Zo liep ik weer naast mijn schoenen

Het was ergernis over een onzorgvuldige behandeling, een statement, geen arrogantie, schrijft Peter R. de Vries over de reden waarom hij aanvankelijk rechtsomkeert maakte bij de rechtbank waar hij zou getuigen tegen Willem Holleeder.

Misdaadverslaggever Peter R. de Vries (L) en zijn zoon Royce de Vries komen maandag aan bij de Bunker voor zijn getuigenverhoor in de strafzaak tegen Willem Holleeder.Beeld ANP

De beeldvorming was wel duidelijk: die vermaledijde Peter R. de Vries weigerde zijn schoenen uit te doen bij de ingang van de rechtbank toen hij kwam getuigen in het Holleeder-proces. De commentaren in de media logen er niet om: ik was een aansteller die zeker dacht dat hij boven de wet stond. Iedereen werd nu eenmaal gecontroleerd bij de rechtbank. Alsof ik dat niet wist. Ik ben veertig jaar misdaadjournalist en heb zonder morren – meer dan wie ook zou ik bijna zeggen – mijn schoenen uitgedaan, mijn riem afgedaan en heen en weer door controlepoortjes gelopen bij rechtbanken en gevangenissen. Dat ik mijn schoenen niet uit wilde doen, is dan ook een karikatuur van de werkelijkheid. De reden dat ik aanvankelijk rechtsomkeert heb gemaakt, is omdat ik een statement wilde maken over de bejegening van getuigen, niet omdat ik mij verheven voel boven anderen.

Eerst even wat feiten.

In 2013 ben ik thuis, in aanwezigheid van mijn (ex-)echtgenote, met de dood bedreigd door een doorgedraaide Willem Holleeder. Daar waar in het verleden vrijwel niemand meer aangifte durfde te doen − omdat de degenen die dit wel deden dit niet hebben overleefd − heb ik dat terstond gedaan.

De wijze waarop politie en justitie hiermee omgingen, liet nogal te wensen over. Ruim een jaar lang heb ik niets, maar dan ook helemaal niets, vernomen over die aangifte. Pas nadat ik zelf aan de bel heb getrokken werd ik door een officier van justitie gebeld met de boodschap dat men er nog wat mee ging doen. Uiteindelijk is Holleeder hiervoor veroordeeld en dat is ook de reden dat hij nu vastzit.

Min of meer gelijktijdig heb ik bij het Openbaar Ministerie de zussen Sonja en Astrid Holleeder binnengebracht als ‘kroongetuigen’ in het proces tegen Willem Holleeder. Een moeizame, delicate en zeer spannende exercitie, niet van gevaar ontbloot als Holleeder daar lucht van kreeg. Ook dit liep niet op rolletjes to put it mildly. Astrid Holleeder heeft er een heel boek over geschreven. Ik heb in die periode menigmaal moeten inspringen en bemiddelen omdat beloften niet werden nagekomen, deadlines niet werden gehaald, beveiliging te wensen overliet en de communicatie met de zussen onder de maat was.

Het Openbaar Ministerie wilde dat ik zelf ook zou getuigen. Daarvoor werd ik eerst gehoord door de recherche. Ik heb hier bereidwillig twee keer urenlang aan meegewerkt. Tot mijn verbazing kreeg ik mijn verklaring na het eerste verhoor niet onder ogen. Ik heb deze niet op juistheid kunnen controleren en ook nooit ondertekend. Bij het tweede verhoor heb ik hier aan het begin meteen mijn misnoegen over uitgesproken en gezegd dat ik mijn uitgewerkte verklaringen absoluut wilde zien en controleren en eventueel aanvullen. Dat lijkt mij een fundamenteel recht van een getuige. Er werd nota van genomen. Tot op de dag van vandaag heb ik die verklaringen niet te zien gekregen en heb ik geen letter meer van de recherche gehoord.

Begin 2016 werd ik samen met Astrid en Sonja Holleeder bij justitie ontboden in een geheime bijeenkomst. Er werd ons medegedeeld dat men sterke aanwijzingen had dat Willem Holleeder in de Extra Beveiligde Inrichting, waar hij gedetineerd zat, opdracht had gegeven om ons te laten liquideren en zodoende het zwijgen op te leggen. Wij mochten hier – hangende het onderzoek – ruim een half jaar met niemand over praten. Ook in deze maanden ontstonden er vele misverstanden en ergernissen bij de zussen en ondergetekende.

Terwijl ik volgens de autoriteiten dus een ‘schietschijf’ was en volop meewerkte met politie en justitie, werd ik gewaar dat ik door aanklagers van het zelfde parket in 2017 − in hun requisitoir, in het gelijktijdig lopende Passage-proces (liquidatie-proces) − naar aanleiding van een eerdere getuigenverklaring werd afgeschilderd als een onbetrouwbare getuige. Dit gebeurde op lichtvaardige en aantoonbaar onjuiste wijze. Ik heb de aanklagers hierover een uitvoerige brief gestuurd waarin ik mijn grieven beargumenteerd uiteen heb gezet. Ik heb hier nooit een inhoudelijke reactie op gehad, laat staan een excuus.

Dit is slechts een fragmentarische opsomming van een groter aantal ongelukkige gebeurtenissen en ervaringen.

Deze week was het mijn beurt om te getuigen in het Holleeder-proces. In de aanloop daarnaartoe heb ik mijn vaste contactpersoon bij de justitiedienst Bewaken en Beveiliging & Crisisbeheersing benaderd met de vraag of het mogelijk was dat ik mijn auto kon parkeren in de garage van de ‘Bunker’, zodat ik daar niet in de buurt hoefde rond te lopen en ik mij ook niet door de rij van dagjesmensen voor de ingang hoefde te worstelen. Gewoon uit veiligheid, maar ook omdat ik als getuige zo kort voor de zitting liever niet aangesproken wilde worden door Jan en alleman. Of ben ik dan weer arrogant? Ik kreeg per kerende post het bericht dat dit niet kon, omdat mijn auto ‘niet gecontroleerd’ was. Ja, ik zou zo maar een bom naar binnen kunnen rijden.

In de dagen voor mijn getuigenis heb ik mij voorbereid. Ik zou worden gehoord over een periode van meer dan dertig jaar. Hoe zou het zijn om oog in oog met Willem Holleeder te zitten? De man die mij – volgens justitie – wilde laten liquideren, die mij aan de deur al eens met de dood had bedreigd en die er officieel van verdacht werd dat hij mijn vriend Cor van Hout om het leven had laten brengen. Mensen zien mij vaak als de door de wol geverfde, ongenaakbare misdaadverslaggever, maar ik voelde wel dat de spanning zich opbouwde.

Enfin, ik ben dus op eigen gelegenheid naar de bunker gereden. Ik geef toe, ik was gespannen, nerveus voor wat komen ging. Ik heb daar in de buurt geparkeerd en ben door de regen naar het gerechtsgebouw gelopen. Daar moest ik nog even wachten eer ik naar binnen kon. Ik moest worden gecontroleerd. Geen punt. Ik deed mijn spullen in een bakje en liep door het detectiepoortje. Mijn contactpersoon van Bewaken en Beveiliging stond aan de andere kant al te wachten. Het poortje piepte nog. Ik moest terug. Normaal gesproken komt er dan even iemand met een handscanner die kijkt of er nog een knoopje of ritsluiting is dat ‘piept’. Niemand maakte echter aanstalten. ‘Schoenen uit’, klonk het.

Ik keek mijn contactpersoon en de beveiligers aan. Moest dat echt? Ik ben toch geen onderwereldfiguur die hier zijn verhaal komt doen? ‘Jongens, ik kom hier voor jullie getuigen, jullie hebben me gevraagd om hier te komen...’, zei ik. ‘We hebben u helemaal niks gevraagd’, repliceerde de beveiliger. Ik keek mijn contactpersoon van Crisisbeheersing vragend aan. Deze keek terug zonder iets te zeggen, zonder iets te doen. En keek vervolgens naar de punten van zijn eigen schoenen. Toen knapte er iets. Als het zo moet... Is het echt teveel gevraagd dat een getuige met ietsie-pietsie meer welwillendheid wordt bejegend? Ik draaide me om en zei: ‘Dan ga ik toch weer.’

Natuurlijk was het niet mijn bedoeling om niet te getuigen.

Om die reden ben ik ook teruggekeerd en heb uitvoerig, urenlang verklaard. Ook dat leverde weer bijzondere ervaringen op.

Toen er even werd geschorst, wilde ik liever in de rechtszaal blijven zitten. Ik wilde mij concentreren, focussen. Maar dat mocht niet. Ik moest de rechtszaal uit. En waar werd ik – getuige – elke pauze naartoe geleid? De ruimte waar alle pers en dagjesmensen zaten. Mensen die met mij op de foto wilden, mijn hand wilden schudden, dingen wilden vragen en zeggen.

Ik heb de hele dag getuigd. Tot half zes ’s middags. Die hele dag is mij geen kop koffie of thee aangeboden. ’s Middags werd er door de voorzitter geschorst ‘voor de lunch’. Lunch? Welke lunch? Er is in het gerechtsgebouw niets te krijgen. Het gebouw staat op een industrieterrein. Als je naar buiten gaat, krijg je bij terugkeer weer alle heisa met de beveiliging en controles. Er is mij voor de ‘lunch’ nog geen gevulde koek aangeboden. Gewoon helemaal niets. Maar Peter R. de Vries is naast zijn schoenen gaan lopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden