Opinie

Zo krijgt Wekker geen bondgenoten

Gloria Wekker vervreemdt potentiële medestanders door te zeggen dat ze hun eigen racisme ontkennen.

Beeld ANP

Geprikkeld door Gloria Wekkers boek White Innocence probeert Sander van Walsum in de Volkskrant van 2 juli uitdrukking te geven aan zijn verwarring als 'witte man'. Opgegroeid in een progressief milieu in het Nederland van de jaren zestig schiet hij nu nog vol bij het horen van het zwarte protestlied We shall overcome, maar hedendaagse kritieken op etnisch profileren vindt hij overdreven, en herdenkingen van het Nederlandse slavernijverleden gaan aan hem voorbij. Misschien, zo constateert hij, heeft Wekker wel gelijk dat ook hij lijdt aan 'blanke onverbeterlijkheid'. Maar hij kan niet zo veel met dat gelijk. We leven heden ten dage nu eenmaal in een land van parallelle werkelijkheden, pogingen om daaraan te ontsnappen zijn 'gedoemd te mislukken'.

Wekkers aanklacht tegen Nederlands racisme is bij Van Walsum duidelijk niet aangekomen. Vreemd eigenlijk. Het kan toch ook hem als 'witte' journalist niet zijn ontgaan dat er iets goed mis is met de inter-etnische verhoudingen in ons land wanneer voor veel mensen racisme, islamofobie of etnisch profileren deel zijn van een dagelijkse werkelijkheid waarmee ze maar moeten zien te dealen.

Hoe kan het dat veel 'witte' Nederlanders, opgevoed met waarden als raciale gelijkheid en rechtvaardigheid, toch niet in staat lijken empathie op te brengen voor de terechte gevoelens van gekwetstheid en boosheid van 'zwarte' Nederlanders? Het is een van de vragen die Gloria Wekker in haar boek bezighoudt.

Ze herinnert zich hoe 'witte' studenten van de opleiding vrouwenstudies waar ze toentertijd hoogleraar was, voor het eerst geconfronteerd met eigen raciale vooroordelen en white privilege, sterke gevoelens van schuld, ongemak en angst toonden. Echter, in interviews met (witte) afgestudeerden en academische collega's bleek van deze emoties niets (meer). Hoe kan het nu toch dat juist deze 'potentiële bondgenoten' uiteindelijk issues rond ras en etniciteit uit de weg gaan?

Wekkers antwoord luidt: die emotionele huishouding van schuld, ongemak en angst bestaat onder de oppervlakte nog steeds, maar juist progressieve Nederlanders zijn zo gehecht aan hun antiracistische en kleurenblinde zelfbeeld, dat zij daar geen afscheid van kunnen nemen. Vandaar dat hun aanvankelijke gevoelens van schuld en ongemak zijn verdrongen en omgezet in vermijding en loochening van (het eigen) racisme.

Maar zo'n psychoanalytische verklaring berust op niet falsifieerbare claims. Door anderen mechanismen van ontkenning en verdringing toe te dichten, sluit je ze uit als serieuze gesprekspartners. Iemand kan nog zo hard zeggen dat ze tegen racisme is en uit goede bedoelingen handelt, het kritische 'zwarte' framework diagnosticeert haar als iemand die haar eigen racisme ontkent en hardnekkig blijft geloven in haar white innocence. Met zo'n reactie, zeg ik als 'witte' ervaringsdeskundige, roep je eerder weerstand op dan solidariteit.

Toch legt Wekker de vinger op de zere plek in haar beschrijving van de emotionele huishouding van 'witte' progressieve Nederlanders. Ze gebruikt daarbij onder meer de term anxiety, wat verwijst naar een verwarrende mix van gekweld en getergd-zijn. Het lijkt er op dat Wekker 'witte' mensen enerzijds hun anxiety over racisme kwalijk neemt, omdat het leidt tot defensieve reacties, dus het weigeren van verantwoordelijkheid, terwijl anderzijds we alleen door deze anxiety te tonen, bewijzen dat we onze verantwoordelijkheid nemen.

Op deze manier zadelt het betoog over White Innocence 'witte' lezers op met een paradoxale boodschap. Vergelijk het met een opdracht als 'Wees spontaan!' Die brengt de ontvanger terecht in een double bind: het gebod moet worden overtreden om te worden opgevolgd. Wat je ook doet, het is nooit goed.

Toch is die dubbelzinnige houding goed te verklaren. Immers, als lid van een minderheid krijg je van de meerderheid vaak een dubbele boodschap. Men wil aan de ene kant van geen verschil weten: Pas je aan! Voel je thuis! Vergeet waar je vandaan komt! Gelijke behandeling! Om vervolgens, als het zo uitkomt, toch flink onderscheid te maken: Hoe doen jullie dat? Wat spreek je goed Nederlands! Waar kom je eigenlijk vandaan? Hoe komt u als zwarte man aan zo'n dure auto?

Dat is waar subtiele vormen van racisme en discriminatie over gaan: precies op het moment dat je denkt op gelijkwaardige basis mee te doen, word je er toch weer fijntjes aan herinnerd dat je anders bent, nooit helemaal 'één van ons'. Dat overkomt niet alleen 'zwarte' mensen. Iedereen die tot een minderheidsgroep behoort (vrouwen, homoseksuelen, moslims, mensen met een beperking) herkent dit mechanisme. Het is dan ook niet zo vreemd dat in de aanklacht tegen dergelijk onrecht die dubbelzinnige boodschap als een boemerang terugkeert.

Minderheden eisen enerzijds gelijke rechten en gelijke behandeling, anderzijds erkenning van de eigen geschiedenis en identiteit. De Afro-Amerikaanse schrijfster Pat Parker verwoordde deze paradox ooit meesterlijk in haar gedicht For the white person who wants to be my friend dat opent met: The first thing you do is to forget that i'm Black/Second, you must never forget that i'm Black.

Door 'witte' antiracisten te verwijten dat ze de vermoorde 'witte' onschuld spelen, vervreemden 'zwarte' activisten veel potentiële bondgenoten van zich. Voor wie zich dit verwijt aantrekt, is het bijna onmogelijk om niet verder verstrikt te raken in een vicieuze cirkel van wederzijdse dubbele bindingen, waarbij geen van beide partijen het nog goed kan doen. Zo verwonderlijk is het dus niet dat veel 'witte' sympathisanten afhaken, zoals (kennelijk) Wekkers voormalige studenten en collega's.

Bondgenoten verkrijg je niet door er telkens maar weer op te hameren dat de ('witte') ander aan de verkeerde kant van de geschiedenis staat, en dat nog steeds niet begrepen heeft. En evenmin door te stellen dat de ('zwarte') ander die geschiedenis nu maar eens moet vergeten, omdat tegenwoordig iedereen gelijke rechten heeft. In het streven naar een minder racistische, meer rechtvaardige samenleving kunnen bondgenootschappen alleen ontstaan voor zover we, voorbij de onschuld van ontkenning van een problematische geschiedenis en nog steeds bestaande privileges, bereid zijn om te geloven dat we tegenwoordig wel degelijk bepaalde belangen en waarden met elkaar delen.

Baukje Prins is auteur van Voorbij de onschuld. Het debat over integratie in Nederland (2004) en Gemengde gevoelens. Molukse en Nederlandse klasgenoten in de jaren zestig (2014). Ze is lector burgerschap en diversiteit aan de Haagse Hogeschool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden