Zondagsrust en betutteling

Wie pleit voor keuzevrijheid miskent de betekenis van de zondag

Tegenstanders van de coalitie ligt het woord voor op de lippen: betutteling. Dank zij de regeringsdeelname van de ChristenUnie zou de burger op een toenemend aantal terreinen een christelijke moraal krijgen opgedrongen die zijn vrijheid zelf uit te maken wat goed of slecht is, steeds verder beperkt.

Een actueel voorbeeld is de zondagsrust en meer in het bijzonder het streven de winkelopenstelling op die dag te beperken. Een hopeloos achterhaald streven, zo lijkt het, nu de meubelboulevard zich op zondag al jaren in een grotere populariteit mag verheugen dan de kerk.

Pleitbezorgers van ruimere winkeltijden zien in de economische crisis een extra argument voor hun standpunt. Hoe meer we consumeren, hoe beter voor de economie. Waarom eigenlijk niet gewoon toestaan dat alle winkels overal en altijd open mogen zijn, zo stellen Amsterdamse ondernemers in een pamflet dat zij vorige week met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen presenteerden?

In de kritiek op dit ogenschijnlijke relict uit vervlogen tijden, wordt nog wel eens uit het oog verloren dat in het verleden niet alleen religieuze motieven een rol speelden bij de handhaving van de zondag als verplichte rustdag. De behoefte aan een vast rustpunt in de week is evenmin typisch voor de christelijke wereld. Ook joden en moslims kennen een vaste vrije dag. Het feit dat daar een religieuze invulling aan is gegeven, neemt niet weg dat de behoefte aan vast weekritme bijna universeel is.

Constantijn
Dat de joodse sabbat in de christelijke wereld als verplichte rustdag is verplaatst naar de zondag, danken we aan Constantijn, de eerste christelijke Romeinse keizer. In 321 besloot hij dat de zondag voortaan voor alle onderdanen van het Romeinse rijk – christelijk of niet – een verplichte rustdag zou zijn. Alle arbeid, behalve die op het land, was op die dag verboden. Onder christenen was dit reeds praktijk en door er een voor iedereen geldende maatregel van te maken, hoopte Constantijn het christendom voor iedereen aanvaardbaar te maken en zo de eenheid in zijn rijk te bevorderen. Het keizerlijk decreet werd vier jaar later door de kerk bekrachtigd op het concilie van Nicea.

De theoloog C.B. Posthumus Meyjes wees er op dat de zondag in de christelijke wereld altijd twee gezichten heeft gehad: een dag waarop werd geprobeerd christenen met allerlei ge- en verboden in het gareel te houden, maar ook een dag waarop iedereen een moment van rust was gegund. Voor veel mensen in de Middeleeuwen bestond het leven uit weinig meer dan ploeteren in een staat van hele of halve onderhorigheid. Op zondag werd ‘voor één dag de klasseloze maatschappij gesticht’, zo stelde hij in zijn boek over de geschiedenis van de zondagsheiliging Een dag van staken.

Sociale dimensie
De sociale dimensie van de vrije zondag vormde ook een belangrijk element in de eerste Nederlandse Zondagswet uit 1815. Hoewel in de eerste plaats werd verwezen naar de christelijke traditie – en mensen op die dag ongehinderd ter kerke moesten kunnen gaan – bevatte de wet een verbod op het verrichten van welke openbare arbeid dan ook. In een wijzigingsvoorstel uit 1886 – dat door het demissionair worden van het kabinet nooit in behandeling is genomen – werd het sociale aspect nog meer benadrukt: ‘Waar nu het individu niet bij machte is, zich altijd dien rustdag te verzekeren, is het de plicht van den Staat hem te hulp te komen.’

Genoegzame reden

Het zou nog tot 1953 duren voor de huidige Zondagswet tot stand kwam. Krachtens deze wet is het nog altijd verboden op zondag ‘zonder genoegzame reden de openbare rust door arbeid in beroep of bedrijf te verstoren’. De wet bevat tegelijk zoveel uitzonderingsbepalingen dat in de praktijk de rust in veel gemeenten ver is te zoeken. In veel bedrijfstakken is werken op zondag bovendien onvermijdelijk. Los daarvan beschermen allerlei arbeidswetten moderne werknemers tegen uitbuiting. Waarom dan nog vasthouden aan een verplichte, collectieve rustdag?

Het probleem is dat de critici van de zondag als verplichte rustdag, vooral graag anderen (winkelpersoneel) zien werken, maar zelf de zondag niet graag als een normale werkdag zouden willen beschouwen. Wie pleit voor keuzevrijheid, miskent de betekenis van de zondag als gemeenschappelijke, diep in onze cultuur verankerde rustdag. Een dag die niet alleen is bedoeld voor het vervullen van religieuze plichten, maar die ons ook herinnert aan het feit dat het leven uit meer bestaat dan werken en consumeren.

Willem de Bruin

zie http://www.vkgeschiedenis.nl/

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden