Column Heleen Mees

Zolang loonkosten niet stijgen is monetair beleid weinig effectief

In het tijdschrift Economische Statistische Berichten veegt voormalig minister van Financiën en huidig voorzitter van de International Accounting Standards Board Hans Hoogervorst de vloer aan met het rentebeleid van Mario Draghi, de vertrekkend president van de Europese Centrale Bank. Draghi’s verzekering zeven jaar geleden om ‘whatever it takes’ te zullen doen om de eurozone bij elkaar te houden en de grootschalige aankopen van obligaties op korte termijn hebben de spanningen in de eurozone verminderd. Maar het onconventionele beleid heeft volgens Hoogervorst de kiemen gelegd voor een nieuwe crisis. Bovendien zijn de pensioenfondsen het kind van de rekening doordat met de rente de dekkingsgraad daalt.

In plaats van de renteverlaging waar president Draghi vorige maand in een toespraak op zinspeelde, zou Hoogervorst het liefst zien dat de Europese Centrale Bank (ECB) met het geldbeleid een pas op de plaats maakt of, beter nog, de rente verhoogt, ‘normaliseert’ zoals hij dat noemt. Volgens de voorzitter van de International Accounting Standards Board zou de ECB minder acht moeten slaan op de inflatie en worden de risico’s van deflatie sterk overdreven. Hij bevindt zich in goed gezelschap. Paul Volcker, die van 1979 tot 1987 president van het Amerikaanse stelsel van centrale banken was, beweert in zijn memoires hetzelfde.

Maar je kunt monetair beleid alleen normaliseren als de omstandigheden ook weer normaal zijn. Hoewel de financiële crisis en de crisis in de eurozone bezworen zijn, is de macro-economische situatie dat niet. Hoogervorst heeft gelijk als hij schrijft dat het goedkope-geldbeleid van de centrale banken in de VS en in de eurozone tien jaar geleden heeft bijgedragen aan de financiële crisis, maar een belangrijker factor was China’s toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in december 2001. Dat zorgde wereldwijd voor een overschot aan arbeid waardoor de lonen van westerse werknemers niet of nauwelijks stijgen, zelfs niet nu de werkloosheid een laagterecord heeft bereikt.

De lonen in de eurozone noteerden in de eerste drie maanden de snelste stijging van het afgelopen decennium. Maar de loongroei van 2,5 procent is minder dan de helft dan de loongroei aan de vooravond van de financiële crisis. Dat de inflatieverwachting voor 2019 de afgelopen maand is gedaald in plaats van gestegen, laat zien dat de loonstijgingen niet noodzakelijkerwijs tot prijsinflatie leiden. Zolang de arbeidsproductiviteit sneller groeit dan de lonen of het inkomen verschuift van kapitaal naar arbeid, zal de loongroei zich niet vertalen in hogere prijzen. Zowel een stijging van de arbeidsproductiviteit als een herverdeling van kapitaal naar arbeid is hard nodig. Niet voor niets pleit zowel premier Rutte als de president van De Nederlandsche Bank Klaas Knot voor loonstijgingen.

Werknemers hebben in de eurozone jarenlang aan het kortste eind getrokken, deels vanwege de globalisering en anderdeels omdat uitgerekend zij de rekening van de financiële crisis gepresenteerd kregen in de vorm van hogere belastingen. Zelfs als de loongroei in de eurozone doorzet duurt het nog jaren voordat arbeid zijn achterstand op kapitaal heeft ingehaald. Om er nu voor te pleiten dat de ECB de geldpolitiek moet ‘normaliseren’ door de kortlopende rente te verhogen of de obligaties die op de balans van de ECB staan te verkopen is contraproductief.

Bovendien, de centrale banken veroorzaken de lage rentestand niet, zoals Hoogervorst beweert. Ze reageren er slechts op. Of, zoals de gouverneur van de Bank of England Mark Carney het in 2016 zo fraai zei: ‘Wij zijn acteurs in een stuk geschreven door anderen.’ Sinds 2001, het jaar dat China toetrad tot de WTO, is de rente op staatsobligaties met een looptijd van tien jaar losgekoppeld van de kortetermijnrente, het beleidsinstrument van centrale banken.

Zelfs als de centrale bank de kortetermijnrente verhoogt, zoals het Amerikaanse stelsel van centrale banken de afgelopen jaren heeft gedaan, dan stijgt de rente op staatsobligaties met een langere looptijd nauwelijks.

Zolang de loonkosten niet of nauwelijks stijgen is monetair beleid weinig effectief en is begrotingsbeleid de beste manier om inkomen van kapitaal naar arbeid te herverdelen en zo economische groei te stimuleren. Daarom is het extra goed nieuws dat Christine Lagarde de nieuwe president van de Europese Centrale Bank wordt. Als voormalig directeur van het Internationale Monetaire Fonds heeft Lagarde de beste papieren om dit hoog op de Europese agenda te zetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden