COLUMNPETER MIDDENDORP

Ze pakte mijn hand met twee warme, vochtige handen beet en blies me ‘hartelijk bedankt’ in het gezicht

In de supermarkt had een oude dame haar zinnen op een laatste blikje kidneybonen gezet, diep in het onderste schap, waar ze niet bij kon – ‘Ach, mijnheer’, zei ze, naar beneden wijzend, ‘zou u misschien zo vriendelijk willen zijn?’

Ik ging plat op de vloer liggen, waarop hopelijk niet recentelijk was geniest, gehoest, gezongen of anderszins gedruppeld, stak mijn arm in een gat tussen de blikken en vond tegen de diepe onderrug van de stellingkast inderdaad een laatste blikje kidneybonen. Daarna reikte ik haar het blikje tussen duim en wijsvinger aan, zodat ze het veilig kon aannemen, zonder mij te hoeven aanraken, maar ze pakte het blikje en mijn hand daarentegen met twee warme, vochtige handen beet en blies me over onze handen ook nog ‘hartelijk bedankt’ in het gezicht.

Godverdomme, dacht ik. Ze bleef me vriendelijk toeknikken, maar ik moest terugkijken alsof ik haar een schop tegen de schenen wilde geven, wat ook een beetje zo was, ware het niet voor de gevolgen. In een filmpje zag ik laatst een man bij een kassa een zak tuinaarde tegen een bejaarde dame aangooien, aan wie hij zich blijkbaar had geërgerd. Het zag er niet goed uit, de man kan zich niet lang opgelucht hebben gevoeld.

Ik wilde naar huis, mijn hand in een sodabadje, mijn gezicht, maar hoe kwam je veilig bij de kassa? Overal, in alle hoeken, stonden mensen te praten, lachen, hoesten, kuchen en peuteren, overal zaten ze aan. In animatiefilmpjes van supermarktsituaties worden onze uitgestoten viruswolken afgebeeld in een duidelijke, groene kleur, maar in het echt moet je maar raden waar ze waaien.

Pinnen deed ik links om de klanten na mij te beschermen, al had de vrouw met de kidneybonen zich ook al in de rij gevoegd. Tegen een andere dame hoorde ik haar vertellen hoe ziek ze de afgelopen dagen was geweest, koorts, keelpijn, hoesten, alles. Ze was nog steeds een beetje rillerig, zei ze, maar van binnen zitten werd je ook niet beter.

Nu wilde ik nog sneller naar buiten, maar dat kon niet, want er was een opstopping bij de ingang, zoals vaker, ook in andere winkels, omdat er altijd tegelijk mensen naar binnen én naar buiten willen, daartussen mensen mandjes staan te ontsmetten en er ook altijd wel iemand de doorgang blokkeert door langdurige belangstelling voor de producten in het eerste schap. In de Etos stond ik laatst in zo’n file te wachten achter een man met een toupet, die de shampooflessen in de eerste kast zo lang bestudeerde dat je zijn toupet naar de afdeling tapijtreiniger wilde gooien.

‘Nogmaals bedankt’, zei de besmettelijke vrouw met de kidneybonen. Ze stond vlak achter me me. Ik wilde schreeuwen, heel hard, maar ook dat was geen optie, niet in een afgesloten ruimte. Alleen buiten kun je nog naar elkaar schreeuwen, met ruime afstand en zijwind. En dus zei ik zo gemeen mogelijk: ‘Graag gedaan, mevrouw.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden