columnJarl van der Ploeg

Zolang de oorlog duurt, waken Haagse buurtbewoners bij de vlag voor de Russische ambassade

. Beeld .
.Beeld .
Jarl van der Ploeg

Merel van Vroonhoven, lange tijd topvrouw van de Autoriteit Financiële Markten, maar in dit verhaal vooral buurtgenoot, zag tijdens een recente reis door de Baltische staten hoeveel protest er plaatsvond bij de lokale Russische ambassades. Er hingen Oekraïense vlaggen, werden kaarsjes gebrand, in een aantal gevallen had de lokale gemeenteraad zelfs de straatnaam veranderd waaraan de Russische ambassade ligt, bijvoorbeeld in de ‘Onafhankelijke Oekraïnestraat’ of in de ‘Helden van Oekraïnestraat’.

Maar in haar eigen Den Haag, nota bene de juridische hoofdstad van de wereld waar de woorden ‘Vrede en Recht’ sinds kort onderdeel vormen van het stadswapen, daar gebeurde helemaal niets bij de ambassade.

Toen ze die frustratie deelde met haar man Frans en twee van hun vrienden, Haan en Marie-Claire, besloten ze een aantal Oekraïense vlaggen te kopen, naar de Russische ambassade om de hoek te lopen en die vlaggen op te hangen. Dat was tenminste iets.

Alleen bleek de dag erna dat de vlaggen alweer weg waren. En hoewel ze direct nieuwe vlaggen ophingen, gebeurde de dag erna hetzelfde: weer was alles weg. En de dag erna opnieuw.

Vooral Frans en Haan weigerden zich gewonnen te geven en sloegen tientallen vlaggen in. Maar hoewel de ambassademedewerkers zich overdag vrijwel nooit lieten zien, slopen ze op onbewaakte momenten schijnbaar naar buiten om de Oekraïense tweekleur snel te verwijderen, met als gevolg dat er in een paar weken tijd wel veertig vlaggen werden verdonkeremaand. Soms is Rusland, misschien vandaar ook die matroesjkapop, van binnen gewoon heel erg klein.

De gigantische vlag tegenover de Russische ambassade in Den Haag, die ieder uur wordt bewaakt door een van de 93 leden van de Haagse Vlaggenwacht. Beeld de Volkskrant
De gigantische vlag tegenover de Russische ambassade in Den Haag, die ieder uur wordt bewaakt door een van de 93 leden van de Haagse Vlaggenwacht.Beeld de Volkskrant

‘Op een gegeven moment zijn we naar de gemeente gegaan om te vragen of dit zomaar mocht’, vertelt Haan. Het antwoord op die vraag was lang en ingewikkeld en bevatte woorden als ‘toestemmingsmemo’, maar het kwam erop neer dat zodra ze hun protest iedere maand formeel registreren bij de gemeente en er altijd ten minste één persoon aanwezig is bij hun ‘uiting’, het voor de Russen onmogelijk zou zijn de vlaggen te verwijderen.

Subiet kochten Frans en Haan een enorme blauwgele vlag van veertig vierkante meter die ze sindsdien elke ochtend om acht uur ‘hijsen’ (ze binden hem met touwen vast aan twee lindebomen tegenover de ambassade) en om zes uur ‘s avonds weer strijken. Tegelijkertijd begonnen de vier vrienden buurtgenoten te ronselen, omdat het vanwege hun banen onmogelijk was zelf continu bij de vlag te staan.

Je zou denken dat dat wervingsproces moeizaam verliep. In de Haagse ambassadewijken reikt het engagement doorgaans niet veel verder dan de eigen achtertuin; op het tegenhouden van een ‘dendertram’ in de straat bijvoorbeeld. Maar eerlijk is eerlijk: sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, wemelt het juist hier van de uitgeprinte A4tje’s met anti-oorlogsboodschappen erop en bleek er in vrijwel iedere straat iemand bereid zich aan te sluiten.

Uiteindelijk zijn de meeste Nederlanders helemaal niet onverschillig, merk je als je een paar uur meedraait met de Haagse Vlaggenwacht. We wonen hoogstens in zo’n veilig en welvarend deel van de wereld dat we onze goedheid en onbaatzuchtigheid soms wat ontwend lijken te zijn.

Overigens heeft het lokale karakter wel tot gevolg dat de Haagse Vlaggenwacht een van de weinige protesten is waar de eerste demonstranten van de dag in een Tesla arriveren en waaraan vooral kinderartsen, ondernemers, logopedisten en voormalig ministers van buitenlandse zaken meedoen (Jozias van Aartsen klokt ook eenmaal per week in). Maar na zes weken begint de appgroep ‘Vlaggenwacht Den Haag’, die inmiddels bestaat uit 93 leden, steeds ietsjes gemêleerder te worden.

Ze wisselen elkaar ieder heel uur af en maken dan altijd even een praatje met elkaar, bijvoorbeeld over dat ze de afgelopen tijd heus wel aan iets anders probeerden te denken, maar dat op de bodem van hun gedachten steeds maar weer diezelfde oorlog zat. En dat ze daardoor allemaal tot de conclusie kwamen: ‘Ik wil iets doen’.

Zo ook de gepensioneerde Johan van der Toorn (77), die iedere dag aanwezig is. Hoewel hij vaak alleen staat, verveelt hij zich nooit omdat de rechtvaardigheid hem gezelschap houdt. En natuurlijk omdat hij om de haverklap opgestoken duimpjes krijgt vanuit passerende auto’s, af en toe gevolgd door een stiekem middelvingertje naar dat Russische rapalje aan de overkant.

‘We gaan door zolang de oorlog duurt’, zegt hij. Hoe lang dat is, weet hij niet. Toen hij de eerste keer kwam, waren de twee lindebomen nog kaal, inmiddels staan ze vol in blad. Hopelijk is de oorlog voorbij voor die bladeren weer verdwijnen, zegt hij, maar zelfs als dat niet zo is: hier, in zijn Den Haag, zal deze vlag nooit meer alleen worden gelaten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden