ColumnRinske van de Goor

Zeg vaker ‘nee’ tegen patiënten met milde psychische klachten die naar een psycholoog of psychiater willen

null Beeld

Stel je voor, je hebt ernstige hartklachten, maar alle cardiologen weigeren je te zien: ze behandelen alleen lichte klachten. Ze behandelen ook geen mensen met hartklachten die daarnaast suikerziekte hebben, of longproblemen. Maar ben je slank en jong en heb je enkel wat hartkloppingen – dan kan je bij elke cardioloog terecht.

Dat is ongeveer de situatie in de psychiatrie. Veel GGZ-geld gaat naar psychologische hulp aan behoorlijk goed functionerende personen met milde psychische klachten. De druk op mensen om goed te functioneren en succesvol te zijn en qua gedrag en gemoed binnen de lijntjes te kleuren, is hoog. Als huisarts krijg ik dagelijks verzoeken voor verwijzing naar een psycholoog. Soms biedt maatschappelijk werk, de praktijkondersteuner of e-health dan uitkomst, maar de druk om te verwijzen is hoog. En een eerste gesprek met een dure gespecialiseerde psycholoog of psychiater kan vaak toch binnen enkele weken of maanden plaatsvinden.

Ondertussen zie ik ernstig psychiatrisch patiënten die nergens terecht kunnen. Een meisje met ernstige anorexia moet 10 maanden wachten. Mijn ernstig depressieve patiënt met verslavingsproblemen wordt door alle instellingen afgewezen (‘eerst afkicken’). Een getraumatiseerde vrouw met nachtmerries en dagelijks paniekaanvallen: 9 maanden wachttijd. Ouders bellen wanhopig over hun zoon: hij heeft angsten en woedeaanvallen en verzuimt vaak school. Ze zien hem afglijden en zijn boos: dit kan toch geen maanden wachten?

De paar GGZ-praktijken die wel zorg leveren voor personen met ernstige psychiatrische problemen zitten overvol. Wachttijden van 5 of 6 maanden zijn gebruikelijk, 10 maanden of langer niet ongewoon.

Probleem is dat GGZ-praktijken per behandeluur betaald krijgen. Wát de psycholoog behandelt, maakt daarbij niet uit. De vergoeding voor behandeling van milde klachten is hetzelfde als voor behandeling van ernstige psychiatrie, terwijl die veel complexer is en veel overleg en samenwerking vereist. Dus doen veel GGZ-praktijken aan medische cherry-picking: ze behandelen alleen GGZ-light.

In het verleden werd betaald naar zorgzwaarte: hoe zieker een patiënt, hoe hoger de vergoeding. Gevolg: diagnoses werden ‘verzwaard’. Patiënten kregen bijvoorbeeld te horen: ik kan u alleen verder behandelen als ik de diagnose persoonlijkheidsstoornis opschrijf. Zo ontstond er diagnose-inflatie, waarbij de keuze van de diagnose meer correleerde met de declaratiemogelijkheid van de behandelaar dan met de psychische ziekte van de patiënt. Dat was dus ook geen succes.

Ik zou willen dat psychisch leed en psychische diversiteit gewoon weer wat meer mag. Zonder dat dat direct gefikst moet worden, of gladgestreken. Ik denk dat huisartsenpraktijken en GGZ-praktijken samen verantwoordelijk moeten zijn voor alle psychische zorg in een bepaalde populatie. Daarbij moeten de ernstiger zieke personen met prioriteit bij een psychiater of psycholoog terecht kunnen en moeten ze mensen met milde klachten juist terugverwijzen. Als huisarts zal ik dan ook ‘Nee’ moeten gaan verkopen aan patiënten met milde klachten, die naar een psycholoog of psychiater willen. Hoe moet dat dan, met hun angsten en somberheid? Dan hebben ze mooi pech. Of eigenlijk mooi mazzel, want ze kunnen het leven best aardig aan zonder gespecialiseerde psychische hulp.

Rinske van de Goor is huisarts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden