Zonder de Oranjes gaat het niet

Het Huis van Oranje-Nassau als symbool van de nationale eenheid is een zorgvuldige gekoesterde mythe

De onbeschroomde manier waarop de Tweede Kamer onlangs kritiek leverde op het Koninklijk Huis zou met name voor kroonprins Willem-Alexander, verstrikt in zijn Mozambiqaanse avontuur, een waarschuwing moeten zijn. De gebeurtenissen op 30 april van dit jaar brachten een golf van sympathie voor de koninklijke familie teweeg, maar het zou een vergissing zijn te denken dat de steun voor de Oranjes onvoorwaardelijk is.

Het Huis van Oranje-Nassau als symbool van de nationale eenheid is een zorgvuldige gekoesterde mythe, zeker waar het de politieke elite betreft. Als er een constante is in de relatie tussen de ‘regenten’ en Oranje, dan is dat er eerder een van spanning dan van saamhorigheid. Waar de Oranjes er steeds op uit waren hun invloed te vergroten, stelde de politieke elite juist alles in het werk hen onder de duim te houden. Dankzij het feit dat zij er op cruciale momenten in slaagden de bevolking achter zich te krijgen, wisten de Oranjes zich te handhaven.

Stadhouders
Nederland is sinds 1815 een monarchie, maar de Oranjes maakten meer dan vier eeuwen terug al hun entree op het politieke toneel. Niet als monarchen, maar als stadhouders, publieke functionarissen in dienst van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Daar ligt ook de verklaring voor de altijd moeizaam gebleven relatie tussen de Oranje’s en de politieke elite.

Een stadhouder was oorspronkelijk de plaatsbekleder van de landsheer. Die regeerde vaak over uitgestrekte gebieden en was daardoor wel gedwongen een deel van zijn taken aan vertegenwoordigers van de lokale adel te delegeren. De functie van stadhouder werd na het afzweren van de Spaanse koning in 1581 – het Plakkaat van Verlatinghe - eigenlijk overbodig. De gewestelijke staten besloten de functie niettemin te handhaven. Zo konden zij zelf de touwtjes in handen houden.

Vertekend

Voor de stadhouders had dit tot gevolg dat zij hun macht steeds opnieuw moesten bevechten. Het beeld dat de geschiedenis heeft overgeleverd, is sterk vertekend door de eerste stadhouder, prins Willem van Oranje, de grondlegger van de Nederlandse onafhankelijkheid. Reeds onder zijn zoon, prins Maurits, traden de eerste spanningen aan het licht, culminerend in een machtsstrijd tussen de succesvolle legeraanvoerder en de diplomatiek begaafde landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt, pleitbezorger van een bestand met Spanje. Maurits speelde het hard en liet zijn voormalige bondgenoot in 1619 in een showproces ter dood veroordelen.

Staatsgreep
De ster van de Oranjes steeg hierna snel, totdat Willem II – zoon en opvolger van stadhouder Frederik Hendrik - zijn hand overspeelde toen hij door middel van een staatsgreep de regenten voorgoed probeerde uit te schakelen. Kort daarna (in 1650) overleed hij aan de pokken, een paar dagen voor zijn zoon, de latere Willem III, werd geboren. De regenten zagen hun kans schoon en plaatsten het kind onder voogdij van de staat en besloten het land voortaan zonder Oranje te besturen; het Eerste Stadhouderloze Tijdperk.

De prinsgezinden legden zich nooit helemaal neer bij deze nieuwe realiteit en probeerden waar mogelijk de bevolking tegen de regenten op te zetten. Zij zouden echter nog tot het ‘rampjaar‘1672 moeten wachten, toen de Republiek door bijna al zijn buren werd aangevallen. Het gemor nam nu snel toe. De landsverdeding zou door de regenten ernstig zijn verwaarloosd en het volk riep om de terugkeer van Oranje. Zo maakte Willem III alsnog zijn opwachting en werd hardhandig afgerekend met het oude bewind, getuige de gruwelijke dood van raadspensionaris Johan de Witt en zijn broer Cornelis.

Willem III stierf in 1702 kinderloos waarna wederom werd besloten zonder de Oranjes verder te gaan; het Tweede Stadhouderloze Tijdperk. Het was opnieuw een buitenlandse dreiging, door Frankrijk, die in 1747 hun terugkeer mogelijk maakte. De Republiek was toen al over zijn hoogtepunt heen, om onder stadhouder Willem V in een sfeer van heftige verdeeldheid tussen voorstanders van politieke hervormingen – de Patriotten - en behoudende prinsgezinden tenonder te gaan.

Einde

De invasie door Frankrijk in 1795, gevolg door de stichting van de Bataafse Republiek, maakte een einde aan het tijdperk van de stadhouders, maar niet aan de dynastie van de Oranjes. De zoon van Willem V besteeg na het einde van de Franse bezetting als koning Willem I als eerste de troon van het nieuw gevormde koninkrijk. Het was ook toen dat er behoefte ontstond aan een herbevestiging van de Nederlandse identiteit. In een land dat tot 1795 nooit een eenheidsstaat was geweest, waren de Oranjes het geschikte bindmiddel bij uitstek, al werkten Willem I, II en III daar niet altijd van harte aan mee.

Voor zover Willem IV hoop kan putten uit de geschiedenis: met de Oranjes ging het vaak niet, maar zonder hen ook niet.

Willem de Bruin

Zie ook vk.geschiedenis.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden