Opinie

Zet mediation in voor groepsaanranders en hun slachtoffers

Laten we niet alleen met de beschuldigende vinger wijzen naar de daders van de groepsaanrandingen in Keulen, maar ook in dialoog gaan over wat deze gebeurtenissen voor mensen, slachtoffers en daders, persoonlijk betekenen.

Vrouwen hebben zich verzameld voor de Dom van Keulen om te protesteren tegen de aanrandingen van Oudejaarsavond, 9 januari. Beeld getty

Wat zich in Keulen heeft afgespeeld, moet in iedere vreedzame samenleving als grensoverschrijdend, ongewenst en schadelijk worden gekwalificeerd. En het moet worden bestraft. De mannen die dit deden, weten donders goed dat ze fout zitten. Ook als ze vinden dat vrouwen minder waard zijn dan mannen of in een omgeving leven waarin dat wordt voorgeleefd.

Maar naast bestraffing is directe confrontatie van daders met de gevolgen van hun daad voor slachtoffers belangrijk. Dat is niet alleen een essentieel onderdeel van het herstel dat voor slachtoffers moet plaatsvinden. Het is ook nodig voor de sociale verbanden waarin wij leven. Daders en slachtoffers moeten daarom vooral ook worden gestimuleerd hierover met elkaar te spreken en samen te zoeken naar enige vorm van herstel.

De manier waarop dit kan en de effecten die dit heeft op slachtoffers en daders zien wij terug in de mediations in strafzaken zoals wij die de afgelopen jaren als mediators hebben begeleid. Dat deze aanpak effectief kan zijn, ook bij ernstige zedenzaken, blijkt keer op keer. Wij - een Zeeuwse blondine en een rossig bebaarde Fries - bemiddelden in 2015 in diverse cultureel getinte strafzaken: onder meer bij vooroordelen in de nasleep van 'Charlie Hebdo', bij overlast van 'Marokkaanse etterbakjes' op een speelplein, bij wijkruzies waar autochtone bewoners en hun moslimburen verzeild raakten in een 'wij-zij' conflict, bij een zedendelict binnen een islamitische context.

'Kaaskoppen-haat'

We spreken geregeld jonge mannen van diverse pluimage die toegeven dat ze in 'de groep' dingen doen die ze in hun eentje nooit zouden flikken. Ze vertellen hoe ze elkaar in app-groepjes opfokken en 'erbij' houden: Als je dit niet doet, ben je een mietje. Dus gooien ze die steen door de ruit bij dat homostel. En bestoken ze meisjes met hitsige praatjes of erger.

Met sommige jongens valt hierover te praten. Dat is winst. En met sommigen niet. Die blijven stoer volhouden dat ze schijt hebben aan wat anderen vinden, of dat nu gaat om hun ouders of de politie. En wij horen dan geregeld dat jongens met een allochtone achtergrond stellen dat ze schijt hebben aan de hele maatschappij - en iedereen 'die ons toch niet moet'; samengevat regelrechte 'kaaskoppen-haat'.

Zorgelijk? Zeker, maar we praten erover, vaak in hoogoplopende gesprekken. Zulke gesprekken gaan over drijfveren en denkbeelden, over haat tegen autochtone landgenoten en mogelijke radicalisering. Over hoe pijnlijk en moeilijk het is samen te moeten leven met landgenoten die bij iedere ruzie roepen: Rot op naar je eigen land! Terwijl je in je eigen land bent.

Maar ook de keerzijde komt aan bod. 'Zodra ik een onwelgevallige boodschap heb, word ik beticht van discriminatie', is de klacht van andere landgenoten. Besproken wordt alles wat we in feite liefst onbesproken laten: als het over mediation gaat kan ook gedrag van autochtone mannen - 'daar moet een piemel in' - jegens autochtone vrouwen bespreekbaar worden.

Deze mediations leveren veel op. Niet alleen gaan daders geregeld hun wangedrag zelf betreuren. Ze bieden ook wel hun excuses aan, betalen een schadevergoeding aan hun slachtoffers en realiseren zich dat groepsnormering je niet ontslaat van de eigen verantwoordelijkheid.

Afgrijzen

Zo zagen zijn slachtoffers het afgrijzen op het gezicht van een jonge moslim, toen het tot hem doordrong wat zijn seksuele intimidatie had aangericht bij zijn slachtoffers. Het uiten van zijn schaamte - ook over het verdriet dat hij zijn eigen ouders had aangedaan - was daarna een opluchting voor hem.

We zagen familieleden van een dader zelf het voortouw nemen, om uit eigen zak iets 'goed' te maken voor zijn slachtoffer. Een islamitische jongen ging op verzoek van zijn slachtoffer een boek van de Spaanse humanist Savater lezen.

Belangrijk bij deze mediations is het inschakelen van mensen uit de directe omgeving van de dader. Meestal lopen er broers, zusters of ouders rond die anders over de gebeurtenissen denken. Via deze inbreng worden daders geconfronteerd met het leed dat ze aanrichten bij degenen van wie ze zelf houden. Zo voelen daders op twee manieren de gevolgen van hun handelen: via de slachtoffers en via hun eigen omgeving. Tegelijkertijd geeft het de mogelijkheid om te laten zien dat er ook ander gedrag dan het gedrag waarvoor de mediation is gestart, mogelijk is.

Natuurlijk moeten slachtoffers instemmen met mediation en het contact met de dader dat daar uit voortvloeit. Onze ervaring is dat niet alle slachtoffers dit willen of kunnen, maar dat er een substantiële groep wel heil ziet in en baat heeft bij gesprekken. Bij een groepsaanranding zoals in Keulen zullen er in zo'n grote groep slachtoffers waarschijnlijk vrouwen zijn die het belangrijk vinden zelf te spreken met hun belagers.

Geen excuus

Onze ervaring is dat slachtoffers door gesprekken willen voorkomen dat daders hetzelfde nog een keer doen en nieuwe slachtoffers maken. In de media buitelen op dit moment de culturele en religieuze verklaringen voor het agressieve en seksuele wangedrag over elkaar heen. In onze optiek is er geen cultureel of religieus excuus.

Als je doorvraagt, blijken de echte drijfveren voor dit groepsgedrag eerder heftige gevoelens van schaamte te zijn. Geen schaamte trouwens die exclusief is voor de islamitische wereld. Deze schaamte zien we vaak bij alle vormen van conflict, ongeacht de culturele context.

De Utrechtse criminoloog Aart Broeks omschrijft die schaamte als sociale pijn die agressie voedt. Deze pijn wordt veroorzaakt door de afwijzing van je persoonlijke identiteit. Het is het gevoel dat ons allemaal overvalt als we - in onze beleving - sociaal en emotioneel worden 'afgeserveerd'. Dit kan gepaard gaan met de driftige neiging om de schuld buiten zichzelf te plaatsen en om eens goed 'terug te slaan'. Het is niet onaannemelijk dat het gedrag van de groepsaanranders ook hiermee te maken heeft. En daarmee praten we het niet goed, integendeel.

En het helpt natuurlijk niet: dit wangedrag leidt alleen maar tot verdere maatschappelijke verwijdering waardoor verdere escalatie, nog meer schaamte, nog meer agressie voor de hand ligt.

Stop escalatie

Via mediationgesprekken kan een begin worden gemaakt dit escalatieproces op individueel niveau - startpunt van het vertoonde gedrag - te stoppen. Dit kan plaatsvinden als de dader in de gevangenis zit, maar ook tijdens zijn strafproces. Wetenschappelijk onderzoek toont steeds vaker aan dat mediation in strafzaken positieve effecten heeft. De dialoog heelt en de schade van het aangedane leed kan worden hersteld. Dat geldt voor vele soorten misdrijven. Groepsaanrandingen en andere vormen van seksuele intimidatie zijn daarop geen uitzondering.

Laten we niet alleen met de beschuldigende vinger wijzen naar de daders. Het is net zo belangrijk om in dialoog te gaan over wat deze gebeurtenissen voor mensen, slachtoffers en daders, persoonlijk betekenen, ongeacht afkomst of religie. Laten we daar vooral snel mee beginnen. Buiten, maar zeker ook binnen het strafrecht.

Jent Bijlsma en Janny Dierx zijn MfN-mediators in strafzaken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.