Zie af van de dwangbuis van het regeerakkoord

Angst voor stemmenverlies is een slechte raadgever bij onderhandelingen over een nieuw kabinet.

Wandelgang rond de vergaderzaal van de Tweede Kamer tijdens een vragenuurtje. Beeld Martijn Beekman / HH

De verkiezingen in maart gingen er vooral om, Wilders en de PVV te isoleren. Dat lukte, de PVV werd niet de grootste partij en velen slaakten een zucht van verlichting. Men zou verwachten dat de anti-PVV-politici deze gunstige uitkomst zouden verzilveren en met elkaar daadkrachtig het landsbestuur ter hand zouden nemen. Het tegendeel gebeurt. De grootste verliezer, de PvdA, wil niet meedoen. De Socialistische Partij wil niet samen met de VVD regeren. GroenLinks haakte af omdat het zijn zin niet kreeg. D66 zou het liefst de ChristenUnie uitsluiten, maar legt zich met tegenzin neer bij deelname van de CU aan het kabinetsoverleg. De heer Wilders houdt zich momenteel gedeisd. Hij heeft gelijk, het geklungel van de anderen speelt hem ook zo wel in de kaart.

Zoals het er nu uitziet, komt er op zijn best een kabinet dat in de Tweede Kamer slechts kan bogen op de kleinst mogelijke meerderheid en in de Eerste Kamer misschien zelfs dat nog niet eens. Een uiterst mager resultaat na maandenlang onderhandelen, als het al lukt.

Bovendien is dat resultaat niet allereerst een vrucht van vertrouwen, maar vooral van georganiseerd wantrouwen, alles tevoren vastleggen achter gesloten deuren. Erger is dat de onderhandelende partijen met een gedetailleerd regeerakkoord zowel zichzelf als de oppositie van hun vrijheid van handelen beroven. En dat voor niet minder dan vier jaar.

Onbehagen hierover is niet nieuw. Vijftig jaar geleden zou D66, toen een nieuwe partij, het bestel grondig vernieuwen. In werkelijkheid is er sindsdien nauwelijks iets veranderd, zelfgenoegzaamheid had de overhand. Maar in de maatschappij hebben zich wel belangrijke veranderingen voorgedaan. Een van de belangrijkste is het toegenomen individualisme. Het individuele zelfbewustzijn is toegenomen. 'Ik, de kiezer, heb gelijk.'

Als iedereen denkt dat hij of zij gelijk heeft en dat gelijk ook probeert te krijgen tegenover de anderen, ontstaat een onmogelijke situatie, als het ware een hobbesiaanse strijd van allen tegen allen. Daarvan zijn wij nu getuige, ook aan het Binnenhof. Ook het politiek leiderschap is van karakter veranderd, het is verschrompeld. Tot omstreeks het midden van de vorige eeuw kende ons land leiders van formaat: Drees, Romme, Oud, Schouten, Tilanus, Den Uyl. Hun kiezers volgden hen, droegen hen dikwijls op handen.

Dit soort leiderschap behoort goeddeels tot het verleden. Naarmate de geëmancipeerde kiezers zelfbewuster werden, werden veel politici banger. Niet zonder grond, zie bijvoorbeeld hoe de Partij van de Arbeid is afgestraft voor haar deelname aan het tweede kabinet-Rutte. Daardoor afgeschrikt durven leiders nauwelijks nog risico's te nemen en wordt de kabinetsformatie gefrustreerd door angst voor de volgende verkiezingen. Het gaat bij de formatie evenwel om het landsbelang. Angst voor stemmenverlies in de toekomst is dan een slechte raadgever, getuigt niet van leiderschap.

De kiezers zouden moeten beseffen dat in ons Nederland datgene wat ons verbindt doorgaans meer is dan wat ons scheidt en dat, wat dit laatste betreft, compromissen nodig zijn. De leiders doen er goed aan dit voor ogen te houden en in hun eigen optreden te tonen dat ze elkaar vertrouwen en dus elkaar een zo groot mogelijke vrijheid gunnen.

Hoe? Om te beginnen door afschaffing van het dwangbuis van het regeerakkoord. De leider van de grootste partij wordt zonder meer minister-president, kiest zelf de ministers en het kabinetsprogramma, rekening houdend met de diversiteit van opinies, maar zonder formeel te worden gebonden aan een programma en een verdeelsleutel van ministersposten. Hem of haar wordt dus een grote vrijheid van handelen gegund.

Voor de Kamerfracties impliceert dit eveneens een grote vrijheid van handelen, zowel tegenover het kabinet als tegenover elkaar. Het politieke overleg wordt opener en krijgt meer zin. In het overleg tussen regering en Staten-Generaal vormen de meerderheden zich van geval tot geval. De gewoonste zaak van de wereld, niets om bang voor te zijn.

Misschien heeft Nederland een Macron nodig. Maar het zou al een hele vooruitgang zijn als onze politieke leiders van nu meer moed tonen en ons als kiezers verlossen van de weinig verheffende taferelen waarop wij sinds 15 maart zijn getrakteerd.

Jan van Putten is oud-hoogleraar politicologie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden