Column De Kwestie

Zelfs een perenijsje is duurder dan een brief verzenden

PostNL pakkettensorteercentrum. Beeld ANP

In de Britse sitcom Keeping Up Appereances (Schone Schijn) is de dagelijkse verschijning van de postbode een hoogtepunt voor de snobistische Hyacinth Bucket (uitgesproken als ‘Bouquet’). Hoewel de arme man zich schuil voor haar probeert te houden, weet ze hem toch elke keer weer aan te spreken. ‘Ik hoop dat er wel een eersteklaspostzegel op zit’, zegt ze als hij een brief door de gleuf schuift. ‘Ik heb er bezwaar tegen als er brieven met tweedeklaspostzegels in mijn bus belanden. En ik neem ook aan dat postbezorgers zo zijn opgeleid dat ze meteen huizen herkennen waar alleen brieven met eersteklaspostzegels worden bezorgd.’ 

Post is een emotioneel product, erkent ook staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken in haar brief over de toekomst van de postmarkt die zij vrijdag naar de Tweede Kamer zond. Zelfs een puberende neef in Cadzand krijgt een glimlach op zijn gezicht van een kaartje van tante Annie uit Groningen. In deze tijd van individualisering is de postbode soms het enige levende wezen die aan huis gekluisterde mensen nog op een dag zien. 

Maar helaas worden er steeds minder poststukken verzonden. In nog geen tien jaar tijd is het aantal gehalveerd van 5- naar 2,5 miljard. En tot 2025 zal dat nog eens halveren. Precies op het moment dat concurrentie werd toegelaten voor PostNL, de laatste variant van het voormalige staatsbedrijf PTT, explodeerde de e-mailbox. Nederland heeft inmiddels de meest concurrerende postmarkt van Europa.

In die concurrentiestrijd vecht PostNL met de handen gebonden achter de rug. En eigenlijk ook met geboeide voeten. Het moet vijf dagen per week brieven en kaarten binnen 24 uur bezorgen, mag de tarieven maar beperkt verhogen, moet voldoende rode bussen in stand houden en hoort bezorgers een fatsoenlijk salaris met vakantiedagen en een pensioenvoorziening te betalen. In veel andere landen is de postbezorging nog een staatsmonopolie. PostNord, de Deense posterijen, mag vijf dagen doen over het bezorgen van een brief en komt maar twee keer per week langs. Een Deense postzegel kost al 3,63 euro, terwijl tante Annie al voor een luttele 83 cent - daar koop je nog geen perenijsje voor - de kaart van de ene uithoek van Nederland naar de andere kant kan sturen. Niettemin moet de Deense overheid er jaarlijks 160 miljoen euro bijleggen. 

Deze week kreeg PostNL weer een blos op het gezicht. Het aandeel steeg op de beurs van 3 naar 3,45 euro. Staatssecretaris Mona Keijzer wil de eis van een concurrerende postmarkt loslaten. PostNL mag allerlei vormen van samenwerking gaan zoeken - onder meer met Sandd - zoals die ook toegestaan is aan banken (samen geld transporteren) of dagbladbedrijven (samen bezorgen). En in de toekomst mag PostNL zelfs gebruikmaken van allerlei andere bezorgdiensten zoals pakketbezorgers en pizzakoeriers. Waarschijnlijk zal Hyacinth Bucket laatstgenoemde meteen naar haar zwager Onslow doorsturen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden