Column Thomas van Luyn

Zijn auto begint kuren te vertonen, dus kijkt Thomas van Luyn nu geil om zich heen als hij op de snelweg rijdt

Thomas van Luyn. Foto Robin de Puy

Auto’s zijn de saaiste dingen op aarde. Begin er geen gesprek over. Ik kreeg ooit ruzie met een jongen die Ferrari een ‘gedicht op wielen’ noemde. Ik zei dat ik hetzelfde had met mijn vaatwasser. Hij werd boos en ik ook. Iemand die een cliché-auto beschrijft met een cliché-metafoor, die heeft zijn ziel gekocht op Marktplaats. Eén euro vijftig, zelf op te halen. ‘Maar de lijnen van de neus...’ God beware me.

Over je eigen oude barrel mag je wel sentimenteel doen. Die heeft je gedragen, beschermd, daarin heb je machteloos tegen het stuur geschreeuwd na een ruzie met je geliefde, en jezelf extatisch volgevroten in de McDrive zonder dat iemand het wist. Dat is misschien een gedicht ja. Eentje dat hakkelt, niet rijmt en gaat over verspilde tijd en verloren liefde, en dat alleen jij begrijpt.

Waarom ik nu toch gezwollen praat over auto’s: mijn eigen lieverd begint kuren te vertonen. Ooit was hij chic, gleed hij als een goed gevouwen papieren vliegtuig door de lucht, nu bibbert hij ineens. Misschien dat mijn mannetje hem kan oplappen, maar op een bepaalde leeftijd begint de aftakeling. Pijntje hier, pijntje daar, van buiten zie je niks, maar beter wordt hij niet meer.

Stel nou hè, stèl dat hij nou terminaal ziek zou blijken, ja jeetje, je hoopt het natuurlijk niet, maar... ik bedoel, hij zou toch ook willen dat ik gelukkig werd, ja toch? Je kunt tenslotte niet eeuwig blijven rouwen. Dus als ik nu op de snelweg rijd, sta ik mezelf toe af en toe een beetje geil om me heen te kijken naar andere auto’s. Daarmee ben ik niet ontrouw, absoluut niet, ik heb gewoon mijn ogen niet in mijn zak zitten.

Op vakantie in Griekenland zag ik ineens overal rijke oostblokkers in krankzinnige patserbakken rijden. Niet van die neppers van Kia of Hyundai, maar Mercedessen en Bentley’s. Formaatje vuilniswagen. Blijkbaar gaat het goed in de olijfolie- en paprikahandel. Nou was ik nooit zo’n man, maar... met dat gezin van me zou zo’n grote bak wel handig zijn, zo rechtvaardig ik mijn wellust. En duur? Ach meneer, zegt de autoverkoper in me, als je per uur rekent dat je erin zit, valt het reuze mee. Plus: je komt beter uitgerust aan op je werk, dus ben je productiever en verdien je meer geld. Goh, als je het zo bekijkt...

Op de autopornosites bleken tweedehandsjes verrassend goedkoop. Dat snapte ik aanvankelijk niet, totdat ik zag dat ze 1 op 5 rijden en ik aan belasting en verzekering alleen al meer kwijt zou zijn dan aan mijn hypotheek. Ook klaagden veel bezitters over parkeerproblemen. De daartoe bestemde vakken zijn namelijk ontworpen voor auto’s, niet voor pantserwagens. Je zult toch een paar autootjes opzij moeten wrikken bij het visgraatparkeren, en dat gaat ten koste van je lak.

In Griekenland zag ik dat de rijke Bulgaar of Roemeen die in zo’n rijdend paleis zit daar graag een geblondeerd wijf met plastic tieten naast heeft. En een insta-hondje. Dat is een zandkleurig hondje ter grootte van een cavia, en al die wijven hadden er eentje − soms in hun handtas. Dat kwam door Instagram, wist mijn vrouw, daar zijn ze populair op. Ik heb er een haiku over gemaakt:

Bulgaar, SUV

Plastic tieten, cavia

Gedicht op wielen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.