ColumnAaf Brandt Corstius

Zit ik de emoties van de Amerikanen na te apen?

De afgelopen week had ik last van een vaag schuldgevoel; bij tijd en wijle, als mijn ogen wazig werden van het harde rood en blauw op de landkaart van CNN, en ik me steeds meer zorgen begon te maken over de wijsvinger en algehele gezondheid van analist John King, dacht ik: maar dit zijn toch niet mijn verkiezingen? Ik heb hier toch amper iets mee te maken? Mag ik me hier zo druk om maken? Is dit aanstellerij? Zit ik de emoties van de Amerikanen na te apen? Een beetje met de wolven mee te huilen? Is dit weer eens een vorm van cultural appropriation?

Amerika was heel lang mijn lievelingsland, het land waar ons gezin na de dood van mijn moeder heenvluchtte en ik later twee glorieuze jaren studeerde, waar je de goeie Levi’s 501 kon kopen, waar grote winkels waren en grote auto’s, en waar alle films, popsterren en tv-programma’s vandaan kwamen die mijn tienerhart begeerde. Ik kan nog steeds gelukkig worden van een strakblauwe lucht, want dat vind ik een Amerikaanse lucht.

Maar toen ik er twee jaar geleden voor het laatst was, zag ik wat het was: een eerstewereldland dat hard bezig was om een derdewereldland te worden. Een gevaarlijk derdewereldland, ook dat nog. Dat kon je overal zien. In plaats van een Amerikaan te willen zijn, had ik medelijden met iedereen die er woonde, en ik keerde tevreden terug naar Nederland, een onwijs saai land. 

Dus ik vond mezelf een aanstelster dat ik de afgelopen dagen zelfs op de fiets de site van The New York Times opzocht om te kijken op hoeveel kiesmannen Biden stond: dit was mijn land toch niet?

Om mezelf ervan te overtuigen dat ik wel degelijk een band heb met Amerika, facetimede ik donderdag extra lang met mijn zus, die er al jaren woont. Sinds maart is ze non-stop aan het zoomen. Ze is juf en zoomt met haar leerlingen, en ze studeert, dus ze zoomt de rest van haar dag met haar opleiding. Ze draagt nu permanent een grote uilenbril met een gouden rand, die helpt tegen blauw licht, want ze had altijd zoomhoofdpijn. Hij doet me denken aan Theo en Thea.

Mijn zus woont al zolang in Amerika dat ze Amerikanen ‘wij’ noemt en Nederlanders ‘jullie’, maar deze week noemde ze Joe Biden ineens ‘wij’. ‘Als wij winnen’, zei ze om de zin. Terwijl ze niet mag stemmen. Ook een soort toe-eigening, maar haar gun ik dat.

En toen wonnen wij, of zij, of in elk geval won Biden. Vanochtend keek ik zijn speech terug en ondanks mezelf moest ik huilen. ‘Waarom huil je?’, vroeg mijn man. 

‘Hij zei aardige dingen’, zei ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden