ColumnJean-Pierre Geelen

Zeker weten: Ivo Opstelten ging ten onder aan de pretentie van de politiek

Het geheugen van Ivo Opstelten (75) doet het weer! Deze krant en het AD vonden dat zo groot nieuws, dat beide donderdag preludeerden op interviews op zaterdag. Hier klonk het welgeorkestreerde tromgeroffel rond een kloeke biografie door oud-Volkskrant-journalist Ron Meerhof, nu auteur van toespraken op Opsteltens oude ministerie.

Lang kon de oud-minister van Justitie zich weinig herinneren over terugbetalingen aan drugscrimineel Cees H. De ‘bonnetjesaffaire’, een kwestie die ik lang zag als particulier genoegentje van politieke haarklovers en journalistieke scherpslijpers, ver van visies en idealen. Nu, vijf jaar na zijn aftocht, is Ivo duidelijk: hij had ‘een fout gemaakt’. Een eufemisme voor ‘Ik heb een potje uit m’n nek staan bluffen’, want hij had in de Kamer stellig feiten verkondigd die hij totaal niet kende. Waar de leugen regeert, heerst de bananenrepubliek – dat snap ik ook.

Nooit komen rampen alleen: Ivo had gezegd dat men hem moest vertrouwen. In het AD vertelde de blufpokeraar hoe hij die dag thuiskwam: ‘‘Nou Stelten’, zei Mariëtte tegen me, ‘dat was wel het stomste wat je zeggen kon.’’ Dat begon Stelten zelf ook te dagen, zei hij. Zozeer, dat hij het nu, vijf jaar later al, openlijk toegeeft.

Lief, dat ‘Stelten’. De beminnelijkheid die we kennen van die andere grote vrouw die een steltloper redde: Máxima, die harten veroverde door een uitglijder van haar man toe te dekken met een mantel der liefde waarop geborduurd stond: ‘Dat was een beetje dom.’

Veel stuntels steunen op een wijze vrouw.

Ik hou ook een beetje van Stelten. Vooral om zijn taalgebruik en die Ollie B. Bommel-bas. Dat hij niet tot het uiterste had gezocht naar dat verrekte bonnetje, noemt hij nu ‘suboptimaal’; een heerlijk eufemisme voor een blunder.

Het blijkt fractieleider Halbe Zijlstra die Opstelten destijds een duwtje trachtte te geven, het ravijn in. Opstelten vond dat ‘scherp om te lezen’ in zijn eigen biografie. Ik vond het bot om te lezen: Halbe besteedde zijn ‘duwtje’ lafjes uit aan huurmoordenaar Henri Kruithof, tevens hoofd Voorlichting. Was hij zelf te druk met fabuleren over een treffen met zijn goede vriend Vladimir Poetin?

Zaterdag meer Opstelten. Nu al weten we over het taboe op ‘niet weten’ in de politiek. Daarop staat de doodstraf. Onmenselijk.

Ik schreef het hier eerder: iets niet weten is een ondergewaardeerde deugd. Een nog grotere deugd is dat toegeven. De hele wijsbegeerte draait om de vraag wat wij (kunnen) weten. Dat blijkt nog een zware dobber. Als filosofen er al eeuwen over soebatten, hoeft een eenvoudig minister zich niet te schamen voor zijn onzekerheid over een fokking bonnetje. Hij had het alleen maar hoeven zeggen.

De angst regeert. Voor de beulen en het volksgericht. Op de radio memoreerde Job Cohen hoe een zekere politicus (hijzelf) op tv de prijs van een halfje bruin niet uit zijn hoofd kon oplepelen. Het werd zijn doodsteek.

De politiek lijdt aan pretentie: de schijn van een ‘sterke leider’ die op alles antwoord heeft, een homo universalis. Daar begint de bluf al. Keer op keer vallen slachtoffers. Je begint welgemoed, bij je afscheid ben je enkel nog je afgang. Politici: beken je bluf - schaffen wij de doodstraf af.

Over bluf gesproken: donderdag werd onder auspiciën van Steltens oude ministerie een NOS-journalist gegijzeld, omdat die, zoals dat hoort, zijn bron beschermt. Dat was een beetje heel erg dom. ‘Suboptimaal’, zou Ivo bassen. Zijn opvolger mag zich best kapot schamen. Zeker weten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden