Opinie Onderwijs

Zie rekenen en wiskunde als één schoolvak

Voor we debatteren over de toekomst van rekenonderwijs, is het goed om even over de grens te kijken, betoogt hoogleraar wiskunde-onderwijs Paul Drijvers.

Een professor legt een wiskundesom uit aan de deelnemers van de Junior Wiskunde Olympiade, 24 oktober 2011. Beeld ANP

Woensdag debatteert de vaste commissie OCW over de Kamerbrief ‘Toekomst van rekenen in het vo en mbo’. Daarbij kan het goed zijn om even over de grens te kijken. Ten eerste wordt rekenen en wiskunde in basis- en voortgezet onderwijs in de meeste andere landen (bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland, Engeland, de VS, China, Indonesië) als één schoolvak gezien. Dat heet dan mathematics, Mathematik, mathématiques, of vergelijkbaar. Het onderscheid tussen rekenen en wiskunde, dat in Nederland soms wat krampachtig wordt gehandhaafd, is dus in internationaal perspectief niet gangbaar en bevordert het denken in doorlopende leerlijnen niet.

Ten tweede is er internationaal consensus over het belang van functioneel reken-wiskundeonderwijs. Hierin staat het nut van rekenen-wiskunde in beroepspraktijk, privéleven, in andere schoolvakken en in burgerschap centraal. Denk aan het gebruiken en toepassen van rekenen-wiskunde en aan reken-wiskundig denken, zoals bijvoorbeeld het kritisch beoordelen van statistische informatie. Deze trend is onder andere zichtbaar in de Common Core State Standards in de VS en in de frameworks van de PISA en PIAAC internationale vergelijkende toetsen. Het Nederlandse referentiekader rekenen uit 2008 biedt nog steeds een goed uitgangspunt voor deze functionele benadering. Het is voor de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs aan te bevelen deze tendens te blijven volgen.

Gehaast debat

Ten derde blijkt uit ervaringen in andere landen dat de implementatie van goed (reken-wiskunde)onderwijs een zaak is van lange adem. Het debat rond rekenen-wiskunde ademt echter een sfeer van haast, tijdsdruk en ad-hocmaatregelen. Goed reken-wiskundeonderwijs is een cruciaal en urgent onderwerp, ook gelet op de Nederlandse resultaten van PISA en TIMSS in 2015, maar laten we moeizaam verworven verbeteringen niet doorkruisen met overhaaste perspectief­wisselingen. Kwaliteit vraagt om continuïteit.

Het dichten van het gat tussen de rekentoets en de invoering van nieuwe curricula, zoals beoogd met de Kamerbrief, is een goede zaak. Toch is aanpassing van het voorgestelde beleid op details ­nodig. Ten eerste gaat van een ­minimale score voor de rekentoets van 4 niet het signaal uit dat rekenen werkelijk van belang is. Waarom niet een voldoende? En waarom zouden we de huidige ­rekentoets van Cito en het College voor Toetsen en Examens niet langer beschikbaar maken voor scholen die daarvan graag gebruik maken? Ten slotte is het aan te bevelen om het mogelijk te maken op havo en vwo al in de onderbouw de ­rekeneisen af te ronden.

Paul Drijvers is hoogleraar wiskunde-onderwijs aan Universiteit Utrecht en Hogeschool Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden