Opinie

'Zo kunnen we het NWO veel beter laten werken'

Schoolvorming en het mikken op haalbaarheid nekken het NWO. Dat kan beter. Bart Nooteboom heeft drie voorstellen.

Staatssecretaris Dekker tijdens de uitreiking van de Spinozapremies. NWO kent de premies jaarlijks toe aan 3 of 4 in Nederland werkzame onderzoekers die naar internationale maatstaven tot de absolute top van de wetenschap behoren.Beeld anp

Na de kritiek op het NWO en het weerwoord van NWO (de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) wil ik graag mijn bijdrage aan het debat leveren. Het onderwerp is belangrijk genoeg. Mijn oordeel is belangeloos: als emeritus hoogleraar ben ik niet meer betrokken bij voorstellen bij NWO. Ik heb de nodige ervaring.

Ik heb in het verleden voorstellen bij NWO aanvaard en verworpen gekregen. Ik was directeur van een onderzoekschool (in Groningen). Ik was lid van twee beoordelingscommissies van NWO: een voor economie/bedrijfskunde/sociologie/ruimtelijke wetenschappen en een voor een programma dat toen 'De elektronische snelweg heette'. Het kan zijn dat mijn ervaring inmiddels wat verouderd is, maar ik denk dat de problemen die ik hieronder signaleer er nog zijn. Ik erken dat het moeilijk is om met de beschikbare middelen de beoordeling van voorstellen goed te doen. Maar het kan beter. Er zijn drie problemen.

Achter het net vissen
Het eerste is dat er in de meeste disciplines verschillende scholen zijn, die vaak elkaar het licht in de ogen niet gunnen. De ene school zit in de beoordelingscommissie en de andere scholen vissen achter het net. Als enige bedrijfskundige werd ik altijd weggestemd door de meerderheid van economen met hun dogmatiek, die bedrijfskunde maar niks vinden. In de sociologie was in de commissie de rationele keuze sociologie dominant (uit Utrecht en Groningen), en dat lag goed bij de rationele keuze economen. De Amsterdamse sociologen (Historische School, 'verstehende' sociologie) visten achter het net. Een hoogleraar uit die school tekende protest aan maar daar gebeurde niets mee.

Het tweede probleem is dat voorstellen beoordeeld worden op zowel vernieuwing als haalbaarheid. Dat laatste wint altijd. Daar ligt een paradox. Als je van een vernieuwend voorstel aan kunt tonen dat het haalbaar is dan is het niet vernieuwend. De meest vernieuwende voorstellen haalden het dus niet. Alleen marginale vernieuwende, tamelijk risicoloze voorstellen konden het halen.

Het derde probleem is dat interdisciplinaire voorstellen tussen wal en schip van disciplinair ingestelde commissies vallen.

Ik heb op alle drie punten als commissielid protest aangetekend, maar dat haalde niets uit, en ik besloot op te stappen. Men haalde mij over om te blijven, omdat ik 'van binnen uit' het best voor verandering kon pleiten. Ik heb toegestemd maar had er achteraf spijt van, want verandering bleef onmogelijk.

Drie voorstellen
Wat te doen? Ik heb drie voorstellen. Ten eerste, geef meer ruimte aan vernieuwing, door haalbaarheid er ondergeschikt aan te maken. Ten tweede, zorg dat verschillende scholen in de commissie voldoende vertegenwoordigd zijn. Als men bang is dat dit te veel tot patstellingen in de commissie zou leiden, splits de commissie op naar scholen. Ten derde, besteed apart aandacht voor interdisciplinaire voorstellen. Door reviewers te gebruiken die dat gepresteerd hebben, en door speciale ad-hocbeoordeling te organiseren door mensen uit verschillende betrokken commissies.

Tot slot twee suggesties in overweging om het systeem te veranderen. Ga over op een tweesporenbeleid. Onderwerp voorstellen van wetenschappers die al hebben aangetoond goed vernieuwend onderzoek te kunnen doen aan een slechts marginale toetsing. Dat is het eerste spoor. Gebruik de capaciteit die je daarmee bespaart om de kwaliteit van beoordeling voor aankomende onderzoekers te verbeteren, en daarbij ook te letten op de kwaliteit van de begeleiding die ze krijgen. Dat is het tweede spoor.

Ten tweede: selecteer eerst de evidente toppers en slechte voorstellen. Die behoeven nauwelijks discussie. De tijd gaat zitten in de minder evidente gevallen. Reserveer daarvoor dan ook meer middelen. En neem interviews op met de onderzoekers, waarin zij hun voorstellen kunnen verdedigen. Die aanpak is ontwikkeld voor het Stimuleringsfonds voor de jounralistiek. Met succes.

Bart Nooteboom is emeritus hoogleraar innovatiebeleid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden