COLUMNIbtihal Jadib

Zodra de term islam om de hoek komt kijken, gaat het schuren

Beeld Aisha Zeijpveld

Ik schrijf liever niet over de islam. De stemming wordt er nooit beter van en verder schiet je er niks mee op, is mijn ervaring. Sommige mensen bijten zich echter onvermoeibaar vast in het onderwerp en dat leidt een enkele keer tot indrukwekkende resultaten. Het nieuwe boek van Maurits Berger, De halalborrel, is daar een voorbeeld van. Nieuwsgierig bekeek ik de achterflap, waarop stond dat het bestemd was voor ‘iedereen die het gesprek over de islam naar een hoger niveau wil tillen’. Nou, kom maar door meneer Berger, dacht ik vermoeid.

Toen ik het boek uit had, keerde ik direct terug naar het begin om het opnieuw te lezen. Was iemand er eindelijk in geslaagd de kluwen te ontwarren waarin we sinds de moord op Theo van Gogh verstrikt zijn geraakt? Dat kan toch niet zomaar, eventjes die hele islamdiscussie ondersteboven keren, uitkloppen en weer in elkaar puzzelen tot een overzichtelijk geheel? Toch is dat precies wat Berger heeft gedaan.

Hij beschrijft treffend de irritatie en verwarring als mensen worden geconfronteerd met de islam. Zodra die term om de hoek komt kijken, gaat het schuren. Daar raak je als moslim aan gewend, net zoals je gewend raakt aan de slangenbewegingen die je maakt om onder het geschuur vandaan te komen. Als tiener merkte ik bijvoorbeeld dat mijn vegetarische vriendin niemand tegen de haren in streek als ze de ham weigerde. Ik besloot voortaan ook te zeggen dat ik vegetariër was, en dat bleek inderdaad een verbetering. Overigens ben ik op een gegeven moment daadwerkelijk vegetariër geworden, ik had het al zo vaak geroepen dat ik het zelf was gaan geloven. Maar nu met mijn kinderen begint het gekrakeel opnieuw, want kennelijk ben ik toch ‘streng in de leer’. Waarom zou ik anders mijn kinderen ‘dwingen’ om nee te zeggen tegen een onschuldig plakje worst?

Berger beschrijft twee verschillende soorten tolerantie. De ene tolerantie stelt dat alle gedragingen evenveel bestaansrecht hebben; we moeten dan allemaal inschikken om met wat passen en meten tot een onderling vergelijk te komen. Bij de tweede soort tolerantie bepaalt de meerderheid de maatstaf voor ‘normaal’ en wordt afwijkend gedrag getolereerd. Die tolerantie is dan een gunst. En wanneer je een gunst wordt verleend, moet je dankbaar zijn. Het conflict met autochtone Nederlanders ontstaat in dat geval wanneer niet alleen die dankbaarheid uitblijft, maar bovendien de ander méér wil, en het zelfs in zijn hoofd haalt onderdelen van de Nederlandse cultuur te bekritiseren.

Het is precies dat onbestemde gevoel waar ik altijd omheen probeer te dansen, maar nooit onderuit kom. Ja het is fantastisch om in Nederland te wonen, daarmee heb ik de loterij gewonnen als het aankomt op een plek in de wereld waar een baby het liefst z’n wieg wil parkeren. En ik ben heus volwaardig burger, ja eerlijk waar, kijk mij eens getrouwd zijn met een Nederlander, hoe geïntegreerd wil je het hebben? Maar als ik schrijf dat ik de muziek van Bach niet te pruimen vind, word ik teruggefloten. Wat een gebrek aan respect voor de rijke cultuur die hier voor mij klaarligt! Of als ik simpelweg, tussen de regels door, schrijf dat ik een moslim ben, krijg ik te horen dat ik dat voor mezelf moet houden. Dat ik mijn kwetsende religie niet aan anderen moet opdringen. Terwijl, ik heb nog nooit mijn religie aan een ander opgedrongen. Ik bén er gewoon. Graag gedaan hoor, niks te danken. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden