Zelfs tasjesdieven zijn zeldzaam in Suleimaniya

De vuurtongen lichten op in de arme avondlucht.

Wellustig likken ze aan de mangal, de kolen waarop straks het vlees wordt geroosterd in de eethuizen langs Salimstreet, de van auto’s krioelende verkeersader die de Iraakse stad Suleimaniya doorkruist. Het schijnsel van de vuren heeft iets mythisch. Het is een van de dingen die de vroegere delen van het Ottomaanse rijk met elkaar verbonden houdt, van het Arabisch schiereiland en Turkije tot de Balkan en Centraal-Azië.

Suleimaniya ligt in het noorden van Irak, een naam die leidt tot verbaasde blikken wanneer je hem noemt als reisdoel. Maar de Koerdische stad is de afgelopen jaren gevrijwaard gebleven van het Iraakse geweld. Door controles op straat zijn zelfs tasjesdieven er zeldzaam, volgens het onafhankelijke mediacentrum van de Nederlandse journaliste Judit Neurink.

Pennestreken
Toch is ook hier merkbaar hoe het Midden-Oosten nog steeds worstelt met de gevolgen van de achteloze pennestreken waarmee de koloniale Europese mogendheden na de Ottomaanse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog de kaart hertekenden. De etnische scheidslijnen negerend, schiepen zij kunstmatige staten. Irak werd een land met drie bevolkingsgroepen (sji’ieten, soennieten en Koerden), slechts met harde hand bijeen te houden.

Het gebied van de Koerden werd over vier staten verdeeld. ‘Alsof ze twee zwaarden over de kaart hadden gelegd’, zegt mijn tolk, een sterke Koerdische veertiger met het opgeschoren hoofd van een Amerikaanse marinier, terwijl hij zijn onderarmen kruiselings voor mijn gezicht houdt. Hij spreekt hierover met een felheid die verrast omdat ze niet gedempt wordt door het feit dat sindsdien toch het respectabele aantal van negentig jaren is verstreken.

Het is begrijpelijk. De koloniale erfenis is een van de factoren die het Midden-Oosten op achterstand hebben gezet. Het werd een gebied gekenmerkt door dictaturen, roerige minderheden, te veel geheugen, oorlogen, genociden, buitenlandse interventies, ongeletterdheid en armoede. De bijna één miljoen inwoners van Suleimaniya en hun grootouders kregen er hun deel van. Ze ondergingen Saddams martelingen, moorden en achterstelling.

Scharrig en stoffig
Ingeklemd tussen de heuvels van Koerdistan, draagt de stad er de sporen van. Bijna alles aan haar is scharrig en stoffig: de straten, de huizen, de kantoren. Maar tegelijkertijd wordt er driftig gebouwd: viaducten, nieuwbouwwijken en een heus wolkenkrabbertje. De activiteit ademt de energie van een nieuwe start, mogelijk gemaakt door de Amerikaanse inval in 2003, waarna Koerdistan een autonome regio binnen Irak werd.

De tolk: ‘Wat konden ons die massavenietigingswapens schelen, als de Amerikanen maar kwamen en Saddam weg was. Sindsdien is het beter, voor de Koerden, voor de sji’ieten, de meerderheid. Verandering kon alleen zo. Alles was al geprobeerd.’
Niet dat democratie kan worden opgelegd. Alleen de voorwaarden ervoor kunnen worden geschapen, en dan gaat het eigenlijk vooral over het garanderen van veiligheid. Dat gaat goed in Koerdistan en inmiddels ook beter elders in Irak. Verder moeten de Irakezen het zelf doen. Vooruitgang noemt Asos Hardi, hoofd van de krant Awena, het dat bij recente verkiezingen in Irak en in Koerdistan de verliezers hun verlies accepteerden. Een eerste vereiste voor een democratie.

Er gebeurt dus iets. En hoe bescheiden ook, de autocraten in Iran, Saoedi-Arabië en Syrië nemen het volgens Asos zo serieus dat ze alles doen om het experiment te torpederen. Opdat Irak niet samen met Turkije een wig gaat vormen voor verandering in een regio die na een eeuw nog steeds wacht op aansluiting bij de moderniteit.
Nog lang niet is het punt bereikt waarop de vorderingen onomkeerbaar zijn, maar Asos klampt zich vast aan het voorbeeld van het Europese continent, dat herstelde van twee wereldoorlogen. Europa zelf geeft alleen geen gehoor. ‘Franse journalisten vroegen me eens waarom de Koerden al hun eieren in de Amerikaanse mand legden? Ik zei: maar waar is jullie mand dan?’

Leren, leren, leren
Intussen willen Kamal Rauf, hoofdredacteur van de krant Hawlati, en zijn verslaggevers alles weten over onafhankelijke journalistiek. Over hoe hun krant meer kan doen voor vrouwen, beter onderwijs en individuele rechten. Ze willen leren, leren, leren, die collega’s in hun verveloze gebouwtje.

Maar het is allemaal nog zo kwetsbaar. Niemand die ook maar een nacht in de Iraakse hoofdstad wil blijven, 600 kilometer verderop. Zonodig reizen ze met een Koerdische taxidienst in één dag heen en weer. Als een boze feeks schemert Bagdad door vele verhalen. Gisteren brandde er weer het vuur van verzet en vernietiging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden