ColumnIbtihal Jadib

Zo langzamerhand mag het lockdowndieet best een tandje terug

null Beeld

Vrienden van ons hebben zichzelf op een streng dieet gezet, zo eentje waarbij suiker wordt gedegradeerd tot een verboden vrucht in de Hof van Eden. Mijn bewondering voor hun discipline is groot, want ze zijn al weken bezig terwijl ikzelf het nog geen etmaal zou uithouden zonder mijn geliefde boterhammen vol hagelslag. Die eet ik wanneer het maar kan, want mijn eetpatroon is het best te vergelijken met dat van een eekhoorn: er wordt de hele dag door druk gepeuzeld.

Mijn man en ik keken elkaar aan, nee, we hebben geen overgewicht en bij ons is evenmin sprake van een voorstadium van suikerziekte. Maar heel gezond eten we ook bepaald niet. Gedurende het deprimerende lockdownjaar zijn er ongemerkt behoorlijk wat zakken chips en lekkernijen het huis ingeslopen. En al dat thuiszitten met de kinderen heb ik opgevrolijkt door schalen vol chocolate-chipcookies met ze te bakken. En pannenkoeken. En wortel-, peren- en appeltaarten. Peuzel, peuzel, peuzel. Met onze buren ben ik van pure verveling een proeverij begonnen: geblinddoekt schotelden ze mij verschillende croissantjes voor om de winnende bakker aan te wijzen. We hebben ook al een uitvoerige ijsjestest gedaan en volgende week gaan we macarons keuren. Peuzel, peuzel, peuzel. Heel gezellig allemaal, maar zo langzamerhand mag het lockdowndieet best een tandje terug.

Vanmorgen heb ik dus een ei gebakken terwijl ik met een schuin oog bleef kijken naar het zoete broodbeleg. Mijn moeder heb ik overigens niet in kennis gesteld van mijn goede voornemen want die zou me genadeloos de oren wassen. Al zolang ik me kan herinneren probeert zij mij een ander postuur te geven dan de natuur voor mij bedoeld heeft en ik verdenk haar van het verlangen om mij als een Franse gans vol te mesten met een trechter tot ik de gewenste proporties bereik. Hoofdschuddend neemt ze me iedere keer op, zuchtend over de afwezigheid van volle ronde wangen. Omgekeerd probeer ik haar juist, uiterst voorzichtig, erop te wijzen dat ze misschien, enigszins, veel te dik is geworden.

Daarmee begeef ik me op glad ijs, want de universele omgangsvormen schijnen te bepalen dat je over het gewicht van een vrouw enkel iets mag opmerken wanneer zij dun is. Dan is van een belediging kennelijk geen sprake. Als de weegschaal echter de andere kant op wijst, is het zoeken geblazen naar diplomatieke bewoordingen. Ik heb mijn moeder daarom zo neutraal mogelijk gewezen op het verhoogde risico op suikerziekte. Het moment dat ik mij van dat verhoogde risico bewust raakte, was toen de verloskundige mij tijdens mijn zwangerschap had opgegeven voor een speciale glucosetest. Ik had haar verbaasd aangekeken omdat er geen enkele indicatie was dat ik zwangerschapsdiabetes zou hebben. Droogjes antwoordde zij toen: ‘Mensen met een Hindoestaanse, Turkse en Marokkaanse afkomst hebben meer aanleg voor suikerziekte.’ In mijn hoofd was ik vervolgens familieleden met diabetes gaan tellen, m’n vingers schoten moeiteloos omhoog.

Afijn, geïnspireerd door onze vrienden hebben manlief en ik de chips en ijs tegenwoordig vervangen door nootjes, rauwkost en een blokje kaas. Ook allemaal even lekker, dus het is een aanpassing van niks. Alleen die boterhammen met hagelslag, die blijven een zwakke plek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden