Opinie

Zonder Duits en Frans redt Nederland het niet

De secties Duits en Frans vechten elkaar de tent uit, terwijl bedrijven om talenkennis zitten te springen.

Archieffoto. Beeld belga

Dit voorjaar kiest naar schatting minder dan 14 procent van de huidige derdeklassers in het havo en vwo voor het profiel Cultuur en Maatschappij, traditioneel het meest talige pakket. De laatste jaren is deze keuze in een vrije val geraakt.

De gevolgen zijn merkbaar in het hoger onderwijs. In het hbo is het zoeken naar een speld in een hooiberg wanneer je een minor Frans wilt volgen om je kennis en vaardigheden op peil te houden. In het universitaire onderwijs kun je weliswaar vaker cursussen Duits en Frans volgen, maar deze leveren meestal geen enkel studiepunt op en aan een dergelijke taaltraining hangt een duur prijskaartje.

Elke decaan weet dat derdeklassers vwo onder invloed van groepsdruk en maatschappelijke tendensen vóór aanvang van de keuzelessen al opteren voor het profiel Natuur en Gezondheid of Natuur en Techniek. Dit is in zekere zin begrijpelijk: talenkennis, buiten die van het Engels, wordt in het hoger onderwijs nauwelijks geëist en laag gewaardeerd. De dreigende afschaffing van letterenstudies aan Nederlandse universiteiten versterken het slechte imago van talenonderwijs.

In het voortgezet onderwijs wordt de druk op buurtalen zwaar gevoeld. Gedreven door concurrentie prijzen scholen luidkeels tweetalige opleidingen aan waarin volop aandacht voor één moderne vreemde taal, meestal Engels, bestaat. Ook het succes van gymnasia in Nederland lijkt ingegeven door concurrentiemotieven en verbaast menig Europeaan.

Secties Duits en Frans zijn dikwijls verwikkeld in een harde strijd met hun directie om het aantal lesuren of, erger, het voortbestaan van hun vak. De intrede van onder andere de kernvakkenregeling - waarbij vanuit overheidswege harde exameneisen gesteld worden aan de vakken Nederlands, Engels, wiskunde en rekenen - maakt dat directies uit angst voor examenresultaten de voorkeur geven aan deze kernvakken.

Tel daarbij de vrijere regelgeving omtrent invoering van nieuwe talen (zoals Spaans en Chinees) en je ziet dat secties Duits en Frans niet langer strijden voor een gedeelde missie. Integendeel, ze gaan de strijd aan met elkaar.

Dat bleek onlangs nog toen ik huiswaarts keerde na een debat met gerenommeerde vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven over de toekomst van het vak Frans. Vol ijver toonden professionals van Rabobank en Strukton door middel van schijfdiagrammen aan hoe noodzakelijk kennis van de Franse taal is, met name bij Europese instellingen en in de topsectoren van de Nederlandse industrie (watermanagement, food- en agribusiness).

Thuisgekomen werd ik via het NOS Journaal aangespoord om vooral toch het vak Duits te kiezen, eveneens vanwege het grote economische belang. Argumenten vóór werden kracht bijgezet door vertegenwoordigers van de Duits-Nederlandse Handelskamer.

De toegevoegde waarde van kennis van het Frans en Duits is ten dele te vangen in economische modellen. De Franse en Duitse taal, literatuur en geschiedenis hebben daarnaast intrinsieke waarde zonder welke de Nederlandse geschiedenis niet valt te begrijpen. Het lijkt erop dat we in de ijver om elkaar te overtuigen van het economisch nut van ieders taal een aantal zaken uit het oog verliezen.

Het wordt tijd om terug te keren naar de kerntaak van het talenonderwijs: door middel van deskundigheid, vakkennis en enthousiasme de nieuwsgierigheid van leerlingen te prikkelen om zich de talen en culturen van onze buurlanden eigen te maken.

Een herkenbare structuur en duidelijke plaats voor talenonderwijs is van belang in het voortgezet en hoger onderwijs. Geef docenten rust en ruimte om te investeren in duurzame relaties met docenten en scholen uit buurlanden zodat leerlingen daadwerkelijk in contact komen met Duits-, Engels- en Franstalige leeftijdsgenoten.

Geef scholen de middelen taalassistenten aan te nemen en contacten op te bouwen met native speakers die zorgen voor de couleur locale in de lessen. Maak dat leerlingen en studenten ondergedompeld worden in de cultuur en literaire tradities van onze buren. Zo kan liefde voor taal gedijen en ontstaat bij jonge mensen zelfvertrouwen om zich vrijelijk te bewegen in Europa. Dan vinden zij als vanzelf de weg naar het bedrijfsleven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.