ColumnRinske van de Goor

Ziet De Alwetende Google ons als erotische club met een fetisj voor poep en huidvlekjes?

rinske van de goor artikel Beeld rinske van de goor artikel
rinske van de goor artikelBeeld rinske van de goor artikel

Grinnikend loopt mijn doktersassistente voorbij. Mijn hele computerscherm wordt gevuld door een close-up van een poepluier. De dag ervoor had een bezorgde ouder me gemaild, dat er bloed in de ontlasting van hun baby leek te zitten. Er volgde een uitgebreide beschrijving van de kleur en substantie van de poep – met stukjes – waardoor ik hem bijna kon ruiken. Toch kwamen we er al mailend samen niet helemaal uit. Een blik op de schermvullende Pamper is echter voldoende – het valt allemaal gelukkig mee.

Ook in de zorg heeft het digitale contact sinds covid een vlucht genomen. We zien gewoon wie gezien moet worden, maar om onnodige anderhalvemeteroverschrijdingen te voorkomen, dokteren we waar dat kan telefonisch of per mail.

Gevolg is dat onze mailbox zich vult met foto’s van nagels, handen, ruggen, maar ook volle luiers en uitgepoepte wormen. Er komen ook spannende foto’s binnen van een deel van een torso, een gespierd been en de nodige private delen, waardoor ik me wel eens afvraag of De Alwetende Google ons als zorgorganisatie of als erotische club met een fetisj voor poep en menselijke huidvlekjes inschat. Een foto is vaak voldoende voor de diagnose. Van de week belde een meisje dat ze plots sinds een paar uur een forse pijnlijke zwelling op haar keel had. Ik kon niet goed bedenken wat dat nou zou zijn. Een raar soort allergische reactie? Moest ze met spoed komen? Maar ze zat in lockdown bij haar vriend. Ik vroeg haar een foto te sturen en enkele minuten later was de diagnose rond: een speekselsteen.

Hoewel ik ook wel een beetje Zoom-zat, Skype-suf en bel-beu ben, is deze versnelde implementatie van digizorg ook een verrijking. Niet alleen binnen de zorg, waar digitalisering zorg dichterbij kan brengen, maar ook door minder files en bijvoorbeeld meer tijd en aandacht voor elkaar.

Helaas zie en spreek ik ook veel slachtoffers van de digitalisering. Veel mensen zitten al een half jaar thuis in hetzelfde werkhok – als ze dat al hebben. Ik heb patiënten die in hun eentje in de stad wonen en in dezelfde ruimte slapen, werken en eten. Ze brengen ongeveer zestien uur per dag achter een scherm door. Gekooide dieren. Ik zie het eigenlijk als een collectieve gevangeniservaring. En waar het toe leidt: gevoelens van uitzichtloosheid, neerslachtigheid, initiatiefloosheid.

Al voor corona heb ik me hierover verwonderd. Hoe bestaat het toch dat wij, als vrije mensen in een van de rijkste landen ter wereld, onze maatschappij zo hebben ingericht dat we massaal hele dagen binnen zitten achter computers en laptops, rapporten schrijvend en lezend, vergaderend, mailend en bellend. Met overlopende mailboxen, mappen vol beleidsstukken en visiedocumenten. Ik denk dat deze coronatijd hooguit de absurditeit van deze communicatiecultus en documentatiediarree blootlegt.

Dus wens ik voor na deze coronatijd: minder gejakker naar werkplekken, minder files. Elke organisatie verplicht een autoloze dag. We voeren ook een schermloze dag in. Geen mails, geen beleidsstukken. Je mag elkaar wel bellen, bij elkaar langsgaan, elkaar spreken, maar de laptop blijft dichtgeklapt. Die kan best een dagje zonder ons. En misschien wel langer.

Rinske van de Goor is huisarts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden