Zonder Britten wordt EU een stuk armer

In de Britse verkiezingen van 7 mei speelt een vertrek uit de EU een grote rol. Andere lidstaten kunnen zo'n Brexit voorkomen door de banden met de Britten aan te halen.

Nigel Farage van UKIP bij een kunstwerk dat is geïnspireerd op de foto van Amerikaanse soldaten die het Japanse eiland Iwo Jima na bittere strijd hebben veroverd. Beeld null
Nigel Farage van UKIP bij een kunstwerk dat is geïnspireerd op de foto van Amerikaanse soldaten die het Japanse eiland Iwo Jima na bittere strijd hebben veroverd.

Europa heeft een Brits probleem. Al ruim een jaar wordt er in andere EU-hoofdsteden uitgebreid gesproken over de mogelijkheid van een Brexit (Britse exit) en premier David Cameron heeft de Britten toegezegd dat hij nog voor 2017 een referendum zal houden over het Britse EU-lidmaatschap. Wat speelt er in die discussie? Hoe belangrijk is die voor de EU? En wat kan de rest van de EU er eigenlijk aan doen?

Het is een wijdverbreide misvatting dat Groot-Brittannië een unieke eurosceptische bevolking heeft die niets liever wil dan uit de EU stappen. Het Britse volk verschilt niet zoveel van dat van andere lidstaten: zelfs na een jaar van intensieve berichtgeving over een Brexit vindt maar 17 procent van de Britten Europa een belangrijke zaak. Groot-Brittannië wijkt alleen af op het niveau van het establishment: eenderde van de parlementariërs van de regerende Conservatieve Partij wil uit de EU stappen en hun zorgen worden gedeeld door sommigen bij de media en het Britse bedrijfsleven. Simpel gesteld: de Britse euroscepsis is een project van de elite.

Het geniale van het eurosceptische deel van de elite is dat het erin is geslaagd dit eliteproject van een populistisch trekje te voorzien. Dat is het grootste wapenfeit van Nigel Farage, de charismatische leider van de UK Independence Party (UKIP). Hij heeft de Europese kwestie teruggebracht tot het thema grensbewaking en migratie (daarbij geholpen door het feit dat de regering had voorspeld dat er na de uitbreiding van de EU maar 13 duizend Oost-Europeanen zouden komen. In feite hebben er zich 1,5 miljoen in het Verenigd Koninkrijk gevestigd).

Mark Leonard is directeur van de European Council on Foreign Relations. Beeld null
Mark Leonard is directeur van de European Council on Foreign Relations.

Euro redden

Dat de UKIP dit zo goed heeft aangevoeld, heeft dan weer wel de leiders van de politieke middenpartijen nader tot elkaar gebracht, zodat ze nu meer pro-EU en pro-hervormingen zijn. Ook de gemiddelde kiezer is ervan geschrokken en heroverweegt zijn flirt met de Brexit (uit recente opiniepeilingen blijkt dat 45 procent in de EU wil blijven en 35 procent eruit wil stappen - dat is de hoogste pro-EU-marge in jaren). Het Britse referendum over de Schotse onafhankelijkheid heeft echter laten zien hoe moeilijk het voor de ja-kant is om een campagne te voeren die is gebaseerd op het afwegen van risico tegen hoop, van economisch voordeel tegen zelfbestuur en van het elitaire bedrijfsleven tegen populistische krachten. Net als in Schotland zal de 'toch maar beter samen'-kant ongetwijfeld tot de conclusie komen dat ze meer kans hebben om te winnen door hervormingen in het vooruitzicht te stellen dan de status-quo te verdedigen.

Moeten andere lidstaten zich zorgen maken over het vooruitzicht van een Brexit? Sommige hebben geopperd dat een Britse exit de belangrijkste hindernis uit de weg zou ruimen voor de politieke unie die nodig is om de euro te redden. De Britse regering heeft zich echter neergelegd bij een positie op de derde rang van een Europa met meerdere versnellingen en zal zich waarschijnlijk niet verzetten tegen verdere integratie van de kern van eurolanden (zolang die éne Europese markt maar gewaarborgd is).

Op dit moment zijn het de oorspronkelijke lidstaten die op de rem staan als het gaat om verdere Europese integratie. De Franse president Hollande heeft duidelijk gezegd dat hij geen wijzigingen in het Verdrag wil en heeft zich verzet tegen pogingen om lidstaten bindende hervormingen op te leggen. Berlijn heeft alle maatregelen om financiële risico's te delen afgewezen, de belangrijke regelgeving voor een bankenunie en een energie-unie uitgehold en ook de fusie tegengehouden van defensiereuzen EADS en BAE, die tot een echte Europese defensie-industrie had kunnen leiden.

Armer en kleiner

Er bestaat een reëel gevaar dat de chaos van een Brexit leidt tot een proces van desintegratie waarbij andere lidstaten ook richting uitgang gaan. Bovendien zou het enorme onzekerheid scheppen voor de 2,5 miljoen Europese burgers van andere lidstaten die in het Verenigd Koninkrijk (VK) wonen en hetzelfde geldt voor de Europese bedrijven die miljarden hebben geïnvesteerd in de Britse economie. Een EU zonder Groot-Brittannië zal armer en kleiner zijn. Eenzesde van het bruto binnenlands product en van de begroting zou verdwijnen en ook een kwart van het defensiebudget. In een tijd waarin het machtsevenwicht aan het verschuiven is van het Westen naar het Oosten en de VS hun prioriteiten heroverwegen, zijn de kansen van Europa nog iets te betekenen op het wereldtoneel aanzienlijk groter als Groot-Brittannië deel blijft uitmaken van Team Europa.

Maar kunnen de andere EU-lidstaten hier enige invloed op uitoefenen? Het is natuurlijk aan de pro-Europa-Britten zelf om hun landgenoten te overtuigen in de EU te blijven, maar politici van andere lidstaten kunnen wel een belangrijke rol spelen door een wig te drijven tussen het pragmatisch ingestelde Britse publiek en de eurofobe elite: door de Britse regering ertoe te bewegen mee te doen aan het hervormen van de gehele EU in plaats van naar een voorkeursbehandeling te streven.

Op de eerste plaats zouden EU-leiders de Britse zorgen over migratie moeten zien los te koppelen van achterdocht jegens de euro. Hoewel EU-migranten netto bijdragen aan de Britse begroting, is er wel sprake van scheefgroei tussen de hoogte van die bijdrage en de druk op sociale voorzieningen in bepaalde regio's. De EU moet niet alleen de regels rond uitkeringen veranderen, maar nationale regeringen ook helpen financiële middelen over te hevelen naar gebieden waar de populatie in hoog tempo verandert. Een krachtig middel daartoe zou een EU-migratiehulpfonds zijn waarop plaatselijke overheden in de hele EU een beroep kunnen doen om te zorgen voor meer scholen, medische voorzieningen en huisvesting.

Banden met Britten aanhalen

Op de tweede plaats zouden andere Europese lidstaten de banden met het VK moeten aanhalen - ook al stellen de Britten zelf zich nog zo terughoudend op - door te proberen het land te betrekken bij besprekingen waarvan Groot-Brittannië op dit moment is buitengesloten. Dat geldt voor het terrein van de economie, waarbij bijeenkomsten die alleen binnen de eurozone plaatsvinden de angst onder de Britten aanwakkeren dat ze buiten spel staan bij de besluitvorming over de gezamenlijke Europese markt, maar ook over het buitenlandbeleid. Bijeenkomsten waar het Verenigd Koninkrijk niet bij zit, vormen een duidelijke belemmering voor Britse betrokkenheid. Alles wat de indruk wekt dat het Verenigd Koninkrijk geïsoleerd is en belegerd wordt, versterkt de eurosceptische boodschap dat Groot-Brittannië beter af is buiten de EU.

Ten slotte moeten meer mensen van buiten Groot-Brittannië zich uitspreken over de risico's van het leven buiten de EU. Het algemene publiek is merendeels sceptisch over uitspraken van politici, maar is wel geneigd te luisteren naar waarschuwingen van hun werkgevers over de econo-mische effecten van een Brexit. Als grote bedrijven als IKEA, Findus, BMW en de Deutsche Bank tegenover hun medewerkers, de parlementariërs en kranten in hun land hun bezorgdheid uiten, maakt dat veel concreter wat de kosten van een Brexit zouden zijn.

Het komende jaar wordt een kritisch jaar voor het Europa-debat in Groot-Brittannië. De EU-lidstaten moeten hun uiterste best doen het Verenigd Koninkrijk te betrekken bij het bedenken van constructieve ideeën om de EU te hervormen. Ook al wint Labour straks de verkiezingen, dan kunnen de andere lidstaten geen zucht van verlichting slaken en denken dat ze weer kunnen overgaan tot de orde van de dag. Als we de structurele problemen niet aanpakken, zal het idee van een Brexit toch weer de kop opsteken.

De beste reactie hierop is uiteindelijk dat we een nieuwe generatie Europeanen laten zien dat de EU het antwoord is op hun problemen in de 21ste eeuw.

Vertaling Leo Reijnen

Mark Leonard is auteur van 'Het Britse probleem en wat het voor Europa betekent', in het Engels te raadplegen op www.ecfr.eu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden