ColumnMarcia Luyten

Zolang de pleuris niet uitbreekt, is onze staat bij voorkeur niet al te daadkrachtig

Dat corona nog voor verrassingen zou zorgen, was wel ingecalculeerd. Intussen wisten we dat (nog) niet zieke mensen anderen besmetten, dat het virus zich wél door de lucht verspreidt, prima gedijt in tropische temperatuur en ook jongeren treft. Maar dat de aangekondigde, verwachte Tweede Golf maar net begint of de GGD’s hebben te weinig mankracht voor contactonderzoek, wekt verbijstering.

Het virus is grillig en zo ook het gedrag van mensen. Een van de weinige dingen waarover Mark Rutte en Hugo de Jonge controle hebben, zijn de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten. Onmiddellijk worden nieuwe onderzoekers getraind, meldde de GGD vorige week. Dat kost een week of drie. En toen zich voorgaande weken niet veel coronagevallen meldden, was men met opleiden gestopt.

Het is een bizarre demonstratie van het korte­termijndenken dat de gang van ons politiek bestuur is gaan bepalen. Ongeacht hoe omvangrijk en bedreigend de problemen in het verschiet, wij steken, heel chill, de brug pas over zodra we aan de oever staan. Als het ­water ons tot aan de lippen komt.

Al is Nederland een aaneengesloten deltagebied van grote rivieren, bij droogte dreigt watertekort. Miljarden aan mislukte ict waardoor ­Belastingdienst, UWV, SVB en Duo ­falen, het scheuren van Amsterdamse bruggen en kades, tekorten in de Jeugdzorg, stikstofoverschot dat biodiversiteit sloopt en burgers die tot de Hoge Raad tegen de staat procederen om noodzakelijke klimaatmaatregelen af te dwingen. De op het eerste oog onsamenhangende lijst heeft een gemene deler: bestuur en politiek zijn te laat.

Alleen waar het gaat om de directe strijd tegen het water, zijn we het vooruitzien niet verleerd. Eeuwen van land veroveren en ons weren tegen hoog water, zijn in ons dna gaan zitten. Verder, zolang de pleuris niet uitbreekt, is onze staat bij voorkeur niet al te daadkrachtig. Er is een onaantastbaar geloof in de markt en kritiekloze tevredenheid over onze liberale-marktdemocratie. In de rangorde van systemen wanen wij ons al drie decennia in de laatste halte voor de hemelpoort.

Deze week werpt The Economist een relativerend licht op die zelfvoldaanheid. Met een verhaal over China en de ­revolutie van Xi.

Nu we eindelijk onze naïviteit verruilen voor wantrouwen over Xi’s rücksichtsloze machtshonger, moeten we niet vergeten goed te kijken waar China zijn macht op fundeert. Want het staatskapitalisme dat al sinds Deng Xiao Ping succesvol blijkt, wordt door president Xi Jinping alsmaar bijgesteld en verbeterd. Hij maakt staatsapparaat en staatsbedrijven dynamischer en efficiënter; dwingt ze tot marktdiscipline. Particuliere ondernemingen worden onder controle van de staat gebracht, gedwongen tot partijdiscipline. Zo naderen markt en staat elkaar, allemaal omwille van China’s glorie op de lange termijn.

Die nieuwe Chinese economie bleek in de stormen van het afgelopen jaar veerkrachtiger dan Europa en Amerika. Ze is door de handelsoorlog met Amerika minder zwaar getroffen dan Trump hoopte. Ze komt beter door de coronacrisis dan het Westen. Het IMF voorspelt voor de Chinese economie 1 procent groei dit jaar, voor Amerika 8 procent krimp. Shenzen, niet New York, is de best presterende aandelenbeurs ter wereld.

Nadat Francis Fukuyama in 1992 de liberale democratie had uitgeroepen tot ideologisch de enige keuze, tot ‘Het einde van de geschiedenis’, stopte ons denken over onze ordening. Fukuyama zelf vindt intussen dat ‘socialisme zou moeten terugkomen’, want (New Statesman, 2018) ongereguleerde markten geven lelijke ongelijkheid in inkomen, welvaart en kansen. Hij zet zelfs vraagtekens bij de ideologische eindoverwinning van de liberale democratie.

Het staatskapitalisme van China, zegt Fukuyama, zou superieur kunnen zijn omdat het werkt aan welvaart en stabiliteit op de lange termijn. Precies zoals China claimt; dat kan niet met onze in korte termijn gevangen democratie.

Het kabinet begon zijn laatste parlementaire jaar met een heidag, een mooi moment om met iets meer afstand na te denken over dat prachtige, kleine land onder de zeespiegel.

Reagan en Thatcher zijn dood, de staat is niet langer op voorhand verdacht. We willen ver weg blijven van China’s totalitaire controle en ­repressie, maar planning door een sterke staat is onmisbaar om de ­liberale democratie toekomst te ­geven. Daarvoor moeten we ons eerst genezen van de verlamming van Fukuyama.

Marcia Luyten is journalist en schrijver

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden