COLUMNPeter Middendorp

Zo was het virus je huis binnengekomen – via het kind van Troje, het lek in iedere gezinsverdediging

Even na tweeën kwam mijn vriendin terug in bed, ze was bij onze dochter geweest. ‘Ze heeft koorts’, zei ze. ‘Veertig graden.’ Ik kwam overeind. ‘Veertig graden?’, vroeg ik. ‘Veertig?’ Want het was best veel, vond ik; ’s middags was ze alleen nog maar verkouden geweest. ‘Ja’, zei ze en ze draaide zich om met het voornemen rustig verder te slapen.

Verdomme, dacht ik. Daar had je het. Daar stond het virus aan je deur, zo was het je huis binnengekomen – via het kind, het kind van Troje, het lek in iedere gezinsverdediging. En zo kon het ook niet lang meer duren voordat het gemiddeld 1,9 anderen zou besmetten, wat precies, zou je zeggen, als je mijn vriendin en dochter weleens hoort, het aantal mensen is dat naast het kind bij ons woont.

Dit was waar ik al een tijdje bang voor was: de vrees, die nu vast begon op te komen, voor de angst waarmee ik straks na de incubatietijd de dagen zal gaan liggen aftellen tot de grote inzinking komt – was het dag 6, was het dag 10? – en alleen al door de paniek daarover zodanig in ademstress zal raken dat ze me voor extra zuurstof met spoed naar het ziekenhuis zullen brengen.

Tot die tijd kon je niets doen, ja, ademhalingsoefeningen, ik begon er maar vast mee, en dan maar hopen dat een wakkere arts op de ic-afdeling nog net op tijd zal roepen: ‘Extra zuurstof? Deze heeft juist veel te veel! Afpompen die gast! Afpompen!’

Als ik had geweten dat er corona zou komen, was ik niet aan kinderen begonnen. In gedachten ging ik onze contactmomenten van de laatste dagen na, maar ik besefte al snel dat er weinig hoop te koesteren viel – er zat hopeloos veel geknuffel bij, veel meer nabijheid dan nodig. Waarom was ik toch ook altijd zo lichamelijk? Ze was 9, allang gehecht, en ik bleef maar knuffelen en kusjes geven. Voor dat kind was dat ook niet goed.

Zo lag ik op de toekomst te wachten, de spieren tot het uiterste aangespannen, en zo, dacht ik, ging mijn temperatuur vanzelf wel omhoog. Er bestonden hartneuroses – harten die overstuur raken omdat de dragers bang voor hartklachten zijn. Kon je eigenlijk ook een koortsneurose krijgen?

Mijn vriendin legde haar gezicht op mijn schouder. ‘Jij bent altijd meteen zo bang’, zei ze. ‘Het komt zoals het komt, en als we ziek worden, dan komt het goed, daar ben ik van overtuigd.’ Als ik Maurice de Hond was, was ik opgestaan om alle ramen en deuren tegen elkaar open te zetten, maar ik was Maurice de Hond niet en ik wilde in de slaapkamer niet te vaak over hem beginnen, dus gaf ik haar een stoot. ‘Sorry’, zei ik. ‘Niet om het een of ander, maar zou je me de andere kant op willen geruststellen? Van me af, het gezicht naar het raam?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden