OpinieParticipatiedemocratie

Zonder participatie in alle lagen van de democratie is een sociaal contract een lege huls

Een nieuw sociaal contract vereist participatie in álle lagen van de democratie, ook in de politieke laag, betogen Joris Backer en Marty Smits.

Premier Rutte bezoekt een wijkcentrum in Enschede. Beeld ANP

Feike Sijbesma en Kim Putters pleiten in de Volkskrant op 2 januari voor een nieuw sociaal contract. Zij herhaalden dit pleidooi op televisie (OP1, 9 januari). Ze kwamen met hun pleidooi naar aanleiding van snelle maatschappelijke veranderingen, verschillen tussen winnaars en verliezers en spanningen en onbehagen in de samenleving.

Hoezeer het ook toe te juichen is dat zij zich betrokken voelen en pleiten voor oplossingen, de route die ze schetsen is merkwaardig. In de uitwerking van hun gedachte zoeken ze de maatschappelijke organisaties op. Daar zal niemand bezwaar tegen hebben. Maar Putters en Sijbesma zeggen ook iets anders: de twee invloedrijkste Nederlanders zoeken nadrukkelijk een antwoord buiten de politiek. Het is maar een tussenzinnetje in hun oproep, maar niet zonder betekenis.

Want zonder participatie in alle lagen van de democratie − en dus ook aan de bestaande politieke infrastructuur − is een sociaal contract een lege huls. Het huis van de democratie moet meeveranderen als we Nederland in beweging willen brengen, maar dan zal het engagement van burgers zich dus óók op politieke verenigingen moeten richten.

Maatschappelijke vraagstukken

Een van onze grootste uitdagingen in de politiek ligt volgens ons juist daar. Veel mensen weten elkaar wel te vinden in het maatschappelijke domein, maar veel moeilijker wordt het om verbanden te leggen naar agendazetters. Zo kan het al te gemakkelijk gebeuren dat besluitvormers in Den Haag te lang kunnen wegkijken van grote maatschappelijke vraagstukken.

Veel veranderingen kunnen we al van verre aan zien komen: vergrijzing, technologische ontwikkeling, grenzen aan grondstoffen en ecosystemen, klimaateffecten door onze manier van leven. Gelukkig hebben we wetenschappers en instituten als de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), het Centraal Planbureau (CPB), het Planbureau voor de Leefomgeving en De Nederlandsche Bank (DNB) die kunnen voorspellen wat er op ons af komt.

Identiteitspolitiek

Terwijl het politieke debat het laatste decennium werd beheersd door identiteitspolitiek, werden grotere onderliggende vraagstukken door met name de drie oude machtspartijen in het bakje ‘te moeilijk’ gelegd, en dus genegeerd. Om uiteindelijk abrupt overstag te gaan als onmiddellijke actie onvermijdelijk is. Helaas moet dan vaak snel worden veranderd, met alle extra pijn, weerstand en haast van dien. Zo wordt maatschappelijke weerstand gemobiliseerd in plaats van participatie bevorderd.

Neem als voorbeeld vergrijzing. AOW en pensioen moeten mee veranderen wanneer we steeds ouder worden. Het was nodig dat mensen langer doorwerkten; zo betalen ze voor het genieten van steeds meer jaren AOW en pensioen. Dat vertelden al die adviesinstituten 20 jaar geleden ook al. Jaren werden verspild aan ontkenning en vertraging om dan plots versneld de pensioenleeftijd te moeten verhogen, jaren niet te indexeren en pensioenkortingen te riskeren. Terwijl we veel eerder, geleidelijk en met veel meer begrip en draagvlak hadden kunnen handelen. Een zelfde uitdaging zien we bij andere grote onderwerpen. Zoals bij het klimaat, de woningmarkt en de arbeidsmarkt.

Voor een slagvaardige democratie waar de grote vragen uitgediept, dilemma’s en uitruilen worden besproken en keuzes worden gemaakt, is breed draagvlak. Politieke partijen zijn bij uitstek die plaatsen van debat en ontmoeting die het als hun taak zien veranderingen vanuit hun idealen voor te stellen en burgers daarin mee te nemen. Verkiezingen zijn er om richting te geven, niet om erna pas grote keuzes te maken. Werkgevers en werknemers zouden die momenten vooraf moeten benutten om mede te agenderen in plaats van later te blokkeren. Met burgers, maatschappelijke partijen en prominenten die politici aanspreken wanneer zij tekortschieten. Dat kan in het stemhokje, maar beter eerder, nog binnen die partijen die zich voorbereiden op het schrijven van verkiezingsprogramma’s. Die tijd breekt weer aan. Wij hebben gezien hoe vruchtbaar dat debat kan zijn. Laat geëngageerde burgers − ook Putters en Sijbesma en hun mede initiatiefnemers van NL 2025 − zich ook melden bij de politieke partijen die bij hun idealen aansluiten. Daar kan hun bijdrage een enorm verschil maken.

Dan kunnen we eerder en dus ruim op tijd, ook politiek, over de grote onderwerpen gaan praten. Samen bedenken wat we het beste kunnen doen. Zo worden burgers meegenomen in plaats van verrast door maatregelen. Zodat we met brede steun, begrip en groot draagvlak de stappen zetten om het door Putters en Sijbesma genoemde vitale, duurzame, lerende Nederland te realiseren. In een dergelijk tot stand te komen nieuw sociaal contract moet het minder aantrekkelijk zijn voor politici om de onwelkome moeilijke boodschappen te bewaren voor het tijdstip nadat de stem al is uitgebracht door de kiezer.

Joris Backer en Marty Smits zijn voormalig voorzitters programmacommissie D66, 2006-2016.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden