COLUMNAAF BRANDT CORSTIUS

Zes christenen op een lege Dam in de stralende zon. Het was enger dan het martelmuseum

Mijn man had een wandeling door de binnenstad van Amsterdam gemaakt, en daar was ik jaloers op. Twee weken geleden was deze zin mij nog vreemd voorgekomen; waarom zou ik jaloers zijn op iemand die een wandeling maakte door het centrum van Amsterdam, met zijn toeristen, Nutellawinkels, hoeren, martelmusea, gillende vrijgezellenfeesten en duiven?

Maar nu wilde ik erheen. Het zou er leeg zijn, en stil, en er schenen allemaal 17de-eeuwse huisjes te staan die je normaal niet zag omdat er altijd een groep schreeuwende Britten voor stond.

Ik ging. Het was coronaweer – strakblauwe lucht en keiharde zon – en alle grachtenpanden stonden er fantastisch bij. Je kon op je fiets heel hard door de Kalverstraat racen, en op de Wallen keken we door het raam van een leegstaand hoerenkamertje, om eens te zien hoe een hoerenkamertje er van binnen nou precies uitzag. Dat doe je gewoonlijk niet.

Wat opviel: alle winkels waren dicht, behalve de sekswinkels. Die zijn allemaal open. Ze zullen ongetwijfeld vitaal zijn, maar zou er deze dagen nou echt een run zijn op gigantische knalroze dildo’s? Zijn er mensen die naar de Wallen gaan om daar broodnodige inkopen te doen? Deden mensen dat soort inkopen niet al eeuwen liever per internet, met ongemarkeerde pakketjes?

Tot zo ver was het leuk en leerzaam. Maar toen kwamen we op de Dam. Daar had ik me op verheugd: een lege Dam.

Op de Dam waren negen andere mensen. Er stond een levend standbeeld, verkleed als de Dood. Ik vroeg me af wat hij daar deed. Toeristen waren er niet meer, en de heel incidentele voorbijganger, zoals ik, had geen zin om geld te geven aan de Dood. Aan de andere kant: als je levend standbeeld bent, ben je zzp’er. En dan kun je thuis stil gaan zitten, of op de Dam stil gaan staan. In dat laatste geval verdien je sowieso meer.

In een andere uithoek van de Dam stonden twee vrouwen te protesteren tegen de ‘genocide in Venezuela’. Leek me niet het goede moment, want er was dus niemand. Ze vielen wel op.

En dan waren er de zes christenen. Ze stonden op een rij, steeds anderhalve meter tussen ze in, en ze hadden grote houten kruisen in hun handen. Ze zwaaiden met de kruisen en zongen hard en onvermoeibaar: ‘Jesus loves you! Jesus is calling you!’

Dit, op een lege Dam, onder een stralende zon. Het was enger dan het martelmuseum.

Een van de christenen kwam op me af met een afvalprikker. Tussen de grijpers van de afvalprikker had hij een folder gestopt, ongetwijfeld over Jezus. Hij bood me de folder op gepaste afstand aan.

‘Nee dank u,’ zei ik, en ik fietste hard weg, langs de gesloten Bijenkorf, de Dam af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden