ColumnMartin Sommer

Zo kijkt de overheid naar de burgerij die zij geacht wordt te bedienen

Hoe kon de ontsporing bij de kinderopvangtoeslag zo lang in de dode hoek van de achteruitkijkspiegel blijven, vroeg Chris van Dam zich afgelopen woensdag retorisch af. Van Dam (CDA) is de voorzitter van de onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslag. Twee weken lang zag hij bestuurders en ambtenaren met hangende schouders voorbijkomen. Allemaal strooiden ze as op hun hoofd: onbegrijpelijk dat ze al die nota’s, memo’s, rapporten en klachten van gedupeerde ouders hadden gemist.

Chris van Dam is voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie Kinderopvangtoeslag.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Bij tijd en wijle raakte de commissie geïrriteerd. Mensen verloren hun baan, hun huis, of hun echtgenoot. De bewindspersoon of de topambtenaar moet toch hebben geweten dat zich iets verschrikkelijks ontrolde? Minister Asscher werkte aan zijn stelselhervorming, terwijl maandelijks honderden ouders hun volledige toeslag kwijtraakten. Nu: ‘Ik had het niet door.’ Oud-staatssecretaris Wiebes vond het achteraf ‘idioot’ dat hij in de Kamer had gezegd dat er geen gevallen bekend waren van ouders die in grote problemen waren geraakt.

Een raadsel dus. Toch kwam het antwoord meermalen voorbij. Ze zagen het niet, en niet omdat ze het niet wilden zien, maar omdat ze het niet konden zien. In de getuigenissen werd van alles opgegooid: het lag aan de ict, aan de ambtelijke leemlaag, we negeerden individuele gevallen, de buikpijn bereikte mij niet, het zat niet in mijn overgangsdossier. Allemaal van belang, maar toch ook ruis.

In werkelijkheid dacht men lange tijd dat het prima ging. Topambtenaar Belastingen Jaap Uijlenbroek analyseerde hardvochtig: het idee heerste dat de toeslagen er goed bijstonden. Uijlenbroek: ‘De Kamer, de regering, van de laagste uitvoerder tot de ambtelijke top, iedereen dacht dat hij goed bezig was.’ Signalen van het tegendeel werden als bevestiging gezien. Wiebes kreeg een notitie over problemen bij de toeslagen. Die vatte hij op als aansporing om de fraudebestrijding nog wat steviger ter hand te nemen.

Oud-minister Donner had het in zijn onderzoeksrapport gehad over ‘institutionele vooringenomenheid’. Er heerste een kolossale tunnelvisie, die bestond uit een rijksbreed gedeeld wantrouwen tegen de burgerij. Hier was een overheid aan het werk die zich door de klandizie geen oor liet aannaaien, en precies daarover lange tijd reuze tevreden was. Dat gaat veel verder dan alleen Financiën.

Tegenover de burgerij koesterde zowel de ambtenarij als de politiek een diepgaande ambivalentie. Het is niet zonder belang dat die twee kriskras door elkaar lopen. Dat geldt in personele zin, of ze nu Snel, Ollongren, Vijlbrief of Koolmees heten: allemaal ambtenaren die politici werden zonder dat het verschil opviel. Belangrijker is dat het om een menstype gaat, met dezelfde opvattingen en beroepsethiek – gelijkheid voor de wet natuurlijk, hart voor de publieke zaak, rationaliteit, zuinigheid. Minder officieel is de gedeelde afkeer van de burgerij.

Oud-staatssecretaris Wiebes vond het achteraf ‘idioot’ dat hij in de Kamer had gezegd dat er geen gevallen bekend waren van ouders die in grote problemen waren geraakt.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Tot de jaren tachtig kon de burger via de politiek invloed uitoefenen op de staat. Sindsdien gebeurde gaandeweg het omgekeerde. Ideologie verdween, het bestuur raakte gedepolitiseerd, en de staat maakte zich meester van de politiek. Politici willen tegenwoordig bovenal regeren, ministers vertegenwoordigen steeds minder de burgers, steeds meer de overheid. Steeds meer kwam de overheid tegenover de burgerij te staan.

Besturen kon het beste maar gedaan worden door mensen die er verstand van hadden, omdat het zo ingewikkeld is. Voor de commissie vertelde de een na de ander over de complexiteit, over de ict die niet meewerkte en dat ze per dag nog honderd andere dingen op hun bureau hadden. Uit de getuigenissen bleek dat het ook helemaal niet uitmaakte voor welke partij de betrokken minister of staatssecretaris daar zat.

In dit technocratische bestuur wordt tegenspraak vanzelf tegenstribbelen, in de Kamer belichaamd door Pieter Omtzigt en Renske Leijten. Zij werden lange tijd als populistische drammers beschouwd. Meer in het algemeen was Pim Fortuyn de eerste die de bestuurskaste ontmaskerde. Ik weet niet wat eerder kwam, maar het openbaar bestuur is op zijn beurt de burgerij gaan ontmaskeren.

Minister Asscher werkte aan zijn stelselhervorming, terwijl maandelijks honderden ouders hun volledige toeslag kwijtraakten. Nu: ‘Ik had het niet door.’Beeld ANP

Uiteraard moest de burger goed bediend worden, maar hij was wel een potentiële ladenlichter, iemand die zijn eigen belang gelijkstelt aan het algemeen belang. Het cultboek van de overheid was enige tijd De veiligheidsutopie (2002) van Hans Boutellier, waarin de burger iemand is die net zo gevaarlijk wil leven als de overdrachtelijke bungeejumper, dus wel voorzien van een elastiek dat wordt vastgehouden door de overheid. Dat is geen vleiend beeld. Het was deze calculerende burger die bij de kinderopvangtoeslag de stevige aanpak kreeg die hij verdiende.

Tot de schellen van de ogen vielen, nadat het toeslagendrama al ruim vijf jaar oud was. Het voltrok zich als met het beroemde plaatje van de haas en de eend. Al die jaren hadden ze getuurd naar een haas, die ineens een eend bleek te zijn. Topambtenaar Uijlenbroek vertelde over de cruciale vergadering waarin iemand gedetailleerd uit de doeken deed dat ze zich hadden blindgestaard op fraude en het cowboyachtige rechercheteam met zijn ‘zero tolerance’ en ‘afpakjesdag’. Maar er bleek helemaal geen sprake van fraude, want bij de geringste fout werd de hele toeslag teruggevorderd. Uijlenbroek constateerde droogjes: ‘Als dit waar is, dan hebben de ouders al die jaren gelijk gehad.’ Het moet een blikseminslag van zelfinzicht zijn geweest: zo kijken wij bij de overheid naar de bevolking die wij geacht worden te dienen.   

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden