GastcolumnThomas van der Meer

Zo nu en dan doet mevrouw Hofstee een poging om mij te bekeren

Gastcolumnist Thomas van der Meer. Beeld .
Gastcolumnist Thomas van der Meer.Beeld .

‘Je bent van harte welkom’, zeggen de Jehova’s getuigen die weleens bij gastcolumnist Thomas van der Meer aanbellen. Maar: ‘Ze zien niet dat ik transgender ben. Als ze dat wel zagen, zouden ze me niet uitnodigen.’

‘Dit vind ik altijd een beetje eng’, zegt mevrouw Hofstee (78). Ik takel haar met een tillift uit bed, want ze is grotendeels verlamd. Boven de rolstoel laat ik haar langzaam zakken.

‘Goed’, zegt ze, als ze eenmaal zit. ‘Waar was ik?’

‘U was aan het vertellen dat u met uw dochter in een minirok op het balkon zat, toen Jehova’s getuigen voor de deur stonden.’

‘O ja.’ Ze kijkt me guitig aan. ‘Dat zou ik nu nooit meer doen, hoor. Ik heb het over 50 jaar geleden. Ze wilden de volgende dag terugkomen en van mij hoefde dat niet, ik had mijn buik vol van religie, maar mijn dochter wilde het graag. Zo ben ik Jehova’s getuige geworden.’

Zo nu en dan doet mevrouw Hofstee een poging om mij te bekeren. Dat vind ik niet vervelend, want ze bedoelt het goed: ze wil me redden van de vernietiging. Bovendien is ze heel hartelijk, net zo hartelijk als de Jehova’s getuigen die weleens bij me aanbellen. ‘Je bent van harte welkom’, zeggen ze, en dan krijg ik een uitnodiging voor een of andere bijeenkomst.

Transgender

Ze zien niet dat ik transgender ben. Als ze dat wel zagen, zouden ze me niet uitnodigen. Dat komt door hoofdstuk 22 van Deuteronomium, het vijfde boek van Mozes, waarin staat dat een man geen vrouwenkleding mag dragen en andersom. Jehova’s getuigen zijn in de veronderstelling dat dit over transgenders gaat, met het idee dat wij ons voordoen als het andere geslacht. Ik ga een brief sturen naar het bestuur van Jehova’s getuigen om uit te leggen dat dat een misverstand is. Zelf heb ik er geen belang bij – ik wil toch geen getuige worden – maar misschien hebben anderen er wat aan.

Sommige theologen zijn trouwens van mening dat die Bijbeltekst verkeerd is vertaald. Het zou niet over kleding gaan, maar over gereedschap. Dat is nóg ingewikkelder. Eerst moeten we uitzoeken welk gereedschap voor mannen is en welk voor vrouwen – vraag me niet hoe. En als het ongeveer eerlijk verdeeld is, heb je voor veel klussen dus een man en een vrouw nodig. Dat is met de huidige geslachtsverhouding in de bouwsector onmogelijk.

Klooster

De volgende dag word ik naar een klooster gestuurd. Ik werk op verschillende locaties van een zorgorganisatie en het klooster is daar een van. ‘Je gaat bij de nonnen werken’, zegt mijn leidinggevende.

‘Nónnen?’

‘Nonnen, ja.’

Op de fiets naar het klooster zit ik me enorm druk te maken. Sommige ouderen die ik verzorg in het verpleeghuis, zijn door nonnen getreiterd. Mevrouw Hofstee ook. Ik neem me voor om die nonnen heel goed in de gaten te houden. Als ik ook maar het vermoeden heb dat een van de oudjes verkeerd wordt behandeld, bel ik meteen de politie.

Bovenaan de trap naar de deuren van het klooster bel ik aan. In de ruit van de ene deur staat ‘Alle gezag komt van God’ gegraveerd en in de andere ‘Alle gehoorzaamheid gaat naar God’. De deuren gaan open en daar staat een vrouw in een verpleeguniform. Ze heeft paars haar en haar beide armen zitten onder de tatoeages.

‘Yo’, zegt ze.

Blijkt dat ik het verkeerd heb begrepen. De nonnen zíjn de oudjes. Het klooster is verbouwd tot verzorgingstehuis en veel nonnen die er vroeger werkten, zijn er blijven wonen.

Eerst moet ik naar zuster Pancratia (91).

‘Jij bent nieuw’, zegt ze. Ze zit in haar nachthemd op de rand van haar bed.

‘Ja, zuster.’

‘Fijn’, zucht ze.

Steunkous

Zuster Pancratia kent mijn kwaliteiten nog niet. In één vloeiende beweging trek ik je een steunkous aan; ze noemen me King Kous. Bovendien heb ik een geheugen als een olifant. Alle instructies die zuster Pancratia me die ochtend geeft, voer ik de volgende dag weer exact zo uit. Het washandje hoort aan dat haakje, de handdoek gaat in de lengte gevouwen over die stang, en nog duizend van die dingen.

Op het allerlaatst ga ik toch nog de mist in. Geknield til ik haar voet op om hem in haar panty te steken.

Ze kijkt triomfantelijk op me neer. ‘Ik zou eerst de onderbroek doen’, zegt ze.

Thomas van der Meer is schrijver en werkt in een verpleeghuis. In augustus is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

De namen van personen in deze column zijn pseudoniemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden