouw fleurt weer wat op. Haar lust en haar leven. ‘Anders was ik er allang niet meer geweest’, bekent ze. ‘Van mijn kinderen hoef ik niets te verwachten. De oudste komt als het mooi weer is nog wel eens aanwaaien. Dan zit hij altijd daar – ze wijst richting tuin – te lezen. Of te werken, ik weet het niet.’ Tijdens de stilte die valt hoor ik het pufje van de automatische luchtverfrisser.

Op mijn werkbriefje staat anderhalf uur boodschappen en begeleiden, dus ik informeer naar de wensen van mevrouw. ‘U bent toch wel met de fiets, hè? Want we gaan samen.’ Haar scootmobiel slingert een beetje als we op weg gaan naar het winkelcentrum. Ik fiets naast haar en hou angstvallig het verkeer in de gaten. Aangekomen bij de supermarkt overhandigt ze me een grote tas en een aanzienlijke boodschappenlijst. ‘Gaat u maar naar binnen. Ik wacht hier wel.’

Als ik met een volle tas terugkeer zie ik dat mevrouw druk in gesprek is verwikkeld met een gedistingeerde heer. Ze is buitengewoon charmant en duidelijk in haar element. Uiteindelijk nemen ze hartelijk afscheid. Ik volg mevrouw op veilige afstand richting huis; het is te druk om naast haar te fietsen. Als ik klaar ben en mijn jas aantrek spreekt ze de wens uit dat ik nóg een keer kom invallen. Bij voorkeur in de zomer. ‘Kunnen we gezellig samen in de tuin zitten, dan is-ie op zijn mooist.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden