Column

Zelfstandig denken bij zeventig kilometer per uur

Beeld de Volkskrant

De tram rijdt een tunnel in. Ik kijk uit het raam, naar de voorbijrazende muur. We gaan lekker hard. Wat zeg ik, we gaan verschrikkelijk hard. Kunnen trams op hol slaan? Snel kijk ik naar de conductrice. Dat moet, bij twijfel: altijd naar de bemanning kijken. Als die nog lachen, ga je meestal niet dood. Gelukkig lijkt ze niet in paniek. Ze kijkt om zich heen. Een beetje alsof ze verlegen zit om een praatje. Ik kijk snel weer naar buiten, naar de muur.

Te laat.

'Zeventig', zegt ze. 'Bijna zeventig, gaan we. Hard hè? Mag alleen in de tunnel. Je moet een speciale training hebben voor deze lijn, want als het misgaat moet je alle mensen veilig naar buiten brengen. Brand en zo. Ongelukken. Speciale training, alleen voor deze lijn. Is verplicht. En buiten mag je nergens zeventig, maar hier wel. Alleen in de tunnel. Hard hè?'

'Wow', zeg ik, 'zéventig...'

'Peter', zegt ze door de microfoon, 'hoe hard mag je buiten de tunnel?'

Ze knipoogt naar mij en kijkt naar voren, waar de bestuurder zit. Als die nou snel antwoordt, ligt 'ie in elk geval niet bewusteloos op de gashendel. Het duurt even.

'Zeventig', zegt Peter nu door de luidspreker.

Een blik van verstandhouding tussen de conductrice en mij. Peter snapt het niet.

'Nee búíten de tunnel Peet', zegt ze. 'Búíten de tunnel.'

Nog een knipoog.

'Zeventig, schat', zegt Peter. 'Ja niet in de Leidsestraat hè? Maar op de veilige stukken. Hier ook trouwens, in de tunnel. Maximaal zeventig.'

Hoewel het altijd mooi is als iemand 'live' zijn eigen verhaal kapot checkt, vind ik het nu toch vooral genant. Bovendien geloof ik Peter niet helemaal. Je kúnt toch nergens zo hard als hier? Het gaat erom hoe hard je in de praktijk gaat, en dat is waarschijnlijk nooit zeventig - behalve in de tunnel.

'Zie je wel?' zegt de conductrice. 'Zéventig. Hárd hè?'

In de New Yorker staat deze week het stuk 'Why Facts Don't Change Our Minds', over de mysterieuze immuniteit die vrijwel iedereen heeft voor feiten die niet bij zijn overtuiging passen - hoe pril die overtuiging ook is. Het begint met een beroemd experiment: proefpersonen doen een test, waarna de helft een hoog cijfer krijgt en de andere helft een laag. Daarna wordt onthuld dat die cijfers volstrekt willekeurig waren. Als de proefpersonen vervolgens hun échte score moeten inschatten, schat het deel met de (fictieve) hoge cijfers zichzelf veel hoger in, en andersom - terwijl ze dus net is verteld dat die cijfers nergens op sloegen.

Er staan nog wat leuke experimentjes in het stuk, maar het gaat vooral over de vraag hoe het kómt dat mensen zo slecht omgaan met feiten. Boden zulke 'oogkleppen' ooit evolutionair voordeel? Het antwoord ligt weer eens op de savanne: samenwerken was toen essentieel, vertelt het stuk, waardoor de juiste groepsdynamiek belangrijker was dan zelfstandig nadenken. Nou en dat lijkt mij dan weer totale onzin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden