Column Sylvia Witteman

Zo’n trouwring met een diamantje? Dat is iets voor proleten

De kleine juwelier in de binnenstad waar ik 25 jaar geleden binnen kwam lopen voor een stel trouwringen bleek inmiddels grondig beveiligd. De portier bekeek me kritisch, met mijn afgetrapte gympjes en verwaaid haar. ‘Geen vrouwtje dat voor een loepzuivere driekwadraatsbriljant komt’ zag je hem denken, ‘maar ook geen type om een handgranaat tussen het tafelzilver te mikken.’

Een mensenkenner, kortom. Inderdaad had ik een bescheiden missie, namelijk een kettinkje dat reparatie behoefde. Ik schaamde me een beetje dat ik niet met geld kwam smijten; daarom wierp ik opzichtig keurende blikken op de uitgestalde kostbaarheden, en probeerde een gezicht te trekken alsof ik best een parelsnoertje zou willen uitzoeken, alleen nú even niet, want ik moet zo lunchen met mijn accountant, ja, drukdrukdruk, hè, die feestdagen ook, práát me er niet van, en ach, kunt u dat smaragden art-decohangertje een dagje voor me apart houden? Maar goed, daar had ik dus het kapsel niet voor. Of de schoenen.

Ik moet zeggen, het personeel wist zijn teleurstelling knap te verbijten. Ik kreeg zelfs koffie, terwijl een vriendelijke, geheel met zijn vergrootglas vergroeide juwelier mijn scharrige kettinkje mee naar achter nam, om het met het kleinste nijptangetje ter wereld in het gareel te dwingen.

Terwijl ik wachtte kwam er een jong stel aan de tafel naast me zitten. Een gul met opschik behangen juweliersdame legde een rood fluwelen bak voor ze neer, vol trouwringen. Ze keken er nieuwsgierig, maar ook een beetje zenuwachtig naar, net als wij indertijd; me and my huisgenoot P.

Terwijl de juweliersdame voor de jongelui koffie tapte uit zo’n sissende en rochelende machine, betastte het meisje eerbiedig de trouwringen. Ze was een rossige, prerafaëlitische schoonheid met blosjes, in een zacht truitje. De jongen was een blonde, goed verzorgde os met een onverzettelijke elfstedentochtkop.

‘Díe is mooi...’, zei het meisje zachtjes, wijzend met een spits prinsessenvingertje. ‘En die ook... kijk, wat schattig, met zo’n klein diamantje erin...’ De jongen snoof. ‘No way dat ik met een diamant in mijn trouwring ga lopen’, zei hij hardop. ‘Dat is iets voor proleten.’ Het meisje schrok ervan. ‘Ja?’, vroeg ze onzeker. ‘Nou, díe dan... met dat randje... rood goud, dat vind ik zo mooi...’ 

‘Lize’, sprak de jongen. ‘Ik wil een gewóne trouwring. Rond, glad en geel. Ik ben geen fucking kerstboom.’

Het meisje giechelde. Een kort, angstig hinnikje.

Ik ben benieuwd of ze het halen, die 25 jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.